Ex-ministers: verwijten Thatcher "flauwekul'

LONDEN, 11 OKT. Margaret Thatcher herschrijft de geschiedenis - met een pen die in gif is gedoopt.

Dat hebben voormalige Conservatieve ministers uit haar kabinet en Tory-gezinde media geconcludeerd naar aanleiding van voorpublikaties van de memoires van de voormalige Britse premier, die zijn verschenen in de Sunday Times. In die memoires, die verschijnen onder de titel The Downing Street Years, laat Margaret Thatcher zich niet zeer positief uit over een aantal van haar vroegere collega's en medewerkers.

Over haar opvolger John Major schrijft Thatcher dat ze hem mocht en dat ze zijn loyaliteit op prijs stelde, maar dat hij “slecht op zijn gemak was met grote ideeën”, waardoor ze zich gedwongen zag anderen bij de discussies over belangrijke kabinetsstrategieën te betrekken. Major, aldus Thatcher, was geneigd “conventionele wijsheden” te accepteren, vooral op het gebied van de EG en de Britse economie.

Ook Nigel Lawson, haar minister van financiën, krijgt in de memoires forse kritiek. Thatcher maakt duidelijk hem te respecteren om zijn intellect. Maar hem wordt in de memoires wel verweten “een eigen” monetair beleid te voeren door de pond te koppelen aan de Duitse mark, de teugels van de rentetarieven te laten vieren en een snelle economische groei te stimuleren, die in het begin van de jaren negentig uitliep op een zware recessie.

De felste kritiek bewaart Thatcher in haar memoires echter voor haar toenmalige minister van buitenlandse zaken, Sir Geoffrey Howe, die ze ziet als de man die haar eigen val in november 1990 voorbereidde met zijn uiterst kritische afscheidsrede. Dat, aldus Thatcher, was “zwartgalligheid en verraad”.

Sommige betrokken ministers en de Conservatieve media sloegen dit weekeinde direct terug. Ze verwijten Thatcher verbitterd te zijn over haar afscheid als premier. Howe bestempelde de uitlatingen van Thatcher als “heel droevig”. “Het verdriet me dat ze de reputatie van haar grote prestaties afbreuk doet door anderen de schuld te geven van wat er misliep”. Lawson liet zich in dezelfde zin uit: “Ze zoekt zondebokken onder haar nauwe medewerkers. Ik denk dat ze geen inzicht heeft in de redenen die de partij tot het besluit brachten dat ze moest gaan. Ze geeft de schuld aan anderen”, zei hij. Het verwijt een eigen mometair beleid te hebben gevoerd was volgens Lawson “flauwekul”. David Mellor, een andere minister die onder Thatcher moest opstappen, vond haar “gemeen”. (Reuter, AP)