PvdA minder ideologisch geworden, CDA meer

DEN HAAG, 9 OKT. De PvdA heeft in de loop van de jaren tachtig een steeds minder sterk ideologisch profiel gekregen. De partij vertoonde steeds meer een catch-all karakter waarmee ze uiteenlopende groepen kiezers trachtte aan zich te binden. De verkiezingsprogramma's van het CDA vertoonden in dezelfde periode juist een steeds sterkere samenhang, al was die samenhang zo algemeen geformuleerd dat de partij nog steeds verschillende soorten kiezers aansprak.

Dit is de conclusie van een proefschrift "Nederlandse politieke partijen en hun kiezers (1970-1989)' waarop de bestuurskundige A.M.B. Michels gisteren is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. Zij onderzocht de vraag in hoeverre PvdA, CDA en VVD met een duidelijke opstelling kiezers wat te kiezen gaven, zodat de verkiezingsuitslag kon worden gezien als uitdrukking van hun wensen.

De PvdA voldeed dus steeds minder aan die voorwaarde, aldus de promovenda. Slaagden de sociaal-democraten tijdens de jaren zeventig erin thema's als sociale zekerheid, inkomensbeleid en ontwikkelingshulp van een duidelijk ideologische samenhang te voorzien, in de jaren tachtig kwamen daar steeds meer thema's bij die het profiel deden vervlakken. Michels noemt daarbij onder meer de ontwapening, milieu, Europa en decentralisatie van bestuur. Door aan de wensen van steeds meer belangengroepen tegemoet te komen, probeerde de PvdA weer in de regering te komen. Michels constateert dat, gezien de opiniepeilingen, het verlies aan identiteit de Pvda nu opbreekt.

Het CDA gaf zichzelf met de keuze voor begrippen als "gespreide verantwoordelijk' en "rentmeesterschap' de mogelijkheid uiteenlopende zaken met elkaar te verbinden. Bezuinigingen, afstoting van overheidstaken en loonmatiging door sociale partners, konden met het eerste begrip worden verbonden, wapenbeheersing, ontwikkelingssamenwerking en milieubeheer met het "rentmeesterschap'. Toch houdt het CDA “veel minder dan PvdA en VVD een ideologisch profiel”, schrijft Michels.

De VVD maakte volgens de promovenda geen eenduidige ontwikkeling door. Het beginsel van "de vrijheid van de mens' stond in de meeste verkiezingsprogramma's centraal. In 1971, 1981 en 1989 waren er echter ook thema's als milieu, Europa en zorg voor de zwaksten die niet in het ideologisch profiel pasten. PvdA en VVD gingen, met name sociaal-economisch, steeds meer op elkaar lijken.

Voor een duidelijke keuze is niet alleen een profilering van partijen tegen opzichte van elkaar noodzakelijk. De partijen moeten ook op dezelfde gebiedenonderwerpen met elkaar willen concurreren. Michels constateert dat dit in de jaren tachtig steeds meer het geval was. Doordat in de jaren zeventig, behalve inkomensbeleid, ook zaken als abortus voor polarisatie zorgden, concurreerden de partijen zowel sociaal-economische als cultureel met elkaar. In de jaren tachtig zijn de sociaal-economische keuzes overgebleven.