Kijk daar, de eerste bruine kiekendief

Wie nadere informatie wil over de 3.146.000 gisteren in Nederland getelde vogels, en de verdeling over de 250 soorten, kan bellen met Vogelbescherming Nederland in Zeist: 03404 - 37773

“Hé, een duinpieper! Wat doet die hier nou?” Om even voor half tien gisterochtend ging er een golf op opwinding door de twaalf leden van de Gooise vogelwerkgroep die zich verzameld hadden op een open plek in het Corversbos bij Hilversum. Veel tijd om na te praten over het laag overvliegende rivieroevervogeltje in deze hem vreemde omgeving wordt de vogelaars echter niet gegund, want daar vraagt een zwerm veldleeuweriken al om aandacht. Zijn het er 24? “Drieëntwintig”, beslist een man met een ringbaardje naast mij. “En noteer gelijk even vier maal kramsvogel en een boerenzwaluw, Adrie, daar links”.

In heel Nederland gingen gisteren een kleine tweeduizend vogelaars op pad om in het kader van de Internationale Vogelteldag te inventariseren wat zich op en boven ons land aan vogels bevond. En op het water niet te vergeten, want de Nederlandse vogelbescherming had van het dit voorjaar opgerichte Birdlife International opdracht gekregen speciaal op de watervogels te letten. In totaal waren bijna 90 landen betrokken bij deze telactie, die beoogde een wereldwijde belangstelling voor de positie van trekvogels te kweken.

Naast de vogeltellers moesten ook de medewerkers van de regionale radio-omroepen gisteren vroeg uit de veren. Vlak na de “afgelaste velden” werden de luisteraars van radio Noord-Holland gisteren al om half negen op de hoogte gebracht van het feit dat een kolonie tafeleenden tijdens de trek naar het Zuiden even op adem kwam onder de Stichtse Brug, tussen Huizen en Almere, in gezelschap van wat aalscholvers en kneutjes. De studio's van de omroepen vervulden de gehele dag een functie als provinciale meldpunten. De reguliere uitzendingen werden geregeld onderbroken door de telresultaten en gesprekken uit het veld. Verlevendigd door vogelgezang uit een computergestuurd geluidsarchief, dat er voor zorgde dat als er in een interview gesproken werd over de koperwiek, deze vogel met behulp van een druk op de knop direct in de huiskamers te horen was.

Om vijf voor tien wederom grote opwinding in het Corversbos, als de eerste buizerd zich boven de bomen verheft. Een feestelijk moment voor de man met de turflijst in de klapstoel: “Omdat het nu warmer wordt voelen de buizerds de thermiek aantrekken. Dat is hup een paar vleugelslagen maken en dan kunnen ze zich weer honderden meters laten meezeilen. Daarom zie je ook altijd zoveel roofvogels boven de snelweg, die maken gebruik van die warme luchtstromen boven het asfalt.” Verrast kijkt hij op: “Hé, Merijn! Ik geloof dat er wat beweegt in dat net daar.” Met zijn twaalf jaar is Merijn het jongste lid van de Gooise vogelwerkgroep: “Twee jaar geleden op paddestoelenexcursie kwam ik ineens in zo'n groepje terecht. Ik vind het ontzettend leuk. Vooral als we veel soorten zien, en ik vind het ook leuk om vogeltjes vast te houden.” Bezorgd vraag ik mij af of de net gevangen tjiftjaf het wel zo leuk vindt om vastgehouden te worden, maar een ouder werkgroeplid stelt mij gerust, terwijl hij behendig een ring met datum en vangplaats losjes om het pootje klemt: “Die is nog vóór Studio Sport in Noord-Frankrijk en is dit dan allang weer vergeten.”

Aan de oever van de Oranjekom (voor dit waterbekken stak Prins Willem van Oranje nog de eerste spa in de grond) in de waterleidingduinen bij Vogelenzang gaat het zo tegen het middaguur wat kalmer toe dan in het bos, waar de vogels op soms grote hoogte en in groepen langstrekken. De krakeenden, nachttrekkers immers, dobberen loom op het water en laten zich makkelijk tellen door Hans Vader van de vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland. Ook de aalscholver en de fuut bezorgen hem weinig hoofdbrekens. Hij is toch al tevreden twee ijsvogels te kunnen doorbellen: “Op zich niet zo'n zeldzame vogel hier. Ze zitten vaak daar op dat hekje. Maar zo vroeg in het jaar is wel bijzonder, want ze komen uit het oosten hè. Kijk daar: dat is de eerste bruine kiekendief. Da's wel een heel mooie waarneming.”

Een gulle lach is mijn deel als ik vraag hoe groot de kans is dat deze “bruine kiek” al door een ander is geteld: “Die kans is praktisch nul, want we tellen maar met acht man in dit gebied. Nee, die blijft van ons.”

Toch blijft de twijfel knagen: hoe betrouwbaar zijn de uitkomsten van de nationale vogeltelling. Want als een vogel niet door twee mensen geteld kan worden, hoe groot is dan de kans dat hij geheel onopgemerkt ons land heeft gepasseerd? Volgens Coen Looij, die als regiocoördinator verantwoordelijk was voor de tellingen in vijftig van de 500 telroutes, is deze bezorgdheid niet aan de orde: “We hebben de belangrijkste water- en weidevogels heus wel goed in kaart gebracht. Als de uitkomst 360.000 kieviten is, neem dan maar van mij aan dat het er geen half miljoen waren. Maar het is een momentopname, dat geef ik toe, en de cijfers staan nogal op zichzelf. Als je volgend jaar op 10 oktober gaat tellen kun je de resultaten ook niet vergelijken. Het is extreem slecht weer in Scandinavië dit jaar, waardoor de trek van bepaalde vogels vroeg op gang gekomen is, en dat kan volgend jaar weer heel anders zijn.”

Nico de Haan van de Vogelbescherming benadrukt vanuit het zenuwcentrum bij Radio Utrecht het symbolisch karakter van de grote aantallen watervogels in ons land. Hoe groot het totale aantal vogels gisteren was in Nederland durft hij zelfs bij benadering niet te zeggen. Maar er waren bijna 28.000 kluten, dat is ruim driekwart van de bekende Europese populatie. En we weten uit boeken dat er in Europa 40.000 aalscholvers leven. De helft daarvan is gisteren in Nederland geteld. Dat is toch prachtig. En dan heb ik het nog niet eens over de spotlijster.

Eén keer eerder in Nederland gezien, en op deze dag in Limburg geteld. Tegen zoveel enthousiasme kan ik moeilijk opredeneren, dus vooruit: volgend jaar wordt er opnieuw geteld!

ARTHUR BELMON