Walter Goddijn, priester; De paus ondergraaft zelf het gezag van de kerk

Prof. dr. Walter Goddijn geldt als een van de architecten van de vernieuwing in rooms Nederland. Hij was de rechterhand van kardinaal Alfrink en organiseerde in de jaren zestig het Pastoraal Concilie. Hij is nog altijd een praktizerend priester. Onlangs verscheen zijn autobiografie "De moed niet verliezen'. Een interview over de nieuwe encycliek, slechte bisschoppen, het celibaat en een psychologisch schisma. ''Tja, wat een wereldje.''

"Simonis houdt niet van u', zeg ik al snel na binnenkomst tegen Walter Goddijn.

""Hoezo?''

Toen ik hem een poosje geleden interviewde, begon hij meteen te klagen over uw artikelen in NRC Handelsblad. Een oude animositeit?

Laconiek, na een trekje aan de onafscheidelijke sigaar: ""Dat mag u zo niet zeggen. Ook nadat hij tot bisschop van Rotterdam was benoemd, heb ik een goed contact met hem gehad. Trouwens, weet u dat ik daarvóór zelf aan kardinaal Alfrink heb voorgesteld om hem aan het Pastoraal Concilie (een concilie in Noordwijkerhout van 1966 tot 1970 in het teken van geloofsvernieuwing - red.) te laten deelnemen? Ik vond het nodig dat ook het behoudende geluid goed geformuleerd zou worden. Hij is daarna veel op de beeldbuis gekomen, omdat hij altijd enige aanleiding gaf tot conflict.

""Ik ben niet iemand die de dialoog snel afbreekt. Alleen met ex-bisschop Gijsen heb ik nooit contact gehad, maar dat was dan ook heel moeilijk. Ik hoorde ook van burgerlijke autoriteiten in Limburg dat ze een uur naast hem konden zitten zonder een woord te wisselen.''

Hij is een ietwat gestoorde man?

""Enige pathologische trekken, denk ik. Er zijn psychiatrische rapporten over hem opgesteld die onder tafel zijn geraakt, maar waarvan ik weet dat ze zeer afwijzend waren omtrent de persoon. Ik vind het dramatisch dat dit soort mensen zelf slachtoffer moest worden van het systeem.''

Zijn sneeuwwitte haardos ten spijt, geef je hem tien jaar minder dan hij is: 72 jaar. Een goedgeluimde, nogal flegmatieke man die geduldig op de vragen kauwt voor hij ze beantwoordt.

Enige ijdelheid is hem niet vreemd. Bij zijn afscheid in 1986 als hoogleraar godsdienstsociologie in Tilburg werd de grap gemaakt: ""Waar twee of drie camera's bijeen zijn, daar is Goddijn in uw midden.'' Met charmante onnadrukkelijkheid zal hij ook in ons gesprek wijzen op het feit dat premier Lubbers zijn autobiografie heeft gepresenteerd; dat prof. Jaap Goedegebuure zijn boek "een schelmenroman' noemde; dat de media altijd hèm om commentaar vragen op de jongste kerkelijke ontwikkelingen.

Hij ontvangt me in zijn vrijstaande huis in Haghorst, een vlekje op twintig kilometer onder Tilburg. Hij is nog altijd een praktizerende priester: in de weekeinden doet hij de mis in de kerk van het naburige Esbeek. ""Dat heb ik altijd gedaan, ik zou het niet graag missen.''

In een tv-documentaire hoorde ik onlangs een progressieve priester zeggen dat hij tot een "lost generation' hoorde. Voelt u dat ook zo?

""Nee. Dat was een priester die later gehuwd is en zich altijd sterk heeft bezig gehouden met de vernieuwing in de kerk. Ondermeer via de Marïenburggroep waarvoor ik in 1981 met een paar mensen de eerste stap heb gezet. Ik kan me voorstellen dat een uitgetreden priester die gehoopt heeft op een oplossing van de celibaatskwestie, nu verloren rondloopt. Dat is het drama van veel uitgetreden priesters en theologen: ze hebben geen enkele invloed meer.''

U ervaart het anders omdat u erin gebleven bent?

""Vanuit mijn empirische kijk op dit soort verschijnselen relativeer ik de zaken zéér. De katholieke kerk is een machtig internationaal fenomeen dat steeds maar overeind blijft. Bijna een vijfde van de vijf miljard inwoners van de wereld is katholiek, alleen al in Europa is bijna veertig procent katholiek. In die kerk zie je een terugkerende spanning tussen centralisme en pluralisme. Dan weer worden de teugels gevierd, dan weer strakker aangehaald. Op de een of andere manier lijkt dat een recept te zijn om te overleven. Prof. L. Rogier had het altijd over in- en uitademen - een mooie metafoor voor het leven. Je kunt ook zeggen: openheid of geslotenheid. Het gaat erom hoe je je telkens weer kunt aanpassen, zonder je identiteit te verliezen.

