Zuid-Afrika praat zich er uit

Het gaat goed met Zuid-Afrika. De stelling is broos en kan morgen achterhaald zijn. Eén moment van onoplettendheid van Nelson Mandela's bodyguards kan het land in een nieuwe crisis storten. Het gevaar van een burgeroorlog is niet denkbeeldig. Maar wie even afstand neemt van het geweld en de oorlogstaal en de voortgang nuchter bekijkt, ziet dat in Zuid-Afrika met horten en stoten een uniek harmoniemodel groeit, dat hoop geeft voor de uitkomst van deze revolutie-per-gesprek.

Apartheid voorkwam dat in Zuid-Afrika één natie ontstond. Van een "mood of the nation' is dan ook geen sprake. De zwarte krotbewoner, nog steeds werkloos en levend van de gaarkeuken, heeft een heel ander idee over de vooruitgang dan de blanke zakenman, voor wie de wereld weer opengaat. Maar toch, voor het eerst in de twee jaar dat ik hier ben, waart een voorzichtig optimisme rond dat Zuid-Afrika zichzelf uit de misère omhoog kan trekken.

Deze breuk met de zwartgalligheid is veroorzaakt door de eerste resultaten van de eigensoortige democratie, die zich aan de onderhandelingstafel in het World Trade Centre nabij Johannesburg heeft ontwikkeld. Voormalige vrijheidsstrijders en onderdrukkers, die elkaar vier jaar geleden nog als demonische vijanden afschilderden, hebben daar een cultuur van geven en nemen ontwikkeld. De dagen zijn gevuld met debatten in het openbaar en pragmatische onderonsjes achter de schermen die tot compromissen leiden. Zo kwam de wetgeving tot stand die zwarte partijen tot de verkiezingen van 27 april 1994 voor het eerst de mogelijkheid biedt het land mee te regeren in de Uitvoerende Overgangsraad.

Dit circus van de nieuwe consensus presenteerde zich vervolgens op het wereldtoneel. De Zuidafrikaanse delegatie bij de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds in Washington bestond uit vertegenwoordigers van zowel ANC als Inkatha, de Nationale Partij en de Democratische Partij. Ze hadden vooraf overeenstemming op hoofdlijnen bereikt over de economische ontwikkeling na de apartheid, om vertrouwen te wekken bij de buitenlandse investeerders. De voormalige predikers van nationalisatie van banken en mijnen haalden de minister van financiën soms rechts in.

Nelson Mandela vroeg de wereld een einde te maken aan de economische sancties tegen Zuid-Afrika. Zijn pleidooi werd kracht bijgezet met drieduizend videobanden, waarop behalve Mandela, ook bisschop Tutu, de directeur van de beurs in Johannesburg, en zwarte en blanke zakenmensen samen Zuid-Afrika als investeringsmogelijkheid aanprijzen. De vertrouwensindex van het bedrijfsleven steeg voor het eerst sinds november 1990, economen verklaarden de recessie van vijf jaar ten einde, en het begon nog te regenen ook.

De co-existentie blijft niet beperkt tot de elites. Op veel kantoren werken zwart en blank samen, niet meer in de baas-knechtverhouding, maar als gelijkwaardige collega's. De eerste blanke pompbediendes dienen zich aan. Steeds meer scholen zijn gemengd. In de restaurants van Johannesburg, Kaapstad en Durban zitten Zuidafrikanen van alle huidskleuren door elkaar. Op de squashbaan slaan blanke en zwarte collega's een balletje. In hoog tempo groeit een zwarte middenklasse, die de onveilige "townships' verruilt voor de voorheen blanke "suburbs'. De buren die deze week voor de rechtbank hun getuigenis aflegden over de moord op de zwarte leider Chris Hani voor diens huis, waren blank. Blanken die hun hele leven bewust zijn weggehouden van landgenoten met een andere huidskleur, zien nu dat hun zwarte buurman ook gewoon op zaterdag de auto wast en op zondag naar de kerk gaat.

