Z-Afrika: veel kritiek op actie Transkei

JOHANNESBURG, 11 OKT. Waren "Sadat' en "Samora' Mpendulo goed opgeleide terroristen of onschuldige schoolkinderen? Sliepen ze met hun wapens bij de hand, toen negen Zuidafrikaanse soldaten hun huis binnenstormden en de tweeling en hun drie vriendjes doodschoten?

Het zijn enkele uit de reeks vragen die in Zuid-Afrika rondzingen na de aanval van het leger vrijdagmorgen vroeg op een vermeende basis van het guerilla-legertje APLA in het "buurland' Transkei - een van de vier in naam onafhankelijke zwarte thuislanden. De oogst volgens het Zuidafrikaanse leger: drie vermoorde “terroristen” van zestien of negentien jaar en twee “collaborateurs” van twaalf jaar, een aantal wapens, documenten en vervalste nummerplaten. Het militaire resultaat mag mager lijken, de politieke oogst voor de Zuidafrikaanse regering is tot nu toe slechts schade.

De actie is van bijna alle kanten veroordeeld. Alleen de blanke Konservatieve Partij feliciteerde het leger. Het Pan Afrikaans Congres, waarvan APLA (het Volksbevrijdingsleger van Azania) de gewapende vleugel is, beraadt zich op verdere deelneming aan de onderhandelingen over democratie. De Zuidafrikaanse Raad van Kerken noemde de actie “laf en barbaars”. De waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Zuid-Afrika veroordeelde de operatie “in de sterkst mogelijke bewoordingen”. APLA heeft wraak gezworen, en de 10.000 blanke inwoners van Transkei voelen zich uiterst ongemakkelijk.

ANC-president Nelson Mandela, op reis in Europa, sprak van “een misdadige en terroristische daad”. Zelfs als de slachtoffers APLA-leden waren, was dat volgens Mandela voor het leger geen excuus hen op deze manier te vermoorden. “Het Zuidafrikaanse leger heeft niet het recht om mensen om te brengen”. Het ANC legt de verantwoordelijkheid bij president De Klerk, die vooraf toestemming had gegeven. Het huis in een woonbuurt van de Transkeise hoofdstad Umtata was door een APLA-lid in aanhouding aangewezen als trainingsbasis.

De operatie riep herinneringen op aan de donkere dagen van de apartheid, toen het Zuidafrikaanse leger meermalen buurlanden (Lesotho, Botswana, Mozambique) binnenviel en op terroristenjacht onschuldige vrouwen en kinderen doodschoot. APLA is nu vijand nummer één. Het heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor een aantal aanslagen op blanke doelen in dit "Jaar van de Grote Storm'. Het PAC volgt tot ongenoegen van andere partijen een dubbele strategie van onderhandelen en gewapende strijd, die neerkomt op het doodschieten van blanken. Zijn racistische slogan "One settler, one bullet' ("een kogel voor elke blanke') spreekt vooral militante zwarte jongeren aan. De regering gaat ervan uit dat het Volksbevrijdingsleger bij zijn aanvallen in Zuid-Afrika Transkei gebruikt als springplank.

Het was te verwachten dat het Zuidafrikaanse leger eens zou terugslaan. De regering heeft zich de afgelopen dagen ingespannen om de actie glans te geven. Waar de vader van de tweeling Sadat en Samora - genoemd naar de in deze kringen populaire vroegere presidenten van Egypte en Mozambique - volhoudt dat zijn zoons zestien jaar oud waren, waren zij volgens Pretoria negentien. Het is overigens geen geheim dat APLA in beide leeftijdsgroepen recruteert. De regering weet zeker dat de broers en een doodgeschoten vriend van negentien “APLA-terroristen” waren. Ze zouden het vuur hebben geopend toen de soldaten het huis binnengingen.

In een regeringsgezinde zondagskrant zette de minister van defensie, Kobie Coetsee, zijn imago van kragdadigheid nog wat aan: “Kobie waarsku: SA vuis blij gebal”. (De vuist van Zuid-Afrika blijft gebald). Toch blijkt men aan regeringszijde niet helemaal tevreden. Volgens de minister is “het doelwit beperkt bereikt”, omdat er niet meer wapens in beslag zijn genomen. De generaal van het leger betuigde tijdens een persconferentie spijt dat hij geen gearresteerde APLA-strijder kon tonen. Dat was wel de bedoeling geweest van de operatie, verzekerde hij.

Wat hoopte president De Klerk te bereiken met deze riskante actie in de stijl-oud-Zuid-Afrika? Hij heeft de verdenking weer op zich geladen dat zwarte terreur harder wordt aangepakt dan blanke terreur: het is onvoorstelbaar dat het leger op deze manier een huis met extremistische blanken binnengaat. De geplaagde regering kan een mogelijkheid hebben gezocht om de blanke achterban te laten zien wie de baas is in het land. Ook wil het leger mogelijk APLA aanpakken voordat volgende maand de Uitvoerende Overgangsraad met zwarte partijen over zijn schouder meekijkt.

De aanval heeft kritiek op de regering opgewekt, die in tijden niet meer op dit volume is gehoord. De conservatief-liberale Sunday Times, de grootste zondagskrant, schreef gisteren in het hoofdartikel: “President De Klerk mag zijn bekeerd op de weg naar Damascus, maar zijn partij blijft het monster met een geschiedenis geschreven in het bloed van Biko, Goniwe en Aggett (vermoorde anti-apartheidsactivisten) en de talloze onschuldigen die op een of andere manier door de veiligheidsmachten zijn afgeslacht. Zes maanden voor de verkiezingen hebben we een glimp, een herinnering, te zien gekregen van het ware karakter van de Nationale Partij.” Tijdens een congres van de Nationale Partij afgelopen zaterdag hield de jonge minister Roelf Meyer (grondwetszaken) een minuut stilte voor de slachtoffers van de aanval. Hij voldeed daarmee aan het verzoek van een van de vele zwarte NP-leden in de zaal. Ook dat was een Zuidafrikaanse werkelijkheid.