SCHIJNHEILIGE

Ziel en Zaligheid in Noord-Brabant, vijfde verzameling bijdragen van de Vereniging voor de Nederlandse kerkgeschiedenis door J.A.F.M van Oudheusden e.a. redactie 344 bldz., Eburon 1993, f 45,-- ISBN 90 5166 351 X

Anna Maria Eeltiens uit Tilburg was een bedriegster. Ze wendde voor jarenlang zonder eten en drinken door het leven te kunnen, geschraagd als ze daarbij werd door goddelijke kracht. Maar toen ze uiteindelijk voor de kerkelijke rechtbank in Antwerpen moest verschijnen in het jaar onzes Heren 1735 zakte ze door de mand als een schijnheilige. Stiekem had ze eten tot zich genomen. Al eerder had haar huisbaas verklaard het eigenaardig te vinden dat ze geregeld door het huis liep met een kwalijk riekende pot, die ze naar het ghemack bracht. De stigmata die Anna Maria droeg (het gaat hier om de wonden van Christus) werden uiteindelijk ontmaskerd als spelle steecxkens en de olie dan wel melk die uit haar borst zou hebben gevloeid had niemand gezien. Hier was een valse anorexia ontmaskerd, wat het tegendeel is van een heilige anorexia, dat wil zeggen ""ascetische aan God gewijde leefwijze welke zich kenmerkt door een rigoureuze voedselonthouding'' en waarop de H. Lidwina van Schiedam wel terecht aanspraak zou hebben gemaakt.

Het verhaal van Ch.M.A. Caspers en M.A.M.E. Gielis over de stoute Anna Maria Eeltiens is te vinden in het zojuist verschenen Ziel en zaligheid in Noord-Brabant. Het is weliswaar een ernstig bedoeld boek, een histoire réligieuze over onder meer de Reformatie, de Doleantie in Klundert, de sociale actie van katholieken en over Zorgende zusters en hulpeloze zielen, maar er staan toch zeer vermakelijke bijdragen in.

Zo ook over het wonderdadige beeld van de Zoete Lieve Vrouwe in de kathedrale basiliek van St. Jan in Den Bosch. Dit vermoedelijk uit het Maasland stammende beeld, gemaakt tussen 1280 en 1320, wordt nog altijd ten vurigste vereerd door menig Boschenaar of pelgrim van buiten. In de bijdrage van G. Verhoeven onder de titel Dat beghinsel van onser vrouwen valt te lezen dat er met dit beeld heel wat heiligschennis is gepleegd: het werd wegens zijn lelijkheid beschimpt en bespuwd, maar een van die armzaligen verging het slecht: zij viel ter plekke ter aarde, werd met vereende krachten naar huis gebracht en stierf daar prompt. Aan de wonderdadigheid hoefde inmiddels al lang niet meer getwijfeld te worden. Hadewich Heijnendochter, lijdend aan tandpijn, werd in een droom aangespoord naar de Zoete Lieve Vrouwe te gaan. Daar beval Maria haar zoveel rozenkransen (pater nosters) te bidden als ze tanden in haar mond had en toen Hadwich daaraan gehoor had gegeven, genas ze terstond.

In vroeger dagen werd er binnen de kerkelijke kringen heel wat afgedroomd. Zo moet de pastoor van een niet bestaand Brabants dorp eens in een visioen hebben gezien hoe zijn parochianen, geen eentje uitgezonderd, terecht waren gekomen in de hel: ze hadden met andere woorden de brede, geplaveide weg des levens bewandeld en niet de smalle die vol obstakels was maar die uiteindelijk wèl naar de hemel leidde. De pastoor gebruikte zijn droom in een predikatie: ""Ik wil u uit dien oven redden waar het eeuwig rookt''. En vervolgens wekte hij zijn parochianen op hun biecht te komen spreken. En ziet: enkele dagen later heeft de pastoor een nieuwe droom: ""dat hij in een drom van zaligheid voorgaat op het pad naar de hemelpoort''.

Hoe het uiteindelijk met Anna Maria afliep? Ze werd veroordeeld tot het afleggen van een boetetocht langs verschillende Antwerpse kerken. Dit alles op een kar. Zo moest ze publiekelijk haar schuld belijden. Vervolgens werd ze in de cel gestopt, waar ze twee dagen moest vasten op water en brood en daarna werd ze voor onbepaalde tijd uit het bisdom verbannen.