Financiële beschouwingen

Als morgen de financiële specialisten in de Tweede Kamer uitwijden over de gulden en over verleden, heden en toekomst van het Europese Monetaire Stelsel, is dat gewoon om de spreektijd te vullen. Het onderwerp is voor Nederland niet controversieel, omdat wij, net als Oostenrijk en Zwitserland, al lang een sterke munt hebben en die reputatie niet onnodig willen opgeven. "Reputatie' was voor Homerus al het meest waardevolle dat een man kon verwerven, en voor het monetaire beleid geldt dat nog steeds. Een goede reputatie betekent dat de geldvoorziening stabiel en zo voorspelbaar mogelijk is. Dat maakt het makkelijker voor burgers om een hypotheek voor 20 of 25 jaar op hun huis te nemen, en voor Akzo en Philips om lang te lenen voor investeringen. Het opbouwen van een solide reputatie is een moeizame zaak van vele jaren - kijk volgende week maar naar de tv-serie van Roel Janssen - en waarom zouden we die moedwillig weggooien?

Zelfs als morgen het Constitutionele Hof in Karlsruhe komt met een belangrijke uitspraak over het verdrag van Maastricht, hoop ik nog steeds dat de Kamerleden ruggegraat tonen en niet te lang uitwijden over de onzekere monetaire toekomst terwijl er zo veel urgentere problemen dichter bij huis zijn. Als Gerrit Terpstra (CDA), Ad Melkert (PvdA), Rudolf de Korte (VVD) en de andere Kamerspecialisten deze week een nuttig debat willen voeren, moet dat niet gaan over Maastricht - wanneer de ene munt er ooit komt, mogen wij heus wel meedoen - maar over de werkloosheid.

Want terwijl de Tweede Kamer vergadert, neemt de werkloosheid toe. Tijdens de financiële beschouwingen van deze week komen er weer 750 werklozen bij. Voor wat betreft de oorzaken is iedereen het er wel over eens dat de recessie in Duitsland onze economie meetrekt naar beneden. Daar is weinig aan te doen. De buitenlandse handel is dit jaar bijna even slap als in 1975, 1981 of 1982, en dat waren ook allemaal jaren met een snel stijgende werkloosheid. Sommige landen compenseren voor de zwakke conjunctuur in het buitenland door hun munt te laten devalueren, zodat hun bedrijven makkelijker kunnen concurreren. Zo komen Engeland, Italië en Spanje er nu gemakkelijker vanaf dan de landen met een hardere munt zoals Nederland, Oostenrijk en Zwitserland.

Maar in Nederland voelt bijna niemand er voor om de gulden te laten "zweven'. Het is ook niet zo zeker of onze munt dan wel goedkoper zou worden; misschien gaat een vrije gulden wel omhoog ten opzichte van de Duitse mark. De Amerikaanse economen Blanchard, Dornbusch, Modigliani en Samuelson die toch de gulden willen laten zweven, bedoelen dan ook dat De Nederlandsche Bank zo veel geld zou moeten drukken dat de gulden gegarandeerd aan reputatie verliest en dus minder waard wordt. Tien jaar geleden lieten politici in Nederland nog wel eens zo'n proefballon op - bij voorbeeld Thijs Wöltgens die opperde om het goud van De Nederlandsche Bank te gelde te maken - maar tegenwoordig laten wij de Amerikanen maar praten.

Dat de werkloosheid dit jaar stijgt, is onvermijdelijk, maar dat die al jaren lang zo hoog is, ligt wel degelijk aan het binnenlandse beleid. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau blijkt dat er één baan verloren is gegaan voor iedere veertigduizend gulden die de overheid uitgeeft, maar eigenlijk bij een beter beleid had kunnen besparen. We weten dat de staat, de gemeenten en de bedrijfsverenigingen al vele jaren miljarden aan overbodige uitgaven doen, en ieder miljard heeft dus vijfentwintigduizend banen gekost. Andersom komen er in Nederland vijfentwintigduizend banen bij als de overheid of de bedrijfsverenigingen een miljard uitsparen, zodat de belastingen of de premies naar beneden kunnen.

