Scania volgens directie niet weg uit Nederland

ZWOLLE, 9 OKT. Is truckfabrikant Scania, met vestigingen in Zwolle en Meppel, bezig zich langzaam maar zeker uit Nederland terug te trekken? De vakbonden vrezen van wel, maar de directie van Scania sust de onrust. “Dat is absoluut niet onze bedoeling. We doen dit ook niet vanwege acute problemen. Scania maakt dit jaar nog steeds winst. Ik weet niet waarop de vakbonden hun uitspraken over salami-taktiek baseren", zegt algemeen directeur J. Bergema van Scania Nederland.

Uiteindelijk kan het vandaag bekendgemaakte besluit van Scania Nederland uitmonden in een klein drama voor de regio Meppel. De stad raakt, als het even tegenzit, haar 30 jaar oude Scania-vestiging kwijt. Nu werken er nog 550 mensen in de Meppelse cabinefabriek. Maar het van origine Zweedse truckconcern heeft afgezien van een investeringsprogramma van 30 miljoen gulden voor het moderniseren van de las- en lakstraten in Meppel. Scania verkoos die investeringen in Zweden zelf te doen. Daardoor zullen de cabines bestemd voor de assemblagefabriek in Zwolle - produktie momenteel 7500 zware trucks per jaar - over drie jaar moeten worden aangevoerd uit het Zweedse Oskarsham.

Misschien kan de afmontage van de cabines nog wel in Nederland blijven , maar zeker is dat niet. Het staat nu al vast dat in Meppel 250 tot 300 banen vervallen. En voor de rest valt dus eveneens te vrezen. Gedwongen ontslagen denkt Scania te kunnen vermijden.

De klap is in Meppel en omgeving hard aangekomen. Scania is er de grootste industri"ele werkgever. De reactie van de lokale autoriteiten: niet leuk, maar als het bij het vervallen van de las- en lakafdelingen blijft is het, gezien de omstandigheden, te begrijpen.

“We hebben dit gedaan om een structurele keuze voor de toekomst te maken", legt Scania-directeur Bergema uit. “Hier en in Zweden op grote schaal investeren in modernisering was economisch niet verantwoord. Ook wij moeten op dit moment goed wikken voor we een investering doen.Een belangrijke overweging om voor Zweden te kiezen is geweest, zo geeft Bergema toe, dat procuceren daar, na de devaluatie van de Zweedse kroon met 25 procent begin dit jaar, voor het eerst goedkoper is geworden dan in Nederland. V'o'or de devaluatie was Nederland 15 procent goedkoper. Het voor Zweden gunstige verschil wordt mede in de hand gewerkt doordat Zweedse werknemers 2 uur langer per week werken en minder hoge ploegentoeslagen ontvangen.

Scania Nederland hoopt v'o'or 1 januari zekerheid te kunnen geven of de montageactiviteiten aan cabines in Meppel kunnen blijven. Bergema ziet “een goede kans dat Meppel overeind blijft”, maar tegelijk erkent hij dat het “financieel eigenlijk niet uit kan".

De situatie op de Europese truckmarkt is nog steeds bedroevend slecht. In het segment van Scania (zware trucks boven de 15 ton) worden dit jaar 100.000 vrachtwagens verkocht. Dat is bijna een halvering ten opzichte het recordjaar 1989. Scania zag zijn produktie in die periode dalen van 13.000 per jaar, de maximumcapaciteit, tot 7500 trucks nu. Ook voor 1994 verwacht directeur Bergema nog geen opleving van de markt. De hoop is gevestigd op de tweede helft van de jaren negentig. Scania wil dat herstel benutten voor het doen van investeringen in automatisering en modernisering om zodoende sterker te staan wanneer na 2000 onvermijdelijk weer slechtere tijden aanbreken.

Voor Scania in Zwolle is volgens Bergema wel degelijk perspectief nu dit bedrijf ook is aangewezen om meer werk te doen aan chassis die door Zweden worden aangeleverd. Ook zal Zwolle de motoren assembleren voor de splinternieuwe assemblagefabriek in het Franse Angers. Voor de Meppelse vestiging is dat een schrale troost. De vakbonden zijn het voorlopig oneens met de ingreep. Zij beschuldigen de Scania-directie van wanbeleid. Maandagochtend zullen de bonden in Meppel hun leden toespreken.

    • Ben Greif