""Ik moet erbij zeggen dat ik het als lid van een andere orde, zoals de jezuïeten of de redemptoristen, niet zou hebben volgehouden. Maar de franciscanen vormen een heel merkwaardige groep, waar liberaliteit en humaniteit gecombineerd wordt met een vorm van spiritualiteit die mij altijd heeft bekoord.

""De kerk zie ik als middel om het geluk van mensen te verwezenlijken en voor het doen ervaren van transcendente waarden die ieder mens in zijn leven tegenkomt. Voor intransigente mensen is de kerk een doel.''

"De intransigenten', de onverzoenlijken - dat is de term waarmee hij de conservatieven in de roomse kerk aanduidt. ""Het is een groep van mensen, voor een deel internationaal georganiseerd - ook in geheime verbanden, die erg fanatiek is. Men reageert vanuit een enorm gevoel van psychische onzekerheid, een angst ook voor de aantasting van traditionele waarden. In zekere zin zit daar ook iets in. Als je alles aan de mensen overlaat, dan wordt het een grote bende op de wereld. De kerk is een van de laatste bolwerken om het behoud van de samenleving vorm te geven.''

Die "intransigenten' lijken succes te hebben gehad: de vernieuwing is weggevaagd.

""Ik lees veel buitenlandse tijdschriften en ik kan u verzekeren dat de vernieuwingsbeweging van het Tweede Vaticaans Concilie in 1962 nog steeds doorgaat - tegen alle weerstanden in. Alle problemen die wij tussen 1965 en 1970 aan de orde hebben gesteld, worden voortdurend herkauwd door de katholieke gemeenschap van de hele wereld. Met name in de Verenigde Staten zie je dat heel sterk. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft een aantal principes opgesteld die nog steeds geldig zijn. Er is later een interpretatiestrijd ontstaan en die is gewonnen door de bureaucraten in Rome die hoorden bij de conservatieve minderheid. Maar die principes worden desondanks nog steeds gepraktizeerd.

""Veel gelovigen leggen allerlei formele richtlijnen uit Rome gewoon naast zich neer.'' Hij lacht geamuseerd. ""Al die dingen hebben ook geen barst met het geloof te maken. Uiteindelijk is in de mens een innerlijke bron die in relatie staat met het transcendente of datgene wat we God noemen. En daar gaat het allemaal om!''

Hij schiet overeind. ""Waar heb ik die foto's? Ik heb prachtige foto's van een inleiding die ik vorig jaar ondermeer voor hogere leden van de romeinse curie in Brescia heb gehouden. Ik kreeg een mooi applaus. Ja, die mensen vinden het heel interessant wat er destijds is gebeurd. Voor hen is het ook alweer lang geleden.''

De inhoud van de jongste encycliek van paus Johannes Paulus II, Veritatis Splendor, heeft hem niet verrast. Hij had niets anders verwacht.

""Het is eigenlijk een herhaling van Humanae Vitae uit 1968. En alle redeneringen die 25 jaar geleden tegen die encycliek zijn gebruikt, ook zelfs door grote bisschoppenconferenties als de Duitse, worden genegeerd. De redenering achter ook deze nieuwe enclycliek komt hierop neer: de mens weet wel wat hij moet doen, maar hij kan het niet, en daarom moet hij ondersteund worden door de normen van het romeinse leergezag.

""Er wordt een dwingende hulp aangeboden: de paus legt verboden op - vooral op het gebied van de seksualiteit - en vraagt absolute gehoorzaamheid. Dit om aan alle twijfels een einde te maken. Twijfels die in zijn ogen vooral gezaaid worden door theologen. Het griezelige van deze encycliek is dat ze zo absoluut is: er wordt voor de pastorale praktijk geen enkele uitzondering gemaakt.

""Nee, ik ben er niet door teleurgesteld. Ik vermoed dat dit de vernieuwing zal versnellen. De paus ondergraaft zelf het gezag van de kerk. Vergeet niet dat er vorig jaar alleen al uit de Duitse kerk 200.000 katholieken zijn getreden. Tachtig procent van hen deed dit vanwege de seksuele moraal van de kerk. Er zullen telkens nieuwe krachten ontstaan. In zekere zin is deze paus een symboolfiguur: hij is de laatste man die de omwenteling, die voor hem een catastrofe is, probeert tegen te houden. Ik verwacht - het is mijn aloude optimisme - dat zijn opvolger een Italiaan zal zijn en dat die wat meer aandacht aan de ervaringen van mensen en aan de werkelijkheid zal geven.''

