Echt haar van Lanoye

De Brakke Hond 39. 177 blz.ƒ13. Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen

Jonge Vlaamse humor vinden we in De Brakke Hond, het driemaandelijkse tijdschrift met neus dat in zijn tiende jaargang nog steeds hardnekkig weigert om op te groeien. Het herfstnummer parodieert het Haarlemse tijdschrift De Zingende Zaag met zijn kenmerkende mooie of grappige verrassingen in de vormgeving. De Brakke Hond is plompverloren voor de helft verkeerd-om ingebonden - niet leuk -, heeft verbasterde schrijversnamen op het omslag: Leo Plezant, Paul de Kwispelaere, Jos Zwangerman, Hermine Brusselmans; maar bevat toch ook een esthetisch verantwoorde èn geestige bladzijde, gesigneerd door Tom Lanoye, met onder een simpel plakbandje wat stukjes van zijn haar.

Helemaal niet slecht zijn de parodieën op de 38 bladzijden "Parnassus', waar ter gelegenheid van de tiende verjaardag van dit tijdschrift de gek wordt gestoken met de Maximalen en enkele Vlaamse en Nederlandse kopstukken zoals De Wispelaere, Leo Pleysier, en Jean Paul Rawie - “De dood van 't kind in mij was onmacht, / evenals de latere dood als bohemist. / Geordende kaders bezitten ontem'bre kracht / - 'k heb mij zoo ontzettend vergist”.

Wie de pastiches gemaakt heeft, is al even onduidelijk als wie schuilgaat achter de anonieme polemist Bart de Man, die in dit nummer Benno Barnard aan zijn pen rijgt.

Traditioneel bevat het herfstnummer de beste inzendingen uit de jaarlijkse verhalenwedstrijd. Balen Vlas (1956) kreeg voor "De Red River Veldtocht' de eerste prijs, J. Mboya (Kenia 1950) de tweede. Balen Vlas, eerder in dit blad met een eigenaardig indianenverhaal uit de Amerikaanse geschiedenis, beschrijft nu een ontmoeting in een LSD-café van een ambitieuze journalist met een man, Red River Veldtocht, reusachtig en dronken, verdacht van moord, die in onderdelen in de auto stapt: “circa 5.300 manschappen en 7.200 paarden, 42 huifkarren, 38 twaalfponders, 9 ton munitie, 7 ton gezouten buffelvlees, 800 broden, 67 liter Southern Comfort, 620m2 tentzeil, een veldkeuken, een amputeermes, schoppen, houwelen en hamers, 120 bijbels, een kappersstoel en een kompleet Dixielandorkest.”

Mboya schreef een hijgerig, seksistisch en racistisch verhaal over een zwarte man in België die met veel sekscontacten het gemis van zijn lief probeert te verdrijven. “Ze maakten me zo moe, die geëmancipeerde vrouwtjes. Ik verlangde naar een wijfje, zwart als ebbehout, bij wie de lichaamssappen niet waren ingedijkt door verstand”.

    • Margot Engelen