Nicaragua lijkt op Wilde Westen

Het akkoord dat de belangrijkste politieke partijen in Nicaragua eind vorige week hebben gesloten, geeft een beetje hoop in een anders uitzichtloze situatie. Politiek tot op het bot gepolariseerd, economisch op een rampkoers, geteisterd door gewapende bendes bevindt Nicaragua zich al weer met één been in een burgeroorlog, drie jaar nadat de laatste ten einde kwam.

MANAGUA, 11 OKT. Afgelopen vrijdag kwamen de sandinistische FSLN, Nicaragua's grootste en best-georganiseerde politieke partij, en de rechtse UNO-coalitie overeen dat de economische politiek van president Violeta Chamorro over een andere boeg moet en dat legerchef Humberto Ortega (één van de voormalige sandinistische commandanten) dient af te treden. Verbetering van de desastreuze economische situatie en het aftreden van Humberto Ortega zijn ook de twee eisen die groepen gewapende voormalige rechtse rebellen in hun vaandel dragen. In de afgelopen maanden hebben zich herhaaldelijk ernstige incidenten voorgedaan met deze groeperingen en hun linkse tegenhangers. Nog dit weekeinde vonden vijf soldaten van het regeringsleger de dood in een treffen met rechtse rebellen.

Vorige maand werd het laatste dieptepunt bereikt in de voortdurende Nicaraguaanse crisis, toen stakende chauffeurs en hun sympathisanten barricades bemanden op alle belangrijke kruispunten in de hoofdstad Managua. Met AK-47's bewapende burgers gaven de acties het aanzien van een nieuwe burgeroorlog; interventie van de politie leidde tot twee doden, onder wie een politieman.

“De rechtsstaat is er nog wel, de instituties functioneren, maar zij staan onder zware druk en de effectiviteit ervan staat op het spel”, zegt dr Vilma Núñez de Escorcia, voorzitter van het pro-sandinistische Nicaraguaanse Centrum voor de Mensenrechten (CENIDH). In haar werkkamer hangt aan de muur het motto "Het kantoor is niet de beste plek om de mensenrechten te verdedigen'. En daar lijkt naar te worden gehandeld. Mevrouw Núñez en CENIDH houden zich in toenemende mate bezig met het bemiddelen in de van tijd tot tijd oplaaiende crises in Nicaragua. Zij stond bij de barricades tussen demonstranten en politie om geweldloosheid te bepleiten. En eerder bemiddelde zij tussen het leger en opstandige voormalige sandinistische militairen die in juli een aanval hadden uitgevoerd op de noordelijke stad Estel, waarbij tussen de twintig en vijftig doden zijn gevallen.

“Het is een kritieke situatie”, zegt mevrouw Núñez over de recente gebeurtenissen in Nicaragua. “Sinds de burgeroorlog officieel ten einde kwam in juli 1990 zijn er meer dan duizend doden gevallen bij gewelddadige, politiek geïnspireerde acties in het land”. Het voortdurende geweld in Nicaragua en de schijnbaar onoverkoombare polarisatie tussen de politieke groeperingen doen de voorzitter van de mensenrechtenorganisatie tot de verzuchten dat “de oorlog hier nog niet is beëindigd”. Een Westerse diplomaat in Managua: “Hier overheerst nog steeds de mentaliteit van de Koude Oorlog”.

De extreme polarisatie en de overweldigende hoeveelheid wapens in handen van burgers zijn de belangrijkste factoren voor de onbestuurbaarheid van het land. De vergelijking met het Amerikaanse Wilde Westen in de vorige eeuw wordt steeds vaker gemaakt. De barre economische situatie waarin Nicaragua zich bevindt is doorgaans de aanleiding voor de gewelddadige uitbarstingen. Groepen voormalige rechtse contras-rebellen, zogenoemde recontras, en bendes van gedemobiliseerde sandinistische militairen, recompas, terroriseren vooral het bergachtige noorden van het land, waar ook de burgeroorlog van de jaren tachtig zich grotendeels afspeelde. Hoewel werkloosheid en problemen over de eigendomsrechten van land belangrijke oorzaken zijn, is pure criminaliteit steeds vaker de achtergrond van de gewapende conflicten. “Er is hier een generatie die alleen maar heeft leren schieten”, zegt een Europese ontwikkelingswerker. “Dit land zal nog lange jaren worden geteisterd door criminaliteit die niet politiek is gemotiveerd”.

Er worden wel pogingen gedaan om het land te ontwapenen, maar de hoeveelheid wapens lijkt gewoonweg te groot voor de verschillende maatregelen om enig effect te sorteren. Nicaraguanen vertellen lachend dat wapenbezitters bij tijd en wijle een oude AK-47 verkopen om de zo verkregen 150 dollar te kunnen omzetten in flessen rum. Als de voorraad drank op is, wordt een volgend wapen uit de opslag gehaald. De Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie AID heeft honderdduizenden dollars ter beschikking gesteld voor het opkopen van wapens, maar de ontdekking van steeds nieuwe opslagplaatsen geeft aan hoe weinig soelaas deze maatregel heeft kunnen bieden.

Beide politieke groeperingen in het Nicaraguaanse conflict, de linkse sandinisten en de rechtse UNO-coalitie van partijen, hekelen openlijk het geweld in het land, maar gebruiken gewapende bendes heimelijk voor hun eigen politieke agenda. Tijdens de staking van chauffeurs eind vorige maand viel sandinisten-leider Daniel Ortega duidelijk door de mand toen hij op het hoogtepunt van de acties de stakers aanvuurde verder te gaan met het onder druk zetten van “deze moorddadige regering”.

Toch lijkt nu een dialoog op gang te zijn gekomen tussen de verschillende politieke groeperingen in het land. Gematigde elementen binnen het FSLN, zoals de aanvoerder van de sandinistische parlementariërs, oud-vice-president Sergio Ramrez, en binnen de UNO, de zogenoemde 'centrum-groep', zagen eind vorige week hun voortdurende oproep tot het vinden van een gezamenlijke uitweg uit de politiek-economische crisis beloond. Ramrez sprak al over een “historisch akkoord” tussen de UNO en het FSLN.

Maar de meeste Nicaraguanen blijven sceptisch over de politiek in hun land en over de pogingen tot verzoening. “Wij Nica's hebben altijd problemen”, zegt een voormalige diplomate. “En als we ze niet hebben, dan bedenken we ze wel”. Of anderen doen dat voor ze. Dit weekeinde heeft een delegatie van het Internationale Monetaire Fonds, op bezoek in Managua, laten weten dat de buitenlandse geldschieters van Nicaragua vinden dat nog eens zestig miljoen dollar op het overheidsbudget moet worden gekort. Dat betekent nog meer ontslagen in de staatssector, een verdere toename van de nu al naar de 70 procent van de beroepsbevolking oplopende werkloosheid, en nog meer onvoorziene problemen voor een verdeeld land.