Jacht op slapende pensioenschatten

Stoere mannen en vrouwen niet voor een kleintje vervaard slaan vaak dicht als het over pensioenen gaat. Ze weten nog wel iets over koopsommen waar de fiscus aan mee betaalt, maar hoeveel dat oplevert aan extra lijfrente/pensioen en de uitkering die er straks in totaal op tafel komt, is te veel gevraagd.

Zij doen ook nauwelijks moeite om er achter te komen wat een aanvullend (op de AOW) ouderdomspensioen inhoudt. “Daar hebben wij een speciaal mannetje voor.” Werknemers/deelnemers in collectieve regelingen worden in de watten gelegd door fiscus, werkgevers, pensioenfondsen en verzekeraars. Anderen moeten dat zelf (laten) opknappen.

Die zorg komt mede voort uit de opvatting dat de opbouw van een pensioen meer een gunst is van werkgevers dan een recht van werknemers, een vorm van (tot de pensioendatum) uitgesteld loon. En nog steeds constateren adviseurs weleens die houding van geen grote mond, wees blij dat het allemaal mooi geregeld wordt.

Daar zit iets in: wie bij de grote bedrijven of (semi-)overheid werkt en zijn opgebouwde pensioenreserve van de ene baas naar de andere mee kan nemen, wordt in een luie stoel naar een volledig, soms waardevast, pensioen gedragen. Zelfs dat voldoet niet meer: deelnemers willen nu een op maat gemaakte stoel en een persoonlijke route. Geen starre regelingen, maar open en flexibele voorwaarden die lijken op individuele verzekeringen.

Niet bekend

Je moet immers een compleet overzicht hebben om uit te kunnen rekenen hoe groot de pensioenbreuk is. Die hoef je overigens niet altijd te herstellen met een (lijfrente)verzekering, wat verzekeraars, fondsen en tussenpersonen van harte aanbevelen. Een eigen huis, vermogen of gewoon een lastenverlaging na de pensionering dragen bij aan het gewenste evenwicht tussen inkomsten en uitgaven. Bovendien blijven die bezittingen in de familie bij overlijden van de pensioentrekker(s). Op jacht dus!

Een eerste stap kan zijn iets te lezen over het onderwerp. In het boekje Pensioen Profiel opent verzekeraar Avéro Pensioen zoekers en slapers de ogen en berekent de pensioenbehoefte met een computerprogramma.

Daarna komt het arbeids-/pensioenverleden aan de orde: wanneer heb ik waar gewerkt, zijn er toen premies betaald en rechten opgebouwd, bij welk pensioenfonds/verzekeraar, weet men mijn adres, kloppen gegevens als burgerlijke staat en dergelijke nog, staan mijn rechten op papier en heb ik een reglement. Het lijkt niet zo urgent, echt iets voor tegen de pensioendatum. Dat uitstel is echter om de volgende redenen onverstandig.

Wanneer er een pensioenbreuk bestaat, moet je die zo vroeg mogelijk signaleren en herstellen, op welke manier dan ook. Verder is pensioen een haalschuld, de gerechtigde moet actie ondernemen om het te krijgen. Daar zijn werknemers niet aan gewend, maar wanneer je ergens weg bent, let dat mannetje niet meer op je. En als derde punt de indexering van slapende rechten, vanaf 1 januari 1992, mits de pensioentrekkers in dezelfde regeling dat ook krijgen.

Niet altijd hoeft een slapende deelnemer zelf op pad. Het pensioenfonds van een grote verzekeraar, opgebouwd uit de fondsen van tientallen kleinere bedrijven, indexeert rechten en is vorig jaar begonnen met het sturen van nieuwe opgaven aan bekende adressen van duizenden slapers/oud-werknemers. Klopt het adres niet, dan probeert men vier keer om het juiste te vinden. Zo'n jaarlijkse verhoging, in 1993 2,7 procent, kan over een periode van twintig jaar een pensioen verdubbelen bij een gemiddelde van 3,6 procent. Dan lijkt die slapende schat een groeidiamant.

Na tientallen jaren kunnen bedrijven en pensioenfondsen niet meer bestaan of zijn op gegaan in andere concerns. Dat kan de jacht bemoeilijken. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, een onafhankelijke bond met veertigduizend leden, helpt onder meer bij het opsporen van rechten. De bond ijvert samen met de Stichting Landelijke Ombudsvrouw (de pensioenwereld is een grijze mannenwereld) in Den Haag en de Vereniging Aanpak Pensioenbreuk in Soest voor mentaliteitsverandering bij pensioenbobo's.