Belerende opstelling van VS maakt China balsturig

Het zelfvertrouwen van China groeit door zijn snel toenemende economische kracht. China zegt ja tegen de markteconomie, maar nee tegen de democratie. Het durft Amerika te trotseren en is vast van plan een grote mogendheid te worden. Of de VS dat nu willen of niet.

De Amerikaanse regering heeft onlangs een koerswijziging in haar China-beleid aangekondigd die het neerwaartse getij in de betrekkingen tussen de "enige overgebleven supermacht' en de "nieuw opkomende supermacht' moet keren. De eerste aflevering van het Chinese antwoord kwam ruim een week geleden: tegen de uitdrukkelijke oproepen en vermaningen van president Bill Clinton in liet China een voorgenomen kernproef doorgaan.

De machthebbers in Peking ontlenen hun zelfvertrouwen aan een reeks interne en externe factoren. Allereerst de snel toenemende economische kracht van China en de herboren nationale trots die daaruit voortvloeit. Dit neo-nationalisme motiveert niet alleen de Chinezen in de kustprovincies en grote steden van het vasteland, maar heeft ook het Chinese groot-kapitaal, in Hongkong en Taiwan en zelfs in Singapore en de andere metropolen van Zuidoost-Azië aangestoken.

De economische kracht van China berust op de nog chaotische, maar hyperdynamische semi-markteconomie op het vasteland, maar steunt in bredere zin ook op de fusie van het post-communistische Chinese arbeidsethos met de vele tientallen miljarden aan investeringsgelden van de 58 miljoen Chinezen buiten China.

De ideologische tegenstellingen tussen Communistisch China enerzijds en het gewezen Amerikaanse "protectoraat' Taiwan en de Britse kroonkolonie Hongkong anderzijds hebben goeddeels plaatsgemaakt voor een herboren "Groot-Chinees' cultureel bewustzijn, waardoor de Amerikaanse regering weinig, en de Britse regering helemaal geen greep meer heeft op "haar' verwesterde Chinezen.

De andere factor die China's gewicht in Azië heeft vergroot is het verdwijnen van de Sovjet-Unie. Bijna alle (nieuwe) Chinese buurlanden waren Sovjet-republieken of Sovjet-bondgenoten en zijn nu fragiele, etnisch heterogene politieke entiteiten met zwakke economieën.

Rusland zelf is een vervallen supermacht, die in Chinese ogen haar ondergang voor een belangrijk deel dankt aan het opvolgen van orders uit Washington. President Clinton heeft in zijn recente rede voor de Verenigde Naties het hoofddoel van de Amerikaanse buitenlandse politiek beschreven als “expansie en versterking van de gemeenschap van markt-economische democratieën”. President Jeltsin bewijst op Amerikaanse - en Europese - aandrang keer op keer lippendienst aan die twee nobele doelstellingen: democratie en markteconomie, maar van geen van beide doelen is tot dusver iets terechtgekomen.

China trekt zijn eigen plan. Het zegt ja tegen de markteconomie - en heeft op dit punt indrukwekkende vooruitgang geboekt - maar ten aanzien van democratie is het een ferm neen. De transformatie naar de markteconomie is zo'n monumentale taak met zulke immense sociale risico's en turbulente repercussies, dat een sterke staat met grove machtsmiddelen nodig is om dat proces voor ontaarding te behoeden.

De Russische staat heeft, ten dele om in een goed blaadje bij het Westen te komen, die machtsmiddelen verloren. Het resultaat is politieke chaos en economische ontreddering.

In China is de communistische dictatuur deels intact gebleven, maar totalitair is zij niet meer. Binnen het politieke keurslijf bestaat een toenemende mate van sociale, culturele en vooral economische vrijheid. Het resultaat is repressieve politieke stabiliteit, of zo men wil stagnatie, maar tevens spectaculaire economische vooruitgang. Daarmee verkeert de gemiddelde Chinese burger in ieder geval in een aantrekkelijker positie dan de gemiddelde Rus.

De Chinezen vinden dat zij het historische gelijk aan hun kant hebben. In 1989 na de bloedige onderdrukking van de studentenrebellie, toen Gorbatsjov nog de hemel werd ingeprezen als de model-hervormer, voorspelde vrijwel elke China-goeroe dat het Chinese regime binnen twee jaar ineen zou storten. De Chinese - en Russische - werkelijkheid is heel anders gebleken. China functioneert niet volgens westerse logica. Futurologen staan nu weer klaar met scenario's waarin de toestand in China na de dood van Deng Xiaoping in chaos en wellicht burgeroorlog zal ontaarden.

Niemand is zo naïef te denken dat de transformatie naar de markteconomie en naar een rationeel politiek systeem zo maar zal slagen en ordelijk zal verlopen, maar de kans dat China na bijna anderhalve eeuw van historische nederlagen en mislukkingen in de komende eeuw tot de winnaars van de geschiedenis zal horen is groter dan de kans op een verliezersrol.

Positief scepticisme is de beste houding ten aanzien van China, en de Japanse en Europese regeringen hebben daarnaar gehandeld. Zij hebben hun "Tiananmen-sancties', (naar aanleiding van het neerslaan van de studentenopstanden op het Plein van de Hemelse Vrede) grotendeels opgeheven en contacten op topniveau hervat. Alleen Amerika is tot de dag van vandaag doorgegaan met de "China-bashing' - die zijn doel mist en vaak als een boemerang op Amerika terugslaat. De Europese sancties hebben een zeker psychologisch effect gehad omdat ze niet op de spits zijn gedreven, maar vele van de Amerikaanse strafmaatregelen bleken contra-produktief.

