Kandidaat-president nu al symbool van verdeeldheid

Steffen Heitmann, de kandidaat van de CDU voor het Duitse presidentschap, raakt steeds meer omstreden. Zelfs in zijn eigen partij wordt hij nu de verkeerde kandidaat genoemd. Hij integreert niet, hij polariseert. Iedere uitlating betekent controverse, schrijft CDU-Bondsdaglid Friedbert Pflüger deze week in Die Zeit. Het is dezer dagen hèt politieke debat in Bonn.

Het begint voor de christen-democratische kandidaat voor het Duitse presidentschap, Steffen Heitmann, nu echt onaangenaam te worden. Sinds bondskanselier Kohl deze minister van justitie in de Oostduitse deelstaat Saksen als kandidaat voor het presidentschap naar voren schoof, is Heitmann vrijwel uitsluitend negatieve publiciteit ten deel gevallen. En dat verdriet hem, zo blijkt uit de talrijke vraaggesprekken die inmiddels met hem zijn verschenen. Heitmann voelt zich onbegrepen en meent het slachtoffer te zijn van de talrijke taboes die in het westen leven, zoals het Duitse verleden, de buitenlanders en de positie van de vrouw.

Aanleiding tot de negatieve beeldvorming was onder andere een uitspraak van Heitmann in een interview met de Süddeutsche Zeitung. Daarin zei hij: “Ik geloof dat de georganiseerde dood van miljoenen joden in gaskamers werkelijk eenmalig is - zoals er zoveel historisch eenmalige gebeurtenissen zijn. Herhaling bestaat in de geschiedenis gewoonweg niet. Ik geloof niet dat daaruit een speciale plaats van Duitsland af te leiden is tot aan het einde van de geschiedenis. De tijd is gekomen - nu de naoorlogse periode definitief ten einde is met de Duitse eenheid - om deze gebeurtenissen op de juiste plaats te zetten.”

Bovendien liet Heitmann zich eerder in een vraaggesprek met de Spaanse krant El Pais afstandelijk uit over Europa: “Het Verdrag van Maastricht is niet het resultaat van een groot debat over de eenheid van Europa, maar is van bovenaf opgelegd.” De gedachte aan de "Europese burger' noemde hij een “intellectueel gedachtenspinsel”. Ook zijn uitlatingen over de positie van de vrouw zijn niet onweersproken gebleven, aangezien ze bij sommigen de indruk wekten dat hij de vrouwen terug wilde sturen naar de kinderen en de keuken (“Wie zelfverwerkelijking in zijn volle omvang nastreeft, moet van kinderen afzien. Het hebben van kinderen is immers een beperking van je (mogelijkheid tot) zelfverwerkelijking.”).

Zowel de leider van de joodse gemeenschap in Duitsland, Ignatz Bubis, als een woordvoerder van de zigeuners in Duitsland zei Heitmann onaanvaardbaar te achten als president van Duitsland. Bubis zei: “De uitlatingen van Heitmann zijn veelal dubbelzinnig en bedoeld om de rechtse extremisten nieuwe argumenten in handen te spelen. In tegenstelling tot wat Heitmann heeft gezegd is de naoorlogse periode niet tot een einde gekomen na de Duitse hereniging.” Een woordvoerder van de zigeuner-organisatie verklaarde: “Er bestaat ernstige ongerustheid dat deze verklaringen welbewust zijn afgelegd om een populistische reputatie te verwerven.”

Daarmee is Heitmanns politieke profiel in schril contrast te staan met dat van de huidige president, Richard von Weizsäcker, die er steeds op heeft gehamerd dat de Duitsers het nazi-verleden nooit moeten vergeten en die nadrukkelijk is opgekomen voor het lot van de buitenlanders.

Heitmanns politieke beeldvorming dreigt steeds verder naar rechts vertekend te raken, nu hij niet alleen de steun krijgt van de Beierse CSU, maar bovendien van extreem rechtse groeperingen. De leider van de Republikaner, Franz Schönhuber, verklaarde tegenover Der Spiegel: “Ik ben het eens met het meeste wat Heitmann heeft gezegd.” En ook de extreem-rechtse Nationaal Democratische Partij betuigde hem zijn steun.

