Sinologie

In het onthullende vraaggesprek met prof. dr. E. Zürcher (Zaterdags Bijvoegsel 2 oktober) trof mij een passage waarin deze “internationaal vermaarde sinoloog” zegt dat hij zich “voor teveel dingen” interesseert en “aan de oppervlakte” blijft. Dit bracht bij mij een discussie in herinnering welke ik 23 jaar geleden met hem mocht hebben en waarin ik als student euvelmoedig verkondigde dat sinologie geen echte wetenschap is. In deze mening voel ik mij na lezing van het interview opnieuw gesterkt.

Wetenschapsbeoefening laat zich omschrijven als het systematisch zoeken naar kennis omtrent verschijnselen. Hierbij wordt elke wetenschap t.o.v. andere wetenschappen gekenmerkt door haar specifieke wijze van probleemstelling. Een economist stelt t.a.v. een bepaalde toestand of gebeurtenis andere vragen dan een jurist, natuurkundige, medicus of psycholoog. Ieder bekijkt de zaak van een andere kant. Zij kan zelfs, multidisciplinair, van meer dan een kant worden belicht (doch nimmer geheel en al worden be-grepen!). Hiervoor lenen zich in beginsel alle verschijnselen, die zich hier of elders (bijv. in China) voordoen, of - min of meer lang geleden - hebben voorgedaan. Om praktische redenen echter leggen wetenschappers zich restricties op. Zowel kunst- als godsdienstsociologie is een verbijzondering van de algemene sociologie. Dit betekent niet dat de beoefenaars van deze deelwetenschappen slechts algemeen-sociologische theorieën op (een vorm van) kunst of godsdienst toepassen. Zij beginnen niet bij de sociologie, maar bij een van deze twee uitingen van de menselijke geest, maar: áls socioloog, d.w.z. denkend in termen van samenleven.

Sinologie nu acht ik (en het zelfde kan van Indologie, Japanologie, Ruslandkunde, Amerikanistiek en Afrikanistiek worden gezegd) een niet serieus te nemen pseudo-wetenschap, althans voor zover zij zich niet tot de taal- en letterkunde van het betreffende land beperkt. En ook hierbij zet ik een vraagteken, omdat niet duidelijk is of de betrokken vakgeleerde een academische graad in de algemene linguïstiek resp. literatuurwetenschap bezit. Sinologen hebben geen eigen gezichtspunt van waaruit de samenhang binnen een groep Chinese verschijnselen wordt bestudeerd, noch een bijbehorend apparaat van scherp gedefinieerde en systematisch geordende begrippen.

    • J.J.P. Kuijper