Suriname wordt 's avonds geregeerd

PARAMARIBO, 9 OKT. Ministers van de regering-Venetiaan geven zelf toe dat Paramaribo te lang gewacht heeft om vergaande economische maatregelen te nemen waardoor gemakkelijk internationale hulpfondsen kunnen worden aangetrokken. “Maar”, laten ze er onmiddellijk op volgen, “wij konden niet aan het herstel van democratie en rechtsstaat werken als niet eerst het machtsvraagstuk hier was opgelost. Nu dat is gebeurd, is er tijd voor het sociale-aanpassingsprogramma, maar tegelijkertijd hebben we onze handen vol aan de demonstraties en de sociale onrust.”

“De versterkte politie moet de orde handhaven in het gehele land, het leger moet de omvorming tot een nationaal ontwikkelingsleger ten dienste van het volk zo snel mogelijk voltooien, en de harde maatregelen die we moeten nemen kunnen slechts geleidelijk aan worden ingevoerd”, zegt een van de ministers. “Overdag moet ik me bezighouden met alle incidenten en pas 's avonds kom ik aan beleid toe. Dan moet ik de volgende dag weer zien of dat beleid wordt uitgevoerd en dan word ik weer in beslag genomen door nieuwe incidenten.”

De regering-Venetiaan was er vast van overtuigd dat Nederland volkomen bereid zou zijn om snel een gedeelte van de 1,3 miljard gulden waar Suriname krachtens een verdrag bij de onafhankelijkheid in 1975 recht op heeft, uit te betalen voor een scala van programma's. Maar Nederland behoudt zich bij elk ambtelijk overleg het recht voor om tot in de kleinste details na te gaan wat het effect van al die projecten is: een meetlat die bij andere ontwikkelingslanden niet zo vaak wordt gebruikt. Betalingsbalanssteun geven, terwijl de staatshuishouding niet in orde wordt gemaakt, heeft volgens Den Haag geen enkele zin en daarom werd in juni eenzijdig het besluit genomen om niet aan een nieuw programma voor betalingsbalanssteun te beginnen.

De Surinaamse regering voelde en presenteerde dat besluit als een dolk in de rug en de oppositie maakt er hier bijna dagelijks dankbaar gebruik van. Den Haag slaagt er niet in Suriname ervan te overtuigen dat de regering-Venetiaan prioriteiten zal moeten stellen. De wisselkoers moet nog verder in overeenstemming worden gebracht met de werkelijkheid, subsidies voor iedereen zijn uit den boze. De regering zou moeten besluiten welke investeringen een absolute voorrang moeten hebben.

“Het is een land dat is dolgedraaid en daardoor onontwikkeld raakt”, zegt een bezoekende econoom. “Nu de inkomsten uit bauxiet sterk zijn verminderd en Suriname niet blijvend kan rekenen op grote sommen buitenlandse hulp zal dat land moeten leren leven met de opbrengsten die het zelf kan genereren. Dat doet aanvankelijk pijn maar je ziet in andere landen dat die harde pil op den duur werkt. Maar je moet het politiek wel aandurven.”

Deryck Ferrier van het CESWO (Centrum voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek) in Paramaribo, is het met hem eens. Voor het wederzijdse wantrouwen dat weer is ontstaan tussen Nederland en Suriname heeft hij een gemakkelijke oplossing. “Kijk, de besprekingen op vooral ambtelijk niveau ontaarden altijd al vlug in emoties. Die worden dan aangewakkerd, en de dialoog tussen Den Haag en Paramaribo raakt weer eens verstrikt.” Hij en Fred Derby, de politicus die een kapitale rol speelde bij de totstandkoming van het raamverdrag, betreuren het dat er geen geschillencommissie of een commissie van goede diensten voor de meningsverschillen tussen Nederland en Suriname bestaat. Maar Ferrier is van mening dat Nederland en Suriname de onderhandelingen over de uitvoering van het hulpverdrag over moeten laten aan een commissie van wijze mannen uit het bedrijfsleven, uit universiteiten en uit ontwikkelings-adviesbureaus en niet alleen aan ambtenaren. Zo pakken de Amerikanen en de Fransen deze zaken ook aan, zegt hij. Het advies van deze commissie van experts zou dan wel bindend moeten zijn. “Daar leggen beide partijen zich op vast maar dan haal je ze tenminste uit die sterk emotionele sfeer, weg van angst van bevoogding en weg van de angst van laat het allemaal maar waaien.”

Gebeurt dat niet dan voorziet Ferrier, die geen politieke bindingen heeft, een ware ramp voor Suriname. Slaagt de regering er niet in om de besprekingen vlot te trekken en een economisch programma op te stellen, dan zakt het land verder af. “Altijd wordt door internationale financiële organisaties geadviseerd om in de beginperiode van je regeringstermijn harde beslissingen te nemen, dan kan je op het eind van die termijn als er verkiezingen aankomen, tenminste aantonen dat het allemaal effect heeft gehad. Nu is de regering-Venetiaan rijkelijk laat en je ziet wat er op straat gebeurt”, zegt hij.

Ferrier vreest dat op korte termijn steeds meer Surinamers hun land zullen verlaten. Nu zijn dat er al achtduizend per jaar op een werkende bevolking van zo'n 130.000. “Vijftien tot twintig procent van de mensen die een vak verstaan en mee kunnen werken aan het economisch herstel zoeken de laatste jaren hun heil ergens anders. Als dat niet wordt tegengehouden door hun betere perspectieven te bieden, dan zakken we nog verder weg. En dat leidt tot een tweede gevaar, mogelijk nog serieuzer. Zet die uittocht door en blijft economisch herstel uit, dan zullen de tegenstelling tussen de "Europese Caraïbiër' en de "Afro-Caraïbiër' toenemen. President Venetiaan zegt dat hij trots is een Afro-Caraïbiër te zijn, maar hij vergeet dat hij als president onze etnisch verdeelde samenleving juist hechter zou moeten maken. Het herstel van rechtsstaat en democratie is een verheven doel en het is goed dat het nu is volbracht, maar dat kán en mág niet gebeuren als het te zelfder tijd tot een zekere interne verscheuring leidt. Dat is mijn grootste vrees.”

    • Willebrord Nieuwenhuis