Tuggle: "Ik moet de dansers inzicht geven'; Emotie als bijprodukt in "Artifact' van Forsythe

Bij Het Nationale Ballet gaat maandag Artifact, een ballet van William Forsythe uit 1984, in première. Het "prikkelende, fascinerende en ontredderende' dansstuk wordt hier ingestudeerd door Glen Tuggle, balletmeester van het Ballett Frankfurt.

“Today we work on wildness and energy,” roept Glen Tuggle tegen de dansers van Het Nationale Ballet. Hij eist van hen helderheid in de gecompliceerde, snelle bewegingen. Tuggle, balletmeester van het Ballett Frankfurt, werkt hier al enige weken samen met zijn collega Katherine Bennetts aan de instudering van alle drie delen van de avondvullende choreografie Artifact van William ("Billy') Forsythe. Twee jaar geleden bracht hetzelfde gezelschap deel twee.

“Het duurt twee jaar om een werk van Forsythe door en door te kennen,” zegt Tuggle, “maar de dansers werken hard en zijn technisch goed. Als het fout gaat omdat zij iets niet begrijpen, ligt dat aan mij. Ik moet hen inzicht geven in het complexe dansmateriaal. Die klus doe ik uitsluitend voor Billy Forsythe. Ik vind hem geniaal.”

Vanaf het begin van de jaren tachtig wordt Forsythe beschouwd als de golden wonderboy van het ballet. In zijn oeuvre is een verschuiving te zien van compacte, emotioneel geladen dansdrama's naar afstandelijke stukken als Artifact. Zij worden opgezet volgens het postmoderne principe: los van elkaar staande scènes waarin commentaar wordt geleverd op de (dans-)kunst. Tegenwoordig maakt hij architectonische bewegingsconstructies waarvan emotie slechts een bijprodukt is. Meestal ontwerpt hij naast het concept en de choreografie, ook de belichting, het decor, de kostuums en de tekst.

Bij Ballett Frankfurt danste Tuggle - die in 1989 stopte - in vrijwel alle balletten van Forsythe. Nu studeert hij diens werk in bij groepen als het New York City Ballet, The National Ballet of Canada en het Britse Royal Ballet. Deze gezelschappen hebben de techniek en het fysieke uithoudingsvermogen die nodig is voor het neoklassieke balletidioom van de choreograaf.

“Zelf houd ik mijn techniek en conditie ook op peil,” zegt Tuggle bij een slokje mineraalwater, “zodat ik de dansers kan demonstreren hoe een bewegingscombinatie eruit moet zien. Hoever zij uit balans moeten staan van Forsythe, hoeveel groter de posities worden genomen of hoeveel wijder de pliés zijn. Als ik werk eet ik nauwelijks, want anders word je traag en verslapt de concentratie. Alleen aan koffie ga ik me te buiten.”

Zijn grootste zorg is het handhaven van de stijl. Het meest problematische bij elke instudering is het overbrengen van de karakteristieke Forsythe-port de bras. Kenmerkend zijn het dragen van de armen en de houding van het hoofd. “Het ligt dicht bij de klassieke techniek, maar verschilt wezenlijk,” legt Tuggle uit. “Dat maakt het zo gevaarlijk. De dansers hebben de neiging om na een tijdje terug te vallen in de oude routine waarin zij jaren zijn getraind. Met de overgeprononceerde houding van de heupen hebben zij veel minder moeite.”

Danseres Eda Holmes verruilde in 1988 Het Nationale Ballet voor Ballett Frankfurt. Nu vertolkt zij, alternerend met Kate Strong, een spreekrol in Artifact. De dansers bewegen op de door haar ritmisch gescandeerde woorden, een stroom van zinnen die nauwelijks wordt onderbroken om te ademen. Die cadans ontwikkelde Forsythe. Het werken met hem noemt zij “een exploratie van lichaam en hersens, want er wordt aanhoudend een beroep gedaan op het intellect.”

De hersens kraken dan ook bij Artifact. In het derde deel moeten de dansers improviseren. Niet wàt zij doen ligt vast, maar hòe. Zo bedenkt de eerste soliste Coleen Davis op de repetitie steeds nieuwe combinaties voor de 45 seconden die zij moet vullen. Onder de langgerekte lijnen van haar armen daalt en stijgt haar lichaam, buigt zij voor- en achterover in één harmonische, vloeiende beweging op Bachs Chaconne.

Maar hoe onthouden de dansers wat zij improviseren? “Wij gebruiken video,” fluistert Tuggle, “zéér véél video. Bij het maken van een nieuw ballet wordt ieder kwartier, elke stap vastgelegd. Maar Bill kiest het bewegingsmateriaal uit. Hij is een meester in het manipuleren van de danstaal. Je kunt hem nauwelijks vastpinnen. Hij probeert steeds de grenzen te verleggen.”

In een interview zei Forsythe ooit dat hij zijn bewegingsmateriaal door de computer liet rangschikken en dat hij de dansers teksten in hun hand stopte waarmee ze aan de slag moesten. Tuggle: “Nieuwe dansers voelen zich bij ons eerst volkomen verloren, maar ze wennen vlug aan die methode. Het is moeilijk om Forsythe bij te houden. Hij is steeds een stap vooruit. Er is een voortdurende dialoog tussen maker en danser. Met Artifact is hij nog steeds niet tevreden. Ook hier heeft hij nog bepaalde scènes ingekort. Dat houdt je alert. Bij Forsythe is niets in steen gebeiteld, maar staat alles op papier.”