Edo de Waart blijft bij de omroeporkesten tot minstens het jaar 2003

AMSTERDAM, 11 OKT. Edo de Waart heeft een contract getekend dat hem de komende tien jaar aan het Muziekcentrum van de Omroep bindt als artistiek leider en als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Volgens De Waart, die die functie al vijf jaar bekleedt, is die “ongebruikelijk” lange termijn een bewijs van zijn vertrouwen in de kwaliteit en de toekomst van het Muziekcentrum, dat vanaf 1 januari 1995 zal worden losgemaakt van het NOB en als een zelfstandige stichting verder gaat.

Het door de minister van WVC te benoemen nieuwe bestuur van het Muziekcentrum zal bestaan uit drie leden die door de NOS worden aangewezen en drie onafhankelijke leden, onder wie de voorzitter, die door WVC worden voorgedragen. Het Muziekcentrum zal, in nauw overleg met de omroepen, ook een zelfstandiger en eenduidiger artistiek beleid kunnen gaan voeren. De activiteiten van het Muziekcentrum blijven gericht op het produceren van muziek voor uitzending via radio en tv, maar cd-opnamen en eigen produkties en operabegeleidingen zijn daarbij niet uitgesloten.

Edo de Waart vindt zijn nieuwe contract na de discussie vorig jaar over bezuinigingen op de omroeporkesten een “investering in kwaliteit en een signaal naar buiten dat ik veel belang hecht aan het werk bij de omroeporkesten.” Hij verwacht veel van een ambitieuzere programmering, die mogelijk is omdat de omroepen beter samenwerken. Zo dragen NOS en VPRO nu bij aan de serie concerten in de "Matinee op de Vrije Zaterdag' van de Vara.

De Waart zal zestien weken per jaar in Hilversum werken en daarnaast de komende jaren geleidelijk aan langer verblijven in Sydney, waar hij chef-dirigent is van het Sydney Symphony Orchestra. Zij gastdirecties beperkt hij tot het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest en orkesten in San Fransisco, Boston en Berlijn.

Het Muziekcentrum heeft minister d'Ancona (WVC) een beleidsplan overlegd, waarin tegemoet wordt gekomen aan de geeiste bezuiniging van 5 miljoen gulden op de orkesten ten bate van meer film op tv. Op de musici en de orkesten zal niet worden gekort, de bezuiniging zal worden gerealiseerd door voordelen als gevolg van de verzelfstandiging en een grotere efficiency.

Wel wordt de omvang van twee orkesten enigszins gewijzigd: het Radio Filharmonisch Orkest gaat van 97 naar 108 leden, het Radio Symfonie Orkest van 93 naar 84. Het Radio Kamerorkest, het Metropole Orkest en het Groot Omroepkoor blijven op hun huidige sterkte. Waarschijnlijk zal dirigent Frans Brüggen, nu artistiek leider van het Radio Kamerorkest, die functie neerleggen omdat hij onvoldoende tijd en belangstelling heeft voor de niet strikt-muzikale beslommeringen. Wel wordt verwacht dat hij vast gastdirigent zal worden.

Binnenkort zal worden begonnen met de verbouwing en uitbreiding van de huisvesting van het Muziekcentrum, het voormalige Vara-complex aan de Hilversumse Heuvellaan. Er zal op grond van akoestische adviezen van ir. Peutz en naar het voorbeeld van de nieuwe concertzalen in Den Haag en Enschede, waarbij hij ook was betrokken, een nieuwe grote studio worden gebouwd door architect Pi de Bruin. Het NOB financiert deze verbouwing die 20 miljoen kost en verhuurt het gebouw vervolgens aan het Muziekcentrum. De huidige studio's zijn te klein voor het repeteren van het grote repertoire.

Hoewel de omroeporkesten ten behoeve van radio en tv-opnamen veel optreden in concertzalen (vooral in Amsterdam en Utrecht), vindt De Waart het noodzakelijk om ook meer dan totnutoe opnamen te maken in de studio, omdat daar niet de druk bestaat om het repertoire aan te passen aan de wens de zaal vol te krijgen. De nieuwe studio krijgt slechts een publiekscapaciteit van 200.

Het Muziekcentrum wil ook meet contacten gaan leggen met de conservatoria en daarmee bijdragen aan de verbetering van het imago van de orkestmusicus. Ook zullen er meer compositieopdrachten worden verstrekt. In 1996 zal De Waart zelf de dirigentencursus van het Muziekcentrum gaan leiden.