Het merkwaardige vacuüm van een minderheidsregering die niet meer kan regeren en een meerderheidspartij die nog niet mag regeren, heeft partijen tot elkaar veroordeeld. Het Zuidafrikaanse harmoniemodel bestaat uit fora. Terreinen als onderwijs, economie, lokaal bestuur, toerisme en jeugdbeleid hebben elk hun eigen onderhandelingsforum gekregen, waarin alle belanghebbenden een stem hebben in het beleid en tegenstanders elkaar bij de voornaam noemen. Dat levert verrassende resultaten op. Het Nationale Jeugdontwikkelingsforum bereidt grote werkgelegenheidsprojecten voor om de lost generation van werkloze, onopgeleide jongeren van de straat te houden. In het Nationale Economische Forum streden werkgevers, werknemers en consumenten deze week gezamenlijk tegen een verhoging van de benzineprijs, maar deze keer boog de regering niet. Zuid-Afrika plukt de vruchten van een sterke civil society met hoog opgeleide mensen in alle bevolkingsgroepen, waarmee het land een aanzienlijk beter vertrekpunt heeft dan de meeste Afrikaanse landen na de dekolonisatie.

Alles is zo langzamerhand onderhandelbaar. Nu het cruciale moment van het opstellen van de interim-grondwet nabij is, praat iedereen met iedereen. Het toppunt van flexibiliteit was het gesprek tussen het ANC en het ultra-rechtse Afrikaner Volksfront over een eigen gebied voor Afrikaans-sprekende blanken (door de cabaretier Pieter-Dirk Uys omgedoopt tot "Boerassic Park'). Het was meer dan rechts kon verdragen - de onderhandelaars namens het AVF werden voorlopig teruggefloten door de ultra-ultra's in eigen kring. Maar de wil tot onderhandelen is bij rechtse Afrikaners niet verdwenen. Het duidt op de overtuiging binnen het denkend deel van de Zuidafrikaanse politiek dat een burgeroorlog niemand vooruit zal helpen, ook niet de Afrikaner met hypotheek, landbouwbedrijf en kinderen op school. De komende weken moet blijken of de gesprekscultuur ook het gevaar van gewapende opstand kan neutraliseren.

Als dat lukt, kunnen de politici zich opmaken voor een verkiezingscampagne waarin het harmoniemodel even op sterk water gaat. De partijen weten dat het er laag-bij-de-gronds aan toe zal gaan, en dat al het vuil uit het verleden zal worden opgedist. Ook dit gaat gepaard met een hoge dosis pragmatisme. “We zullen het ANC keihard moeten aanpakken”, legde een hoge partijstrateeg binnen de regerende Nationale Partij me onlangs uit. “Maar het ANC moet beseffen dat het de enige manier is om onze achterban bij ons te houden. Daarna kunnen we met elkaar regeren”.

Bij al deze positieve tendensen blijft het gevaar door te schieten in te veel optimisme. De grote "deal' tussen alle partijen over de mate van federalisme in de nieuwe grondwet is er nog niet. Nelson Mandela meent dat het ANC genoeg concessies heeft gedaan: de weerspannige Inkatha-leider Buthelezi moet nu maar genoegen nemen met een sterk regio-bestuur in plaats van een semi-onafhankelijke deelstaat. Intussen duurt het geweld voort, al is het gelokaliseerd - in de townships ten oosten van Johannesburg en in Natal - en heeft het een duidelijke oorzaak in de vete tussen ANC en Inkatha. Wanneer die twee partijen elkaar vinden, is een afname in de geweldcijfers mogelijk. Een regering van blanke en zwarte partijen, met een geloofwaardig politiekorps, kan bovendien meer uitrichten om geweld en criminaliteit (goed voor 20.000 moorden per jaar) te onderdrukken. De eerste “gemengde” regering zal waarschijnlijk een autoritair bewind zijn met als eerste prioriteit het herstel van de stabiliteit en daarmee de economische groeikansen. Als de economie er niet in slaagt de werkloosheid onder de zwarten (46 procent) en de armoede te verminderen, blijft het perspectief voor een democratisch Zuid-Afrika somber.

Maar op dit moment zijn de middenkrachten aan de winnende hand. De analisten die menen dat Zuid-Afrika's bindende kracht - de onderlinge afhankelijkheid van bevolkingsgroepen - zal overwinnen, lijken gelijk te krijgen. In Zuid-Afrika is veel bereikt sinds president De Klerk in februari 1990 het einde van de apartheid aankondigde. Er wordt veel meer vergaderd dan geschoten. En daar is geen lord Owen aan te pas gekomen.

    • Peter ter Horst