Badmintonbond kweekt vriendenclub

DEN BOSCH, 11 OKT. Het is even wennen, maar de kogel is dan toch eindelijk door de kerk: de badmintonbond goes modern. Na de voetbalclubs met hun sky-boxes en hun businessclubs, met de daarbij behorende vip-behandeling, gaat nu ook de NBB actief op jacht naar externe geldschieters.

Tijdens de Dutch Open in Den Bosch, waar de belangrijkste prijzen gingen naar Indonesië (Susanti) en Denemarken (Hoyer-Larsen), werd de "Vriendenclub NBB' opgericht, die op korte termijn het jeugdbadminton gaat ondersteunen en waar in de toekomst een hoofdsponsor voor de bond uit tevoorschijn zou moeten komen.

In tegenstelling tot veel andere bonden is de NBB in alle opzichten nog steeds bescheiden. Het lidmaatschap van de "vriendenclub' kan al voor duizend gulden per jaar verworven worden. Dat is in vergelijking met andere sporten aan de lage kant. Maar ook de wensen van bijvoorbeeld bondscoach Franssen rijzen bepaald de pan niet uit: “Met het huidige budget kunnen we al heel wat doen, maar twee ton per jaar extra zou ons zeer welkom zijn. We beperken ons nu tot het spelen van toernooien in Europa. De grand-prixtoernooien in Azië moeten we aan ons voorbij laten gaan.”

De NBB zit in diverse opzichten nog in een moeilijke positie. Bezoekers van de grote evenementen constateren, dat badminton weliswaar een fraaie kijksport kan zijn, maar dat er geen vedetten à la Richard Krajicek, Bettine Vriesekoop of Ron Zwerver rondlopen met wie men zich kan identificeren. Bondsvoorzitter Nouwt: “Zoiets kun je niet afdwingen. Dat gebeurt onverwacht. Wat wij doen, is een zo goed en consequent mogelijk beleid neerzetten. We doen dat met vijf steunpunten naast het nationale trainingscentrum in Nieuwegein. We bereiken zo'n honderd spelers. Verder doen we er alles aan om onze evenementen een zo fraai mogelijk aanzien te geven. We komen dit jaar veel op de televisie en we willen dat de toernooien er prima uitzien.”

De gemoedelijkheid, die zo typerend is voor de badmintonwereld, ervaart bondscoach Franssen als een groot nadeel: “Onze spelers worden opgeleid in de gezelligheidssfeer. Op het gebied van mentaliteit valt er heel wat te verbeteren. Maar dat is moeilijk, want dat sfeertje heerst niet alleen bij spelers, maar ook bij begeleiders en bij de bestuurders.” Enigszins typerend was op de finaledag bijvoorbeeld, dat het meeste lawaai niet werd geproduceerd door Nederlandse toeschouwers, maar door het personeel van de Indonesische ambassade uit Den Haag.

Van de huidige generatie top-badmintonners zijn er slechts enkelen die zichzelf het predikaat "professional' mogen geven. Chris Bruil kon de hoge verwachtingen niet inlossen. De Rotterdammer Jeroen van Dijk bereikte de achtste finales. Bondscoach Franssen: “Het zijn spelers met een totaal verschillend karakter en uitstraling. Chris had wel wat meer last van de spanning. Daardoor presteerde hij minder dan Jeroen.”

Franssen is een voorstander van een zakelijker relatie met zijn spelers. Hij kan zich voorstellen dat er in de toekomst contracten met spelers worden gemaakt, waarin ook verdelingen worden gemaakt over bonds-investeringen tegenover prijzengelden. “Maar de tijd is hier nu nog niet rijp voor.”

De afgelopen dagen, met een record aantal betalende toeschouwers in de Bossche Maaspoort, kwam het grootste badmintonspektakel uit Azië en Scandinavië. De Indonesiërs wonnen twee finales; de Maleisiërs, Denen en Zweden elk één. De grootste surprise was de triomf van de Deen Hoyer-Larsen, die olympisch kampioen Kusuma met 11-15, 15-5 en 15-11 versloeg. Hoyers landgenote Camilla Martin kwam bij lange na niet zo ver tegen 's werelds beste speelster Susi Susanti (11-7, 11-1).

De ijzeren hand waarmee de Aziaten regeren, zal nog geruime tijd zijn dictatoriale werk blijven doen, meent Hoyer-Larsen. “Er zijn momenteel tien, twintig spelers van gelijk niveau. Ik ben er één van; een ander is mijn landgenoot Stuer-Lauridsen. Maar het gros komt uit Azië. In een land als Indonesië heeft men veel meer geld om de jeugd op te leiden.”

“In Nederland is het gebrek aan concurrentie fnuikend”, zegt bondscoach Franssen. “We hebben hooguit 25 spelers die zich serieus met topsport willen bezighouden. Twintig zitten er al in de nationale selecties en slechts vijf daarbuiten. Vandaar dat we binnen de NBB ook bewust een breedtebeleid voeren, alleen al om de spelers onderling scherper te houden.”