Philips en Rabo in mysterieuze omhelzing

ROTTERDAM, 8 OKT. De gewoonste zaak van de wereld? Of een mysterieuze meesterzet waarmee de nationale industriële trots in stilte van een wisse ondergang werd gered op kosten van de belastingbetaler? De gisteren uitgelekte transactie tussen Philips en de Rabobank, waarbij Philips kennis verkocht aan de bank om die vervolgens terug te lenen, roept vragen op. Vragen over de ernst van de financiële malaise van de onderneming, over de speelruimte van de fiscus, over de openheid van het concern en over het stille Nederlandse industriebeleid.

Philips verkocht in het derde kwartaal kennis, aangenomen wordt in de vorm van licenties en octrooien, met een waarde van enkele honderden miljoenen aan de Rabobank. Bank noch concern wil de exacte omvang van het pakket prijsgeven. Analisten schatten dat het om een bedrag van ongeveer 800 miljoen gulden gaat. De twee ondernemingen kregen over de transactie een aanvaring met de fiscus. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) verzette zich tegen hun plan. Pas na tussenkomst van minister Andriessen (economische zaken) liet de staatssecretaris zijn bezwaren varen.

Het overleg voltrok zich in het grootste geheim. Gedwongen door de VPRO-radio erkende Andriessen gisteren het bestaan van een zogenoemde sale-lease-back constructie. Over de bezwaren van de fiscus wijdde de bewindsman niet uit. Wel deed hij zijn uiterste best de constructie als de gewoonste zaak van de wereld af te schilderen. Philips is door de Nederlandse overheid niet bevoorrecht, onderstreepte Andriessen. Als het, zoals de minister stelde, inderdaad gaat om een transactie die bij duizenden bedrijven wordt toegepast, waarom had Van Amelsvoort er dan bezwaar tegen? Hoe Andriessen ook zijn best deed, de suggestie dat er iets onoirbaars is geschied met toekomstige inkomsten voor de fiscus, kon hij niet wegnemen.

De minister wilde ook niet spreken van een vitale reddingsoperatie ten behoeve van Philips. Andriessen had de helpende hand toegestoken, meer niet. Redden moet het concern zichzelf, verklaarde hij gisterenavond. Hoe belangrijk is de transactie voor Philips?

Sale and leaseback-constructies zijn in de jaren tachtig een populair middel geworden om de balans van een bedrijf te verbeteren. Met name gebouwen worden aan een derde onderneming (bijvoorbeeld een bank, belegger of pensioenfonds) verkocht, en tegelijkertijd teruggeleased. Het verkopende bedrijf heeft als voordeel dat het kapitaalsbeslag op het gebouw wegvalt, en incasseert het bedrag dat voor het pand wordt betaald. Dit resulteert doorgaans in een kortere balans: het bedrag waarvoor het gebouw in de boeken staat valt weg aan de actiefzijde, en het bedrag waarmee het is gefinancierd valt weg aan de passiefzijde. Met de boekwinst op het gebouw kan bovendien het vermogen worden gespekt en de schuldpositie worden verminderd. Het moeten terugleasen van het gebouw zorgt natuurlijk wel voor hogere lopende uitgaven van het bedrijf, en drukt zo op de lange termijn de winst.

Als een onderneming immateriële activa verkoopt, zeker een wereldconcern in een zeer kennis-intensieve sector, is dat geen teken van kracht. Maar het is ook niet per definitie een vingerwijzing voor acute nood. Philips kampt al jaren met een door schulden aangetaste balans. De verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen is al geruime tijd zoek en staat bovenaan de prioriteitenlijst van de Philipstop.

Eerder dit jaar kreeg de balans een aanzienlijke impuls door de verkoop van een belang in een joint venture met het Japanse Matsushita. De verkoop leidde tot een boekwinst van 1,1 miljard gulden. Sindsdien verhouden de rentedragende schulden zich tot het eigen vermogen als 53 staat tot 47. D. Eustace, de financiële man in de Raad van Bestuur, streeft naar een verhouding van 40 staat tot 60.

De kennis van Philips komt niet voor op de balans. De post immateriële activa van 1,8 miljard gulden bevat uitsluitend auteursrechten en catalogi. Het geld dat Philips van de Rabobank heeft gekregen is daarom pure boekwinst. Stel de transactie met de Rabobank zou een boekwinst van 500 miljoen gulden opleveren, dan zou de zo vitale ratio verbeteren tot minder dan 52 staat tot 48. De sale-lease-back brengt zo bezien een van de belangrijkste doelstellingen van het concern een stap dichterbij. De transactie past daarmee in het streven van de onderneming en hoeft niet noodzakelijkerwijs als een paniekactie te worden opgevat. Als het dat wel is geweest, dan heeft Philips-president Timmer vorige week ten overstaan van de Nederlandse dagbladpers keihard spel gespeeld. Timmer verklaarde toen zeer tevreden te zijn over de verbetering van de financiële positie van het concern. Financieel-analisten waren al optimistisch gestemd na de verkoop van het Japanse belang eerder dit jaar. Pas op 4 november zal het bedrijf bij de presentatie van de kwartaalcijfers verder op de zaak ingaan.

    • Michel Kerres
    • Maarten Schinkel