Energiemarkt noopt tot allianties

ROTTERDAM, 12 OKT. In hoog tempo speelt de Nederlandse energiesector in op marktontwikkelingen binnen de Europese Gemeenschap. Zes jaar geleden nog werden de distributiebedrijven (GEB's) ontkoppeld van de produktie van elektriciteit, nu ontstaan weer nauwe samenwerkingsverbanden. Tien jaar geleden waren er zestien producenten van elektriciteit en zeventig distributiebedrijven, nu nog respectievelijk vier en veertig.

Produktie en distributie (transport en verkoop aan groot- en kleinverbruikers) worden in de regio's weer aan elkaar gekoppeld. Gisteren presenteerden drie bedrijven die de distributie in Noord-Brabant, Zeeland en Limburg verzorgen, een plan om per 1 januari samen met EPZ, het produktiebedrijf voor Zuid-Nederland, een joint venture te vormen. Tegelijkertijd wordt de vorming van een houdstermaatschappij voorbereid, die het samenwerkingsverband straks zal overkoepelen. In juni was al een soortgelijke samenwerking in Noord- en Oost-Nederland ontstaan. In de Randstad beperkt de samenwerking zich vooralsnog tot de distributiesector.

De nieuwe strategie is bedoeld als antwoord op het ontstaan van een vrije energiemarkt in Europa, die tot nu toe was beschermd door sterke monopolieposities. Nog steeds worden energiewinning en -verkoop in een aantal lidstaten van de EG, bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland en in mindere mate Nederland, beheerst door die monopolies.

Maar daar komt verandering in, nu de Europese Gemeenschap vaart zet achter een richtlijn die de beschermde energiemarkt wil opengooien. De Belgische regering, die tot 1 januari het voorzitterschap van de Ministerraad bekleedt, wil de richtlijn vóór het einde van het jaar klaar hebben. Succesjes bij het voltooien van de Europese eenwording zijn niet eenvoudig te bereiken, maar op dit terrein was het nodige voorwerk verricht. Eind vorige week is in de Energiecommissie van het Europese Parlement een compromis bereikt over de richtlijn, met als kernpunt de toegang van grootverbruikers van aardgas en elektriciteit tot de nationale leidingnetten (Third party access, TPA) die tot nu toe veelal door monopoliebedrijven worden beheerd.

Volgende week stemt de plenaire vergadering van het Europese Parlement in Straatsburg over de richtlijn. Daarna volgt een procedure van onderhandelingen over details tussen de Europese Commissie en het parlement, die moet leiden tot een voorstel aan de Ministerraad. Zodra die instemt met het nieuwe systeem, moeten de lidstaten zich aan de richtlijn conformeren en krijgt de liberalisering van de energiemarkt concreet vorm. Door de introductie van TPA die in onderhandelingen tussen afnemers en leveranciers van energie tot stand moet komen, krijgt de concurrentie meer kansen. Grootverbruikers krijgen meer vrijheid om in andere lidstaten of zelfs buiten de Gemeenschap contracten af te sluiten. Het systeem van TPA biedt dan de mogelijkheid om die energie tegen een redelijke vergoeding ook aan de fabriekspoort afgeleverd te krijgen.

Ook binnen lidstaten kan dit leiden tot voordeliger contracten. De distributeurs in Zuid-Nederland rekenen er bijvoorbeeld op dat ze niet meer louter afhankelijk zullen zijn van de Gasunie als leverancier van aardgas, maar dat ze ook rechtstreeks met producenten van gas (oliemaatschappijen) contracten kunnen afsluiten. Gasunie dient daarbij te zorgen voor behandeling en transport van het gas.

Het prijsvoordeel willen de betrokken distributeurs doorgeven aan hun klanten, om de banden op een concurrerender markt te verstevigen. Een distributiebedrijf als Delta in Zeeland is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van levering aan grootverbruikers als Dow Chemical in Terneuzen en Pechiney in Vlissingen. Als deze bedrijven in het geliberaliseerde systeem in het buitenland gaan "winkelen', op zoek naar goedkope energie, zou Delta fors op zijn marktaandeel interen. Voor Mega in Limburg, dat DSM energie levert, geldt hetzelfde, evenals het Brabantse PNEM dat de zinksmelterij Budelco als grote klant heeft. Schaalvergroting door nauwe samenwerking biedt hier nieuwe kansen en maakt de Nederlandse energiebedrijven minder kwetsbaar voor overnemingen door buitenlandse concurrenten, zeker als ze erin slagen ook nog elektriciteit te exporteren.