Lira-prijs voor de rare zinnen van Wim T. Schippers

Tien dagen geleden, bij de uitreiking van de Nipkow-schijf, stonden er opeens drie scenaristen op het podium: Hugo Heinen, Maria Goos en Pieter van de Waterbeemd, de auteurs van de met een eervolle vermelding toebedachte AVRO-serie Pleidooi.

Hoe vaak staan er bij die gelegenheid schrijvers op het toneel? Zelden. De televisie is in dit land geen medium van schrijvers; het losse tv-spel is hier bijna uitgestorven en in de series is doorgaans geen sprake van een uitgesproken, persoonlijke schrijversvisie. “Te incidenteel”, zei de jury van de eerder dit jaar voor het eerst uitgereikte Lira-prijs voor tv-drama, “troffen we het schrijven van televisiedrama aan als een onderzoek; als een onderzoek, niet alleen naar de werkelijkheid van dat moment, maar vooral ook naar de middelen en mogelijkheden van het medium om die werkelijkheid op de meest persoonlijke wijze in vorm te verbeelden.” Dat is een omslachtige formulering, maar de conclusie klopt: de televisie zou bij uitstek het medium kunnen zijn voor drama over de samenleving van dit moment - en als er iets juist ontbreekt, is het dat.

Dat juryrapport is nu te lezen in het zojuist verschenen nummer van Het Nederlands Scenario, een aan film- en tv-scripts gewijd kwartaalblad dat telkens is gewijd aan één produktie. In elke aflevering staan een paar inleidende artikelen (een beschouwing, een interview) en daarna het complete scenario. Dit is nummer 14 en het gaat over Wim T. Schippers, omdat hij die Lira-prijs kreeg. Schippers moet de redactie van het blad echter voor een probleem hebben gesteld, want hij kreeg de prijs niet voor één bepaalde produktie en veel van zijn tv-drama is al eerder te boek gesteld.

Men koos voor Sans rancune uit 1987, een tot tv-spel bewerkt toneelstuk over een hoogst zwangere vrouw die de verwekker, negen maanden na dato, confronteert met de gevolgen van zijn daad. Het was, in het overdadige Schippers-oeuvre, geen onvergetelijke uitschieter als Martha of Kutzwagers, maar het wemelt gelukkig wel weer van de rare zinnen (“kan ik iets voor je doen of zo neem ik aan?”), het sardonische gegoochel met de logica en favoriete onderwerpen als de zin van het leven en het twijfelachtige bestaan van een God. Wie er de opgewonden toon van de acteurs bij kan denken, kan de jury gelijk geven: “Schippers heeft het televisiedrama in Nederland wezenlijk vernieuwd.”

Een eerder nummer van Het Nederlands Scenario was gewijd aan het tv-spel Ik ga naar Tahiti van Ger Beukenkamp, een onderbelicht gebleven NOS-produktie over de laatste weken in het leven van de Groningse drukker en graficus Werkman. Vorige maand won Beukenkamp er de prestigieuze Prix Italia voor fictie mee. Ook de tot bioscoopfilm gemonteerde jeugdserie Het zakmes, waarmee regisseur Ben Sombogaart op de recente Nederlandse Filmdagen in Utrecht eer inlegde, was al eens onderwerp van het tijdschrift. De redactie bewijst daarmee een goede neus te hebben voor kwaliteit en een gerechtvaardigde hartstocht voor goed drama.

Zo'n blad en zulke prijzen zijn hard nodig om de status van het Nederlandse scenario te verhogen. Status trekt talent aan - schrijftalent dat het afleveren van een toneelstuk of een roman nu helaas nog vele malen hoger aanslaat dan het werken voor de televisie.

    • Henk van Gelder