Amerika's campagne voor de "universele', dat wil zeggen Westers-Amerikaanse versie van de mensenrechten, heeft ertoe geleid dat China met succes een potentieel anti-westerse coalitie van (semi-) dictatoriale en ook gematigde Derde wereldlanden voor zijn "materialistische' mensenrechten-opvatting heeft gewonnen.

Het Amerikaanse verbod op levering van militaire "high tech' en contacten op hoog militair niveau, heeft ertoe geleid dat China de grootste werkgever van ex-Sovjet militaire wetenschappers en technici en de grootste koper van geavanceerde ex-Sovjet militaire technologie is geworden.

Het jaarlijkse kabaal over de verlenging van de status van meest begunstigde natie heeft niet kunnen voorkomen dat het Chinese handelsoverschot met de VS steeds groter wordt en dit jaar naar verwachting 24 miljard dollar zal bedragen. De recente nieuwe Amerikaanse sancties tegen de Chinese exporten van raketten en nucleaire technologie hebben tot gevolg dat de Amerikaanse ruimtevaartindustrie dit en volgend jaar 400 tot 500 miljoen dollar aan exporten naar China zal verliezen. De Amerikaanse campagne voor inspectie van een Chinees schip dat vorige maand ingrediënten voor mosterd- en zenuwgas naar Iran zou hebben willen exporteren, is op een debâcle uitgelopen.

Inspecteurs vonden niets, maar de VS weigeren de Chinese eis voor verontschuldigingen in te willigen omdat Washington "gegronde redenen had aan te nemen dat de inlichtingen betrouwbaar waren'.

Een woedend China beschimpte de VS daarop als "zelfbenoemde wereldsmeris ... Als die zijn gang kan gaan, wat blijft er dan nog over van de principes van het volkerenrecht, soevereine gelijkheid en normale relaties tussen staten', aldus de Chinese regeringsverklaring.

De resolutie van het Amerikaanse Congres die opriep om China het gastheerschap van de Olympische Spelen in het jaar 2000 te onthouden, is door vele IOC-leden als hernieuwde "onaanvaardbare politieke inmenging' in de Olympische beweging veroordeeld en heeft onder grote delen van het Chinese volk een nieuwe golf van anti-Amerikanisme op gang gebracht. De stemming van het IOC was 43 voor Peking en 45 voor Sydney. Zonder de Amerikaanse Congres-campagne was het wellicht anders uitgepakt.

De opvatting dat China de Spelen niet verdient wegens schending van de mensenrechten staat tegenover de hoop en verwachting dat toekenning nu juist een aansporing en een civiliserend drukmiddel zou zijn geweest om China nog verder te openen, te matigen en zich te gedragen naar Amerika's "universele' mensenrechten-criteria. De Amerikaanse boosheid over de recente Chinese kernproef past ook in de reeks; de VS hebben 942 kernproeven gehouden, China 38.

Alles bijeen kon Washington moeilijk nog meer kwaad bloed bij China zetten. Deng Xiaoping sprak al tijdens de laatste dagen van de Koude Oorlog en de crisis in de Sovjet-Unie in 1990-1991 van een onvermijdelijke nieuwe Koude Oorlog, ditmaal tussen de VS en China. De Chinese leiders met hun door complotten verduisterd wereldbeeld voorzagen toen al een gecoördineerde Euro-Amerikaanse strategie, die moest voorkomen dat China een supermacht zou worden.

Die strategie zou er uit bestaan dat enerzijds met een campagne voor democratie en mensenrechten politieke tweedracht in China gezaaid zou worden, en anderzijds China territoriaal verdeeld gehouden zou worden door de overijlde democratisering van Brits Hongkong, de (Frans-Amerikaanse) herbewapening van Taiwan en de heimelijke steun voor Tibetaanse onafhankelijkheid.

Volgens het weekblad Far Eastern Economic Review van 7 oktober heeft president Jiang Zemin begin september China's nieuwe beleidslijnen jegens de Verenigde Staten aan het politbureau ontvouwd. Deze bestaat uit "vier keer nee': China wil geen confrontatie met de VS, China zal geen confrontatie met de VS provoceren, China zal geen confrontatie met de VS uit de weg gaan en China is niet bang voor een confrontatie met de VS.

Wellicht is de in Washington aangekondigde koerswijziging het antwoord hierop, maar de vraag is of het niet te laat is.

China is vastbesloten om een zelfstandige grote mogendheid te worden, of de VS dat nu wel of niet gedoogt. Als de VS het niet gedoogt en obstructie pleegt, neemt de kans toe dat China leider van een anti-Amerikaanse coalitie wordt, waarin allerlei Derde wereld-regimes partners zullen worden. Politieke strategen als Zbigniew Brzezinski gaan zelfs zover dat zij voorspellen dat als Boris Jeltsin er niet in slaagt de Russische chaos te saneren, een getraumatiseerd Rusland lid van zo'n door China geleide coalitie zou kunnen worden.

    • Willem van Kemenade