Waar baseert u uw optimisme op?

""Op het feit dat allerlei zaken, die ook in deze encycliek genoemd worden, door het grootste deel van de geloofsgemeenschap niet aanvaard worden. Kijk, je moet een groot onderscheid maken tussen geloofszaken en morele zaken. Voor morele zaken kun je wel een richtlijn geven, maar ieder mens zal vanuit zijn eigen geweten zelf beslissingen moeten nemen in een bepaalde situatie.''

Eigenlijk zegt u nu tegen de gelovigen: lap die richtlijnen van de paus maar aan je laars.

""Nee, zo zeg ik het niet. Ik zeg wel dat ze primair hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. En ik zeg er meteen bij dat de kerk, als ze met dit soort verkondiging doorgaat, de belangrijkste zaken van geloof en liefde overslaat en haar eigen morele autoriteit ondermijnt.''

Maar de paus moet niets hebben van die eigen verantwoordelijkheid. Die wil dat u uw gelovigen gehoorzaamheid oplegt.

""De kerk is geen autoritair systeem. Daarin functioneren mensen met hun eigen verantwoordelijkheid.''

Daar zal uw paus het niet mee eens zijn.

""Gezag moet je afdwingen door argumenten. Als die argumenten niet deugen, hoef je je er ook niets van aan te trekken. Humanae Vitae kwam uit tijdens het Pastoraal Concilie en het antwoord van de Nederlandse bisschoppen was: de argumenten zijn niet overtuigend.''

Dus u legt aan uw gelovigen niet datgene op wat de paus van u verlangt?

""Ik ga niks opleggen aan mijn gelovigen, dat is mijn stijl niet.''

De paus zal toch wel graag serieus genomen worden door zijn priesters.

""Hij wil dat het serieus genomen wordt en hij hoopt dat ernaar geleefd wordt. Maar de meeste uitspraken van Rome zijn formuleringen van idealen waarvan ze tevoren al weet dat het grootste deel van de gelovigen zich er in de praktijk niet veel van aantrekt. Zó realistisch is men wel. Ik heb wel eens aan een kardinaal in Rome gevraagd: hoeveel antwoorden krijgt u als u een boodschap stuurt aan de vierduizend bisschoppen in de wereld? Het was nog niet eens de helft. Daar kan zo'n man helemaal geen sancties op toepassen. U suggereert te veel dat de kerk een autoritair systeem is.''

En dat de paus, de curie en kardinalen als Simonis personificaties zijn van dat systeem.

""Ze leggen andere accenten. En verder is er een kleine groep intransigenten die menen dat zij de waarheid in pacht hebben en van anderen beweren dat ze niet goed katholiek zijn.''

Die groep wordt daar toch steeds in bevestigd door Rome?

""In een aantal opzichten wel, maar er zijn veel weerstanden tegen. Zo weet ik dat er in Brazilië een bisdom is met zeshonderd basisgemeenschappen waarvan er vierhonderd geleid worden door vrouwen. Dat gaat lijnrecht in tegen Rome. In Amerika zijn er ook vrouwen die voorgaan in de eucharistieviering. Ook in Nederland en België gebeuren veel meer dingen die volgens de formele richtlijnen helemaal niet mogen.''

Ik vind dat toch iets belachelijks en hypocriets hebben. Op die manier ontstaan er twee roomse kerken: een van Rome en een van de praktijk.

""Daarin heeft u gelijk. In dat opzicht bestaat er al een psychologisch schisma.''

Hoe lang kan een instituut zich dat veroorloven? U heeft de kerk al eens vergeleken met de voormalige Sovjet-Unie.

""Het is niet uitgesloten dat, als dit nog veel langer doorgaat, zoveel gezagsverlies ontstaat dat de kerk enorm verkleint en tot een getto verwordt. Ik denk niet dat het zo ver zal komen. Er is zoveel in beweging. Neem Latijns-Amerika. Daar woont in het jaar 2000 de helft van alle katholieken van de hele wereld. Het is nu al ten opzichte van Rome het ongehoorzaamste continent. Rome probeert invloed te krijgen op al die bisschoppenconferenties daar, maar het lukt telkens niet.''

Hij pakt maar weer eens een sigaar. Zucht: ""Tja, wat een wereldje.''

