Nobelprijs geneeskunde voor Brit en Amerikaan

STOCKHOLM, 11 OKT. De Nobelprijs Fysiologie of Geneeskunde 1993 is toegekend aan de Amerikaan Phillip A. Sharp en de Brit Richard J. Roberts. Zij krijgen de prijs, groot 6,7 miljoen Zweedse Kronen (ca. 842.000 dollar) voor hun ontdekking in 1977 van gespleten genen in hogere organismen. Deze ontdekking, aldus de citatie van het Karolinska Instituut, "heeft onze kijk veranderd op hoe genen in hogere organismen zich ontwikkelen gedurende de evolutie.''

Sharp en Roberts stuitten destijds geheel onafhankelijk van elkaar op het feit dat veel genen van eukaryoten ("hogere organismen' met een celkern in hun cellen) worden onderbroken door betekenisloos DNA. Deze stukjes, introns geheten, vindt men niet terug in het boodschapper-RNA dat in het celsap de aanmaak van eiwitten dicteert.

Sharp en Roberts werkten destijds allebei aan hetzelfde gen, het zogeheten "major late' gen van adenovirus. Roberts ontdekte de aanwezigheid van introns met behulp van de elektronmicroscoop, Sharp op grond van moleculair-biologische proeven.

Volgens het Nobelcomité leidde de ontdekking "onmiddellijk tot intensief onderzoek om uit te vinden of deze genstructuur ook aanwezig is in andere virussen en in gewone cellen. Al vlak na de oorspronkelijke ontdekking konden verschillende onderzoekers lateh zien dat de onderbroken (of gespleten) genstructuur (..) in feite de meest voorkomende genstructuur is in hogere organismen.''

Richard Roberts (50) is op dit moment onderzoeksdirecteur van New England Biolabs in Beverly, Massachusetts. Phillip Sharp (49) is hoofd van de vakgroep biologie aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Cambridge. Sharp kwam enkele jaren geleden in het nieuws toen hij de functie van President van MIT eerst aanvaardde en vervolgens toch weer afzegde, omdat hij ongelukkig was met het vooruitzicht geen onderzoek meer te kunnen doen.

Volgens prof. Henk Tabak van het E.C. Slater Instituut in Amsterdam is de prijs voor Sharp niet alleen terecht vanwege het belang van de ontdekking, maar ook gezien de breedte en de kwaliteit van het onderzoek dat hij sindsdien heeft gedaan. Roberts' naam is in de moleculair-biologische onderzoekswereld aanmerkelijk minder bekend, mogelijk omdat hij in de industrie zit.

De Nederlandse KNAW-Fellow Marc Timmers van het Laboratorium voor Fysiologische Chemie in Utrecht, die in 1990 en 1991 als postdoc bij Sharp werkte, herinnert zich dat Sharp van elk nietig experimenteel detail van het werk uit zijn groep op de hoogte was. Timmers: ""Sharp is de slimste persoon die ik ooit ben tegengekomen. Als ik hem in één woord zou moeten karakteriseren, dan met zijn eigen naam: scherp!''