Outplacement

Het artikel van Paul Hellmann over de outplacement-sector, in het Zaterdags Bijvoegsel van 25 september, heb ik met grote belangstelling gelezen, omdat ikzelf in 1992 bijna een jaar lang een outplacement-procedure heb gevolgd bij van Ede en Partners, een van de toonaangevende bureaus in deze sector. Mijn ervaringen zijn niet onverdeeld positief. In het artikel van Hellmann staat slechts een kritische reactie - summier en verder niet uitgewerkt - van een werkgever en een cliënt.

Enkele van mijn minder positieve ervaringen zijn de volgende:

1) Bij de start van de procedure werd door de consulenten verteld dat 80% van de mensen binnen 7 tot 8 maanden, en nagenoeg 100% binnen één jaar, een baan zouden hebben gevonden. Hoewel deze hoge score mij, mede gegeven de ongunstige arbeidsmarktsituatie, tamelijk ongeloofwaardig voorkwam, werd de cliënten steeds voorgehouden dat deze cijfers op waarheid berusten. Dat stimuleerde extra om enthousiast aan de slag te gaan! Na er ca acht maanden aan getrokken te hebben om die veelbelovende en 'vaak-beloofde' baan in de wacht te slepen sloeg de frustatie toe: ik hoorde op dat moment niet bij die 80% successcore! Maar... van de groep van 12 lotgenoten, die een deel van de procedure samen doorliepen, bleek op dat moment slechts één persoon een baan te hebben, dus nog geen 10% successcore. Na 10 maanden was die score nog niet verbeterd.

Conclusie: outplacementbureaus geven de cliënten en de opdrachtgevers geen eerlijke informatie over de wèrkelijke slaagkansen op een baan. De reden is duidelijk: het vertellen van de waarheid leidt ertoe dat bij gebrek aan opdrachten de outplacement-consulenten zèlf een andere baan moeten gaan zoeken! De consequentie van de huidige praktijk is wel dat opdrachtgevers met een valse voorstelling van zaken veel geld uit de zak wordt geklopt (vele tienduizenden guldens per geval); voorts, dat de cliënten na verloop van tijd in een nog groter gat vallen dan voorheen en dat de cliënten, als zij er niet in slagen binnen één jaar een baan te vinden, ook weinig gevoel van eigenwaarde meer overhouden.

2) De door mr. Leewens geponeerde stelling dat 80% van degenen die voor zichzelf beginnen slaagt, lijkt mij net zo ongeloofwaardig als bovengenoemde succes-percentages. Daarbij moet worden bedacht dat een groot aantal 'voor-zichzelf-beginners' deze stap als laatst overgebleven mogelijkheid neemt, 'ten einde raad'. Geen goede voorwaarde voor succes, dunkt me!

Toen ik na acht maanden overwoog om voor mijzelf te beginnen, vroeg ik mijn consulent hoe groot het succes-percentage was van de outplacementcliënten die voor zichzelf begonnen waren. Daarop werd geantwoord: “Geen flauw idee!” Toen ik opperde dat de opgedane ervaring van en met zelf-starters voor veel nieuwe cliënten van het outplacementbureau wezenlijke informatie betekent, werd geantwoord: “ja, daar hebt u wel gelijk in, we zullen dat intern eens bespreken”.

3) De begeleidende consulenten kwamen op mij over als: niet echt geïnteresseerd in het lot van de outplacementkandidaten. Na 10 maanden werd mij te verstaan gegeven dat het langzaam tijd werd om 'van elkaar afscheid te nemen': men had kennelijk voldoende gedaan voor het vele geld dat de opdrachtgever had betaald en nieuwe hordes cliënten verdrongen zich aan de poort. Van enige nazorg heb ik niets gemerkt: er werd nooit meer geïnformeerd naar wat er van mij is geworden.

Ik ben het hartgrondig eens met de opmerking van voormalig outplacementcliënte José Bionda: “Alleen de sterken redden het”. Daar zou ik aan toe willen voegen: “Ook zonder outplacementbureau”.

Slotconclusie: de èchte waarheid over de effectiviteit en over de successen c.q. mislukkingen van de outplacementbureaus moet boven tafel komen. De reclameslogans en incidentele successtory's van de bureaus zelf vormen slechts één kant van de medaille. Het oordeel en de ervaring van de opdrachtgevers en van de cliënten vormen de andere zijde van de medaille. Jammer genoeg is die andere zijde in het artikel onvoldoende belicht. Het wordt tijd dat opdrachtgevers en cliënten een boekje open doen over hun ervaringen met outplacement, niet alleen in het belang van potentiële opdrachtgevers en toekomstige cliënten, maar ook ter vergroting van de geloofwaardigheid en ter verbetering van de reputatie van de outplacementsector zelf.