Zutphen; Niet elke bouwval kan monument zijn

Zo'n 350 Rijksmonumenten herbergt het rustieke Hanzestadje Zutphen en burgemeester en wethouders zijn er trots op dat er jaarlijks "miljoenen' naar de gemeentelijke monumentenzorg gaan. Maar je kunt ook overdrijven, vinden ze. Niet elke "puist in de stad' hoeft op de monumentenlijst.

ZUTPHEN, 9 OKT. Wie opgravingen bezoekt, heeft meestal enige culturele bagage en een flinke dosis fantasie nodig om zich voor te kunnen stellen hoe onze voorvaderen leefden. In Zutphen zijn ongeveer diezelfde kwaliteiten nodig om in de bouwval die in het centrum van de stad staat naast de veertiende-eeuwse Nieuwstadskerk, nog "een waardevol stuk negentiende eeuws bouwkundig erfgoed' te herkennen of "een laatste staaltje authentieke Willem II-gothiek'. Ingevallen muren zijn het, met sloophout en spaanplaat dichtgetimmerde ramen en graffiti, gras en onkruid dat in alle hoeken en gaten welig tiert.

Toch stond Zutphenaar H. de Bruin onlangs naar eigen zeggen “met de vuisten diep in de zakken en de tranen in de ogen” toe te kijken hoe slopers de hand sloegen aan het gebouw. “Met grof geweld sloopten ze de laatste kenmerkende onderdelen van het Hubertusgebouw”, schreef hij nog diezelfde dag in een verontwaardigde brief aan burgemeester en wethouders van de stad. “Blinde vernieldrift” was het, die voor de verantwoording kwam van een “incapabele wethouder”.

De Bruin is voorzitter van de Stichting De oude HBS, twaalf jaar geleden opgericht en zich inspannend voor het negentiende-eeuwse erfgoed van de stad. Vijf jaar lang is de stichting in de slag met het Zutphens gemeentebestuur om het Hubertusgebouw in ere te herstellen. Het uit 1851 daterende gebouw diende ooit als onderkomen voor Zutphense religieuzen en deed in de loop der jaren dienst als schoolgebouw en herbergde verder een muziekschool, culturele verenigingen en hobbyclubs. In 1981 zette Zutphen het op de gemeentelijke monumentenlijst, in 1983 kwam het leeg te staan en sindsdien is het snel bergafwaarts gegaan met het Hubertusgebouw.

Vele brieven en rapporten gingen van de stichting De oude HBS naar de gemeente en de eigenaar, het bestuur van de RK parochiegemeenschap St. Jan en Emmanuel - zonder resultaat. Vorig jaar besloot de gemeenteraad tot overmaat van ramp het gebouw van de gemeentelijke monumentenlijst te schrappen. De stichting tekende protest aan bij de Raad van State, die nog steeds geen uitspraak in deze zaak heeft gedaan. Het gaat dus volgens De Bruin al helemaal niet aan om de sloper op het gebouw los te laten. Maar dat was precies wat de gemeente vorige week deed.

De ambtenaren hadden, zo stond in een brief aan het kerkbestuur, “tot onze schrik geconstateerd” dat het Hubertusgebouw in een zeer slechte bouwkundige staat was en sommeerde het kerkbestuur “voor passanten gevaar opleverende stukken” van het gebouw te slopen. De Bruin restte niets anders dan toe te kijken en aangifte te doen bij de Zutphense politie van moedwillige vernieling. Een wanhoopsdaad, getuigt hij zelf.

Volgens De Bruin zijn het kerkbestuur en de gemeente al die jaren "twee handen op een buik' en heeft de eigenaar het gebouw willens en wetens laten verkrotten. Het bestuur vindt het Hubertus maar een sta-in-de-weg voor het aanzicht van de monumentale veertiende-eeuwse Nieuwstadskerk. De afgelopen jaren brak er drie maal brand uit en werden wegens instortingsgevaar al twee zijvleugels van het Hubertus gesloopt. Dat was allemaal te voorkomen geweest, vindt De Bruin.

Gemeente en het kerkbestuur denken daar uiteraard anders over. Volgens een woordvoerder van de parochie is het Hubertusgebouw “een puist in de stad, die al jaren geleden gesloopt had moeten worden”. “We hadden laatst monumentendag, dan schaam je je voor je stad. Als ik thuis visite krijg ruim ik toch ook op. Dat moet hier gewoon ook gebeuren.”

En wethouder B. Winsemius, verantwoordelijk voor het Zutphens monumentenbeleid, is vooral onderkoeld kwaad. Er is geen sprake van laakbaar beleid of onzorgvuldigheid, laat hij weten. Het Hubertus was gewoon “een volstrekte bouwval” geworden, die zo snel mogelijk helemaal gesloopt moet worden. Op het niveau waarop de stichting De oude HBS zich tot hem persoonlijk wendt, wil hij helemaal niet discussiëren. “Het lijkt me niet slim me publiekelijk in dergelijke bewoordingen uit te laten.”

Een vruchtbare dialoog lijkt niet in het verschiet te liggen in bouwkundig Zutphen. Winsemius: “Moet u luisteren. Die hele stichting van meneer De Bruin bestaat uit niet meer dan twee personen. In dit land hebben die het recht dergelijke zaken jaren op te houden.”

En De Bruin: “Dat is nou slap zeg. Okee, we hebben maar vijf mensen in het bestuur en we zijn een kleine groep: maar we hebben wel een visie op negentiende-eeuwse architectuur. En dat kun je deze wethouder niet toedichten. Je mag tegenwoordig kennelijk je mond niet meer opendoen in het openbaar.”

    • Frank Poorthuis