Hartkloppingen, concurrentiestrijd en partijtjes op het scherp van de snede; Conflicten voeden collectieve vechtlust

Trio spelers op de reservebank bij het oefenduel van het Nederlands elftal tegen Jong Oranje. Van links naar rechts: John de Wolf, Jan Wouters en Marc Overmars. (Foto Michael Kooren)

NOORDWIJK, 11 OKT. Boven het bezwete, verhitte hoofd van Ulrich van Gobbel steeg een indrukwekkende damp op. Dennis Bergkamp keek strak voor zich uit, Bryan Roy agressief, John de Wolf trots en Erwin Koeman met een satanische grijns. De strelende blikken van de fans voelden ze niet eens. Ze stonden "op scherp', de spelers van de Oranje-selectie.

Wie zou hen nog moeten vertellen welke belangen woensdag tegen Engeland op het spel staan? Ruud Gullit en Johan Cruijff, ieder via zijn eigen medium? De pers via zijn opgewonden boodschappen? Wie het ook doet, bondscoach Dick Advocaat vaart er wel bij. Conflictsituaties zijn "de kleine generaal' welkom nu de doodsklok heeft geluid. Op een of andere manier schijnen die altijd uitwerking op de collectieve vechtlust te hebben. Conflicten zorgen voor beweging, ze houden de betrokkenen wakker.

Indringend waren de kreten die Advocaat vrijdagmiddag tijdens het oefenpartijtje over het veld van het Noordwijkse SJC liet schallen. Selectief waren ze ook. Roy kreeg luid en duidelijk een compliment naar zijn hoofd geslingerd als was het een belediging, toen hij een toch vasthoudende back als Van Gobbel zowaar tackelend de bal afhandig maakte, vervolgens Winter onuitstaanbaar "uitkapte' en de bal pasklaar op de voet van Bergkamp legde.

Hij was sterk, geconcentreerd en schotvaardig, de schichtige, geoliede en fantastische Bryan Roy. Was hij woensdag maar zo, want met Roy weet je het nooit. Maar toch! Zo hadden ze hem weinig gezien bij Ajax, mogelijk zelf niet eens op de training. Zijn bewegingen waren mooi. Zo behendig, impulsief, kunstzinnig en Italiaanser geworden.

Hij is doelgerichter geworden. In Noordwijk scoorde hij een keer met een stift. Tijdens de oefenwedstrijd zaterdagmiddag in Amsterdam scoorde hij twee keer, waarvan eenmaal met een hard, onverbiddelijk diagonaal schot na zo'n typische Roy-actie. Jammer dat het nooit iets is geworden tussen de introverte Roy en de Ajax-trainer, de extroverte Van Gaal.

De manier waarop Advocaat Dennis Bergkamp langs een psychologische weg probeerde te helpen. Zoeken tussen de harde en de zachte manier. Niet te veel kritiek, niet te weinig en applaus na een geslaagde actie. Spitsen zijn niet allemaal artiesten, niet allemaal als Van Basten. Het zijn killers of gevoelsmensen. Bergkamp - van origine een gevoelige buitenspeler - twijfelde. Dat zag je aan zijn spel. Vorm is ondefinieerbaar, ook voor hem. Maar hij vocht op de trainingen. Echt met heel zijn hart.

Herinnering aan dat mooie doelpunt tegen Engeland op Wembley moet hem uit de put helpen. Het is een truc van psychologen het mooiste moment uit het leven van hun patiënt op te roepen om te laten zien waartoe hij in staat is, een middel om het zelfvertrouwen terug te brengen. Dennis, je kunt het, dat is niet maar zo verdwenen, niet omdat je bij Inter speelt.

Wim Jonk zag je ook twijfelen. Hij zocht te veel Bergkamp, ook in die oefenpartijtjes. Omdat men hem heeft doen geloven dat hij met Bergkamp een twee-eenheid is. De kans is daarom groot dat hij woensdag niet speelt. Ook Marc Overmars maakt mindere tijden door. Tegenstanders doorzien hem intussen. Passeren gaat hem niet meer zo gemakkelijk af, zijn repertoire blijkt beperkt, zijn kracht ook, zijn voorzetten zijn niet op maat. Twijfels knagen aan gevoelsvoetballers. Wat kun je als bondscoach anders doen dan kijken, analyseren, strelen en voorzichtig prikkelen? Zeggen dat kwalificatie voor het wereldkampioenschap op het spel staat. Dat ze moeten, domweg moeten winnen.

Jan Wouters, Ronald Koeman en Frank Rijkaard hoef je niets meer te vertellen. Die kennen de voetbaloorlog. Daarom was de terugkeer van Erwin Koeman allerminst verassend. Zoals hij PSV overeind hield, zoals hij de laatste weken vrije schoppen inschoot, zo'n voetballer moest Advocaat wel selecteren.

Ulrich van Gobbel is zo'n type. 's Lands martelaar, een toekomstige volksheld. Met zijn emotionele manier van spelen overschrijdt hij de grens van het toelaatbare, ook bij zulke partijtjes. Maar voor een coach, voor het elftal, voor de natie is hij belangrijk. John de Wolf is zo'n speler. Met de uitstraling voor niets en niemand bang te zijn. Een verdediger die tiert en scheldt op zijn medespelers, hen scherp houdt en ze luid vervloekt als ze fouten maken. Advocaat zal zulke spelers nodig hebben tegen de Engelsen, van oudsher een voetbalras dat geen vrees kent.

Vanuit den vreemde liet Johan Cruijff vorige week in l'Equipe Magazine weten dat Nederlandse voetballers in veel wedstrijden “een misplaatst gevoel van superioriteit” tonen, vooral tegen Noorwegen en Polen was dat het geval. Ze hebben het nodig met beiden benen op de grond gezet te worden, meende hij. Advocaat kan het niet anders dan met hem eens zijn.

Maar daarmee wordt hij niet ontheven van zijn taak de spelers van het belang te doordringen en hen te stimuleren. Zelfs doorgewinterde profs zijn snel met zichzelf ingenomen. Vooral in een ongelijke strijd als de Nederlandse competitie voelen spelers van topclubs zich heel snel een god.

Laten de media in de aanloop van het duel maar openlijk en dagelijks naar opstellingen gissen, laat het volk zich maar roeren, laat de aandacht maar groter en scherper worden, laat een bioscoopbezoek zoals vrijdag aan Clint Eastwood maar tergen dat de wereld niet deugt. Een bondscoach heeft niets liever, wanneer het aankomt op prikkeling. Advocaat is zelf lang genoeg profvoetballer geweest om te beseffen welke onvermoede krachten in een spanningsveld bovenkomen.

De kwalificatie-vibraties waren de eerste dagen van de voorbereidingsstage al duidelijk merkbaar. Hartkloppingen, concurrentiestrijd, onderlinge partijtjes op het scherp van de snede, scheldpartijen na een onterechte corner, verzwegen blessures. Het zijn kinderspelletjes. Partijtjes zijn daarom vaak zo veel leuker dan een wedstrijd. Wat ontbreekt is het lawaai van het publiek, maar vooral de provocaties, de smerige overtredingen, de zuigende praatjes en de elleboogstoten. Manoeuvres die spelers als Bergkamp, Roy en Jonk uit hun spel halen, gedrag dat Engelsen als weinig anderen beheersen. Wedstrijdsimulaties hebben helaas hun beperkingen.