Wel/onwel

Ik was naar het noorden geweest. Doorgaans maakt het niet veel uit waar je in Nederland geweest bent, de vlaaien zijn tegenwoordig overal eender, maar in dit geval wel en dat heeft met het noordelijk accent te maken.

Ik deelde een coupeetje met twee vrouwen - harde wangen, stompe neuzen, gelige haren. Ze droegen spijkerbroeken. Ze waren geen reclame voor de spijkerbroeken die ze droegen, maar daar hadden ze kennelijk geen probleem mee, dat zat wel goed. En ze zaten wel te praten, maar zachtjes, je kon er goed bij lezen. Ik had geen hekel aan ze.

Zwolle. Amersfoort. Utrecht. In de wijde bocht voor het centraal station bleef de trein staan. De avond viel (en het regende een beetje) over een wirwar van ijzeren sporen en in de verte gaapten de stijve bogen van de overkapping. En van rechts naar links, dwars over het rangeerterrein, reed met zwaaiend zwaailicht een ambulance door het beeld. Hij draaide een perron op en hield stil bij een daar opgestelde trein.

"Moet je nou zien', zei ik . Een van beide vrouwen stond op, boog zich naar het raam en bevestigde het vreemde van wat we nu samen zagen. Toen zei ik dat er zeker iemand onwel geworden was. "Dat is wel te hopen', zei die vrouw. "Anders nemen ze misschien zomaar iemand mee.'

Bestaat er al een vereniging tot behoud van het Groninger gevoel van humor?

    • Koos van Zomeren