Sommige conservatieve Kamerleden willen wachten tot 1996 of 1997 met belastingverlaging en eerst het financieringstekort tot bijna nul reduceren. Waarom? Drie of vier jaar is niet veel in de geschiedenis van een land, maar heel erg lang voor wie op werk wacht. Nederland is heus uit de financiële gevarenzone, ten eerste omdat de overheidssector al kleiner is dan tien jaar geleden, en bovendien omdat nu de dure staatsleningen uit de tijd van Ruding aflopen en worden vervangen door nieuwe leningen tegen een rente die vele procenten lager is. Daarom kan de minister van financiën elke gulden die de overheid en de bedrijfsverenigingen nu besparen direct doorgeven aan de burgers voor lagere belastingen en meer werk.

Eén kolossale besparing ligt binnen handbereik. De financiële specialisten kunnen deze week eisen dat GAK-president De Jong en zijn "kabinet' ontslag nemen zodra blijkt dat de Kamer de kritiek deelt van de enquêtecommissie. De top van GAK en bedrijfsverenigingen heeft niet alleen een wanbeleid gevoerd ten opzichte van zieken en WAO'ers, maar bovendien toegestaan dat de eigen salarissen in elf jaar tijd met dertig procent meer stegen dan elders bij de overheid. Dat laatste alleen al betekent negenhonderd miljoen gulden méér aan sociale premies. Draai die zaak terug, ontsla de incompetente bestuurders en verlaag alle premies overeenkomstig: dat levert op termijn alvast meer dan twintigduizend banen op door lagere premies.

Is dat hard tegen De Jong c.s.? Misschien wel, maar Kamerleden van zes politieke partijen hebben al geconcludeerd dat de GAK-bestuurders jammerlijk hebben gefaald. Ze kenden zichzelf een salaris toe dat hoger is dan dat van een minister; bij zo'n hoge beloning hoort ook het risico van ontslag bij gebleken falen. Is dat hard tegen de werknemers van GAK en bedrijfsverenigingen? Zeker, want zij konden het niet helpen dat hun bestuurders onbekwaam en soms kwaadwillig waren. Maar de berekeningen van het Planbureau suggereren dat hun 30 procent extra loonsverhoging wél twintigduizend banen heeft gekost. Wat moet dan het zwaarste wegen? Daarvoor hebben wij een Tweede Kamer, die moet kiezen tussen de gevestigde belangen van de GAK-bureaucratie en die van de werklozen.

Zodra er interim-managers zijn aangesteld bij het GAK en bij een paar slecht bestuurde bedrijfsverenigingen (Sociaal Fonds Bouwnijverheid, Horeca, Druk- en Papier, BVG) kunnen die gaan werken aan de uitvoering van de nieuwe ziektewet die in december door de Eerste Kamer moet komen. Bij goed management kan die wet direct het nationale ziekteverzuim met twee tot drie procentpunten terugdringen, en dat betekent opnieuw een overeenkomstige verlaging van de premiedruk en nog eens tienduizenden banen extra.

Robeco-bestuurders Korteweg en Van Duyn schreven vorige maand dat Nederland nu een "vechtmaatschappij' moet worden: geen minimumloon meer, en veel lagere uitkeringen. Dat gevaar dreigt als de Kamerleden de weg van de minste weerstand kiezen, speculeren over de Europese Monetaire Unie in 1997 of 1999 en intussen niet de moed hebben om te beslissen op een paar punten waarover ze wel macht hebben. Terpstra, Melkert, De Korte en hun collega's zijn verantwoordelijk voor onze totale belasting- en premiedruk. Zakelijk optreden tegen GAK en bedrijfsverenigingen kan die druk miljarden naar beneden brengen.