Bedrijven hekelen analyse commissie over tunnelboren

ROTTERDAM, 12 OKT. De stuurgroep-Van Engelshoven, die in opdracht van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) enkele alternatieve technieken voor aanleg van de Betuwelijn heeft beoordeeld, heeft het tunnelboorproces van Van der Hoorn onjuist geanalyseerd. Daardoor heeft de stuurgroep aan dit proces een te laag rendement toegekend, en daardoor een te hoge prijs per meter.

Dit stellen de tien bedrijven die zich achter het tunnelboorconcept van de Delftse hoogleraar industrieel ontwerpen R. van der Hoorn hebben geschaard in een reactie op het rapport dat de stuurgroep-Van Engelshoven vorige maand uitbracht. Volgens de reactie, die morgen zal worden aangeboden aan de vaste Kamercommissie voor verkeer en waterstaat, is een tunnel met deze methode twee miljard gulden goedkoper dan een tunnel die volgens conventionele methoden is geboord. De Betuwelijn zou dan 8,4 miljard gulden kosten, twee miljard meer dan het kabinet heeft uitgetrokken voor een bovengrondse aanleg. Overigens zouden in beide gevallen de kosten nog ten minste enige honderden miljoenen guldens hoger uitvallen doordat bepaalde posten niet in de raming zijn opgenomen.

Bij de methode-Van der Hoorn maakt de boor integraal deel uit van een negentig meter lange tunnelbouwfabriek die langzaam voortkruipt door de grond. In die fabriek wordt de geboorde tunnelbuis voorzien van een waterdichte stalen mantel, waarbinnen een betonnen buis wordt gestort. Dit is een continu proces. Daarin zou een belangrijke snelheidswinst zitten ten opzichte van conventionele boortechnieken. Daarbij wordt namelijk het boren telkens onderbroken om achter de boormachine een geprefabriceerd betonnen tunnelement te plaatsen.

De methode-Van der Hoorn is nog een concept, dat volgens de tien deelnemende bedrijven verder dient te worden uitgewerkt. De stuurgroep-Van Engelshoven beval de minister aan geen verder onderzoek naar de methode te laten doen: als die al technisch realiseerbaar zou zijn, zou die niet tot een goedkopere tunnel leiden dan wanneer een tunnel met conventionele methoden zou worden geboord. De stuurgroep komt tot die conclusie via een berekening van de effectieve werktijd van de tunnelbouwmachines. Door de complexiteit van het continue proces, zou de kans op storingen groot zijn. Storingen zouden in veel gevallen het hele proces stilleggen, zodat de machines slechts tien tot twintig procent van hun tijd daadwerkelijk voortgang zouden kunnen boeken.

Hier maakt de stuurgroep een fundamentele beoordelingsfout, aldus de deelnemende bedrijven in hun reactie. De stuurgroep ziet het proces als een file: als er een auto stopt, staat alles stil. Zo zit het proces echter niet in elkaar.

De methode-Van der Hoorn is op te splitsen in tien parallelle deelprocessen. Zes van de tien zijn aan elkaar gekoppeld: het ontgraven, de voortbeweging van de machine, het aanbrengen en lassen van het stalen vlies, het puntlassen van de wapening van het beton, het storten van het beton en de procesbesturing. De andere vier zijn hiervan losgekoppeld: het sturen van de machine, het aanmaken van het beton, het aanbrengen van de bekisting en de logistiek. Door de aanwezigheid van buffervoorraden kan toch worden doorgewerkt als een van deze processen uitvalt.

Net als de stuurgroep berekenen de deelnemende bedrijven in hun reactie het deel van de tijd dat ze storingsvrij opereren. Voor gekoppelde processen moet men die zogeheten beschikbaarheidscoëfficiënten met elkaar vermenigvuldigen. Voor de zes gekoppelde processen komen de bedrijven tot een totale beschikbaarheid van 53 procent. Daarvan wordt een vijfde gereserveerd voor onderhoud en reparatie, zodat een effectieve beschikbaarheid van 42 procent van de tijd resteert, drie keer zoveel als de stuurgroep berekent.

Sneller bouwen is goedkoper. Kortom, als het concept technisch realiseerbaar is, zou zo een goedkopere tunnel kunnen worden aangelegd dan met conventionele methoden. Daarom achten de deelnemende bedrijven verdere uitwerking van het concept en het testen van deelprocessen zinvol. Zij verklaren zich bereid daarvoor investeringen te doen. Een definitieve boordeling van de methode is pas mogelijk wanneer die verder is uitgewerkt en beproefd, beamen de deelnemende bedrijven.