De benoeming van deken Wiertz tot opvolger van bisschop Gijsen in Roermond heeft hem deugd gedaan. Hij vermoedt dat Rome heeft gemerkt dat veel bisschopsbenoemingen in Nederland een averechtse uitwerking hebben gehad. ""Bisschoppen als Bomers en Ter Schure zijn, evenmin als Simonis, geschikt gebleken voor dit werk. Ze missen de capaciteit tot communicatie, de pastorale instelling. Die benoemingen zijn een tragedie geweest, ook voor die mensen zelf.

""Mijn hoop is dat de benoeming van Wiertz een nieuwe periode inluidt. Ik baseer het op de aanwezigheid van de nieuwe pauselijke nuntius in Nederland, monseigneur Henri Lematre. Hij is hier vorig jaar begonnen. Het is een Belg, een man met een zware internationale carrière achter de rug. Hij heeft in de jaren zestig de opbloei van de Nederlandse kerk meegemaakt als tweede man op de nuntiatuur. Daarna is de nuntius Felici gekomen en die heeft in overleg met Rome alles teruggedraaid. Het is maar hoe je naar een land kijkt. Felici was altijd negatief over Nederland, maar Lematre helemaal niet.

""Felici is niet de enige sleutelfiguur geweest in de restauratie. De tegenstand kwam ook uit Duitsland, vooral toen Höffner aartsbisschop van Keulen werd. Hij heeft de grote aanval op Nederland geopend. Hij werd daarbij geholpen door Dyba, een priester van het bisdom Keulen, die op de nuntiatuur in Den Haag was benoemd - hij fungeerde als spion. De Duitsers waren als de dood dat de Hollanditis als een varkenspest hun land zou binnenkomen. Een Duitse professor vertelde me onlangs hoe hem als seminarist verboden werd naar Nederland te gaan.''

U was als rechterhand van Alfrink de architect van het Pastoraal Concilie waar ondermeer besloten werd tot opheffing van de celibaatsverplichting. Heeft u daarmee niet het onheil over de Nederlandse kerkprovincie afgeroepen?

""Het Pastoraal Concilie heeft slechts voorstellen gedaan. Maar het effect daarvan was enorm, omdat er zo'n honderdvijftig journalisten uit de hele wereld rondliepen. Op de voorpagina van The New York Times stond: "Celibaat afgeschaft.' Rome raakte in paniek.''

Had u verwacht dat Rome als een stoomwals over de Nederlandse kerkprovincie zou heengaan?

""Niet dat het zó hard zou gaan. De grote klap was voor mij de benoeming van Simonis in 1971 tot bisschop in Rotterdam. Toen heb ik de vergelijking gemaakt met de inval van de Duitsers in 1940. Daar zijn veel mensen kwaad over geweest, maar ik sta er nog steeds achter - ook omdat de Duiters er debet aan waren. Dyba zei gewoon in een Duitse krant: "Ik heb Simonis benoemd.' Hele brutale lui.''

Is Alfrink niet te snel gezwicht voor Rome? Of was er een schisma ontstaan als hij met aftreden had gedreigd?

""Hij had wat krachtiger kunnen optreden, zonder dat er een schisma was ontstaan. Hij heeft de kracht van de centrale bureaucratie onderschat. Hij dacht: dit durven ze niet. Ik heb laatst nog een lezing afgesloten met een citaat van Alfrink: Als ik kardinaal van Parijs was geweest, hadden ze dit nooit gedurfd.''

Voor de wijding van Gijsen heeft Alfrink zich zelfs naar Rome laten commanderen.

""Hij was zeer emotioneel toen hij me dat vertelde. Hij vond dat niet leuk, maar hij had een heel sterke sensus catholicus: hij wilde de verbondenheid met Rome hoe dan ook handhaven. Hij dacht ook, en in die zin lijk ik op hem: het komt wel goed. Bovendien was hij minder revolutionair dan men in Nederland altijd gedacht heeft. Een zwak punt was ook zijn communicatie met Rome. Het is voor hem een grote handicap geweest dat bisschop De Vet van Breda vroegtijdig overleed, want die wist hoe je diplomatie moest bedrijven.

""Alfrink had te laat in de gaten wie Gijsen was. Casaroli, de substituut-staatssecretaris van het Vaticaan, kwam op bezoek om overleg te plegen over de vacature in Roermond. Hij stelde deken Joosten uit Echt voor, een uitgesproken conservatief. Alfrink verzette zich. In een later stadium kwam men met Gijsen. Alfrink ging akkoord zonder overleg met Roermond. Als hij toen goed zijn post had ingekeken - het was op zijn kamer altijd een grote bende, hij wilde zoveel mogelijk zelf doen - was dat niet gebeurd. Want daarbij was een brief van Moors, de bisschop van Roermond, die waarschuwde voor Gijsen.''

