Winnaar van morgen is door financieel bankroet tegelijk verliezer; Verkiezingen in Griekenland gaan alleen over geld

ATHENE, 9 OKT. Panos Loukakos, de gerenommeerde commentator van het Atheense ochtendblad Kathimerini, kwam dezer dagen met een dialectisch betoog dat men bij verkiezingen wel vaker hoort: de winnaar van de krachtmeting van morgen wordt de verliezer, en de verliezer de winnaar. De winnaar van de Griekse verkiezingen - naar alle waarschijnlijkheid de socialist Andreas Papandreou - zal bij het opstellen van de begroting, waarmee hij meteen wordt geconfronteerd, moeten worstelen met het ontzaglijke begrotingstekort van ruim vier biljoen drachmen (32 miljard gulden) waarbij inbegrepen een tegenvaller van circa 1 biljoen die de regering-Mitsotakis achterliet, en met een binnenlandse staatsschuld die in de afgelopen drieëneenhalf jaar is verdrievoudigd tot ruim 20 biljoen drachmen (in de acht voorafgaande jaren van de socialistische Pasok was zij verachtvoudigd tot bijna 7 biljoen).

De ex-president van de Nationale Bank Angelos Angelopoulos, die als één van Griekenlands “wijze mannen” geldt, schreef al in mei van dit jaar “dat de geregelde inkomsten van de staat voor 82 procent naar de afbetaling van de staatsschuld gaan, terwijl dat in andere EG-landen slechts 10% is, en dat het tekort op de begroting 23% van het bruto nationaal inkomen bedraagt, terwijl het in de andere EG-landen slechts 4% is, deze twee factoren luiden de noodklok voor een op handen staatsfailliet.”

Onder deze omstandigheden zal Mitsotakis' versoberingspolitiek door Papandreou moeten worden voortgezet, zo niet verhevigd, aldus betoogt Loukakos, zodat het teleurgestelde electoraat bij de verkiezingen van volgend jaar - voor gemeenteraden en Europees parlement - al weer een meerderheid op rechts zal stemmen. In 1995, als er waarschijnlijk al weer een nieuw parlement wordt gekozen (omdat het volgende wellicht geen drievijfde meerderheid voor een nieuwe president kan opbrengen) kan de Nieuwe Democratie al weer terugkomen, zo luidt Loukakos' redenering.

Het was opmerkelijk, en in zekere zin verfrissend dat de nu bijna afgelopen verkiezingscampagne meer over deze geldelijke problematiek ging dan over de “nationale kwestie Macedonië” om nog maar te zwijgen over Cyprus, dat zowat helemaal buiten beschouwing bleef. Homerisch waren de woordgevechten tussen Stefanos Manos, die de afgelopen anderhalf jaar de staatskas heeft beheerd, en Jerasimos Arsenis, in wie velen zijn socialistische opvolger zien, al wordt hij ook getipt voor buitenlandse zaken.

Bijna doodgegooid werden de Grieken - die gelukkig graag en snel meerekenen - met cijfers over bovengenoemde tegenvaller die volgens Arsenis 1,3 biljoen komt, terwijl Manos staande hield dat het “slechts” 800 miljard zal bedragen. “Als de oppositie de regering niet ten val had gebracht, was de verkoop van 35% van de OTE, het nationaal telecommunicatiebedrijf, doorgegaan en hadden we ruim 300 miljard in kas gekregen ter verzachting van het tekort”, aldus Manos, waarop Arsenis heftig: “Dus u wilde de OTE helemaal niet verkopen terwille van de modernisering, zoals u steeds beweerde, maar om het begrotingstekort te dekken. U verkwanselt dit winstgevend bedrijf dat de nationale veiligheid garandeert aan buitenlanders om uit de financiële penarie te komen.” Manos dan weer: “Als u geen privatisering wilt - de grote staatsbedrijven, maar ook casino's, jachthavens, raffinaderijen etc. - hoe denkt u dan rond te komen? Met nieuwe leningen, nieuwe belastingen.” Dat laatste was een troefkaart die tot in den treure werd uitgespeeld, want men weet ter rechter zijde maar al te goed hoe bij de Engelse verkiezingen Major de Labour Party en de Galop Instituten op het laatste moment verschalkte, waarbij de vrees voor nieuwe belastingen bij het electoraat een overheersende rol moet hebben gespeeld.

Ook Papandreou werd hierover in elk interview dat hij toestond uitvoerig ondervraagd, vooral nadat één van de socialistische parlementskandidaten, Pandelis Ikonomaou, zich had laten ontvallen dat zijn partij inderdaad nieuwe belastingen zou heffen, op staatsschuldpapieren en grote bankdeposito's, omdat daar een groot deel van het zwarte en “luie” geld van de Grieken zit weggestopt. Het was een onderdeel van het Pasok-programma, aldus Ikonomaou. Zijn opmerking wordt nog steeds gretig op de televisiespot van de ND geprojecteerd.

Papandreou ontkende met klem dat de Pasok de drachme gaat devalueren. Deze is volgens de meeste Pasok-experts - en ook volgens professor Angelopoulos - minstens 20 procent overgewaardeerd, maar dit betekent niet dat ze in één keer moet worden gedevalueerd, aldus ook Arsenis.

Al met al heeft Papandreou nog niet duidelijk geantwoord op de vraag hoe hij de economie van zijn land weer op gang wil brengen. Het wordt een “ontwikkelingseconomie”, heet het steeds, die pas na het eerste jaar vruchten zal afwerpen. De belastingbasis zal worden verbreed, zegt hij, zonder in details te treden. Ten koste van boeren, vrije beroepen? Ze stemmen allemaal. Het eerste jaar zullen de lonen nauwelijks kunnen worden verhoogd, maar ook niet verder velaagd. In een volgend stadium zullen ze worden gekoppeld aan de stijgende produktie. Over zijn oude stokpaard van de glijdende loonschaal, die door de ND is afgeschaft, praat hij niet meer.

Optimisme ontleent Papandreou aan het "tweede pakket Delors' ter waarde van ruim 17 miljard ecu, dat Griekenland de komende zes jaar deelachtig zal worden en waarop ook Mitsotakis had gevlast. Dit geld zou rechtstreeks ten goede moeten komen aan grote werken in het kader van de infrastructuur en kan dus niet worden gebruikt voor consumptieve doeleinden, iets waarvoor Papandreou in eerdere regeerperioden niet terugdeinsde. Maar Papandreou voorspelt dat dit pakket een algehele opleving zal brengen. Dat zal ook ten goede komen van de werkgelegenheid in dit land, waar de werkloosheid momenteel op het EG-gemiddelde van 11 procent ligt.