Bondskanselier Kohl had zijn keus op Heitmann laten vallen, omdat hij per se een president uit het oosten van Duitsland wilde. Op die manier wilde de bondskanselier aan de Oostduitsers, die zich toch nog een beetje tweederangs burgers voelen, laten merken dat ze er echt helemaal bij horen. Het moest wel iemand zijn met een onbelast DDR-verleden en aan die eis voldeed de theoloog-jurist Heitmann. Hij weigerde ooit dienst voor het leger van de DDR, hij was studentenpredikant aan de technische universiteit van Dresden, een functie die, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung, met wantrouwen werd bekeken door de Oostduitse autoriteiten, zijn naam kwam niet in de Stasi-archieven voor en hij trad pas in 1992 tot de CDU toe, nadat hij minister van justitie was geworden.

Heitmann zelf zei afgelopen zondag zichzelf vooral te beschouwen als slachtoffer van de kritiek die eigenlijk voor bondskanselier Kohl is bedoeld. De manier waarop hij bepaalde thema's aan de orde had gesteld, paste misschien niet helemaal bij het westelijke intellectuele debat, aldus Heitmann, maar dat vond hij “een relatief normale gang van zaken”. Hij toonde dan ook allerminst de neiging om afstand te nemen van het imago dat hij de afgelopen weken heeft aangewreven gekregen en zei zichzelf “graag als conservatief” te beschouwen. Ook verklaarde hij “het nationale”, hoezeer soms ook misbruikt, als begrip nog alleszins bruikbaar te vinden.

De kans dat Heitmann daadwerkelijk gekozen zal worden is er door de laatste ontwikkelingen niet groter op geworden. Een kiescollege, bestaande uit 662 volksvertegenwoordigers en evenveel vertegenwoordigers van de zestien regionale parlementen, zal op 23 mei in Berlijn het nieuwe staatshoofd aanwijzen. De stemmen van CDU en CSU zijn echter niet voldoende om Heitmann in het zadel te helpen.

De Duitse sociaal-democraten hebben de premier van Noordrijn-Westfalen, Johannes Rau, als hun kandidaat voor het presidentschap. Van SPD-zijde zijn dan ook alleen maar negatieve geluiden te vernemen over Heitmann. Premier Oskar Lafontaine van Saarland vond dat Heitmann met zijn uitlatingen over het Duitse verleden olie op het vuur van de rechts-extremisten goot. Karsten Voigt, een van de buitenland-specialisten van de SPD, zei dezer dagen in een gesprek met de Berliner Zeitung: “Heitmanns verklaringen beschadigen nu al de reputatie en de belangen van Duitsland.”

Willen CDU en CSU enig perspectief hebben op verkiezing van Heitmann, dan zijn die twee partijen aangewezen op hun liberale coalitiepartner, de FDP. Maar ook die partij heeft laten weten niets in Heitmann te zien. “Heitmann is niet onze man”, zei de leider van de Duitse liberalen, minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel, eind vorige maand. Ook de nieuwe voorzitter van de FDP in Sleeswijk-Holstein, Jürgen Koppelin, zei Heitmann geen waardig opvolger van Weizsäcker te vinden, omdat hij al “te veel porselein gebroken heeft”.

Een deel van de liberalen wilde daarom direct maar uitwijken naar Johannes Rau, maar een dergelijke keus zou binnen de huidige centrum-rechtse regeringscoalitie wel eens als voorbode van politieke ontrouw kunnen worden aangemerkt. En dat kan in het verkiezingsjaar dat Duitsland tegemoet gaat verkeerd uitwerken. Daarom lijkt de FDP voorlopig te willen inzetten op de links-liberale mevrouw Hildegard Hamm-Brücher (72), een voormalige staatssecretaris op het ministerie van buitenlandse zaken. Ze heeft ooit deel uitgemaakt van de coalitie tussen FDP en SPD, maar heeft de Wende naar de CDU, inmiddels meer dan tien jaar geleden, nooit mee willen maken. Op haar persoon zouden linkse en rechtse liberalen zich voorlopig moeten kunnen verenigen.

De toenemende kritiek op Heitmann brengt CDU en CSU nu in de verleiding zich in te graven en hun kandidaat steeds feller te verdedigen. Daarmee lijkt de keus van de bondspresident, die eigenlijk het symbool van de Duitse eenheid zou moeten vormen, in het naderende verkiezingsjaar meer dan ooit het symbool van politieke verdeeldheid te zijn geworden.

    • Herman Amelink