U schrijft dat het leven voor Alfrink een lijdensweg is geweest.

""Vooral toen ze de man met wie het begonnen is, op zijn stoel in Utrecht hebben gezet. De benoeming van Simonis tot kardinaal is echt een afstraffing voor Alfrink geweest. Daarom was hij ook zo ontroerd toen de paus hem tijdens zijn bezoek in 1985 kwam opzoeken. Dat moet voor hem een teken zijn geweest dat de geschiedenis hem ooit gelijk zou geven.

""Alfrink heeft zelf voor zijn begrafenis een tekst gekozen uit een brief van Paulus: Ik bid u dus de moed niet te verliezen.''

Toen de restauratie doorzette, kwam ook Goddijns positie in het geding. Hij was directeur geweest van het Pastoraal Instituut van de Nederlandse kerkprovincie. Na de opheffing daarvan in 1972 werd hij gepasseerd voor de functie van secretaris-generaal van de kerkprovincie. Ook Alfrink liet hem vallen.

""Dat was teleurstellend. Bisschop Ernst en Marga Klompé moesten het me vertellen. Marga begon te huilen. Ik had haar nog zó gewaarschuwd: kijk uit wat je doet in die kerkelijke bureaucratie. Het was een politieke zaak, een geste tegenover Rome.''

In Rome werd over u geroddeld: u zou toen een verhouding hebben met uw secretaresse. Heeft dat een rol gespeeld?

""Dat geloof ik niet. Er wordt zoveel geroddeld in Rome. Ze hielden mij in Rome verantwoordelijk voor een aantal zaken, zoals de celibaatskwestie op het Pastoraal Concilie. Hoewel het voorwoord voor het bewuste rapport nota bene geschreven was door Lescrauwaet, nu hulpbisschop van Haarlem - hij had er alleen zijn handtekening niet onder gezet.''

U schrijft in uw boek dat u nooit moeite heeft gehad met het nakomen van de celibaatsverplichting. Hoe bedoelt u dat?

""Ik weet wat liefde is, ook seksuele liefde - ik heb dat als opgroeiende jongen ervaren. Als priesters daar op latere leeftijd mee te maken krijgen, is het vaak een grote klap voor ze.

""Als priesters normale mannen zijn, hebben ze affectieve relaties met vrouwen. De meeste priesters hebben zulke relaties, maar dat hoeft nog niet het karakter te krijgen van vaste verhoudingen. Ik heb in mijn omgeving altijd mensen gehad, ook vrouwen, met wie ik een prettige relatie had.''

Maar wat verstaat u onder het nakomen van de celibaatsverplichting?

''Je moet als priester de strikte interpretatie - het niet gehuwd zijn - nakomen. Die wordt over het algemeen door priesters in Nederland ook nagekomen.''

Vindt u het toegestaan dat priesters seksuele relaties onderhouden?

""Het antwoord hangt sterk van de situatie af. En van de persoonlijke omstandigheden. Ik ben daar niet zo apodictisch over als kardinaal Simonis.''

Onlangs hoorde ik een Nederlandse priester in het openbaar toegeven dat hij met een vrouw samenwoonde.

""Wat is samenwonen tegenwoordig? Daar zijn allerlei variaties in. Ik woon al tien jaar niet meer samen, maar ik heb lang samengewoond. In heel Nederland wordt samengewoond door priesters en vrouwen.''

Maar dat gebeurt dan wel op een andere basis dan dertig jaar geleden.

""Ik zou het niet weten. Er is nooit onderzoek naar gedaan en het onderwerp is voor een deel nog taboe. Hoe dan ook, het is duidelijk dat het verbod tot in de hoogste kringen - ook op het niveau van bisschoppen - wordt overtreden.''

Dan opeens bruusk: ""Ik heb niet meer zoveel belangstelling voor dit thema. Wat me meer interesseert, zijn de enorme seksuele aberraties bij priesters, vooral in de Verenigde Staten. Het gebeurt ook in Europa, maar hier wordt het meer afgedekt.''

Denkt u dat het Nederlandse episcopaat een actieve rol heeft gespeeld bij het wegwerken van bisschop Bär?

""Dat denk ik wel, ja.''

Dat zou dan wel een grof schandaal zijn.

""Een ongelofelijk grof schandaal zelfs.''

Overtuigd: ""Het zou goed zijn als Bär opening van zaken gaf. Anders blijft er een wolk van onzekerheid boven deze zaak hangen.''