Geloofskwesties bij ondernemersfusies

Klein plus klein gaat makkelijker samen dan groot plus groot. Dat bewijst de vergaande vorm van samenwerking tussen het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) en het Nederlands Christelijk Ondernemers Verbond (NCOV). Een paar jaar geleden mislukte een dergelijke vorm van samenwerken tussen het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) en het Nederlands Christelijk Werkeversverbond (NCW).

In 1990 drongen vijftien grote bedrijven - waaronder Akzo, Philips, Shell, DSM en Nationale-Nederlanden - aan op een krachtenbundeling van VNO en NCW voor een effectievere belangenbehartiging van het bedrijfsleven in Den Haag en Brussel. Zorgvuldig werd het woord fusie vermeden; dit zou de discussie bij voorbaat, vooral bij het NCW, doodslaan.

Een commissie onder leiding van voormalig Shell-topman G.A. Wagner ging aan de slag en raadde VNO en NCW “een intensivering van het bestuurlijk contact” aan. Sinds het pleidooi van de Commissie-Wagner ontmoeten VNO en NCW elkaar ongeveer zes keer per jaar in het gemeenschappelijk overleg. Een zeer nuttig college, want tussen de opvattingen van VNO en NCW zit niet veel licht. Een fusie zit er voorlopig niet in, want het NCW hecht nog steeds aan de eigen identiteit. Het NCW wil de eigen organisatie en daarmee de eigen identiteit bewaren; de "C' waarborgt nauwe banden met het CDA en dus met het centrum van de politiek.

Ook in de toekomst blijft de "C' hoog in het NCOV-vaandel, zei voorzitter Jan ten Hoopen gisteren tijdens een gezamelijke persconferentie met KNOV-voorzitter Jan Kamminga. De werkgeversorganisaties in het midden- en kleinbedrijf (mkb) gaan hun bureaus volledig samenvoegen. Daarboven komt een federatiebestuur, dat bestaat uit leden van de twee organisaties, die zelfstandig blijven bestaan.

De samenwerking tussen het NCOV en het NCW, via een gezamenlijk mkb-bureau blijft overeind, maar het NCW speelt verder geen rol in het gezamenlijk bestuur. Het samenwerkingsverband tussen CNV en NCW zorgde dit voorjaar nog voor een ernstig conflict tussen het NCOV en KNOV. "Moord bij klaarlichte dag' werd bij het KNOV de samenwerking tussen de confessionele organisaties genoemd. NCOV en KNOV werkten aan een samenwerkingsverband waarbij het bureau Berenschot de nodige argumenten pro en contra op een rijtje had gezet.

De nieuwe federatie omvat 130.000 ondernemers, verenigd in 100 branche-organisaties en nog eens 500 lokale organisaties. De nieuwe federatie zal een verdere bundeling van die organisaties nastreven. In totaal tellen KNOV en NCOV ongeveer 180 werknemers. “Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat er een inkrimping zal plaatsvinden”, zei Ten Hoopen. Het NCOV heeft juist zelf een sanering achter de rug. De vereniging lijdt als kleinste organisatie onder het feit dat branches of bedrijven in toenemende mate het nut van dubbellidmaatschap van werkgeverscentrales niet langer inzien.

Hoe het nieuwe federatiebestuur zal worden samengesteld, is nog onduidelijk. Het NCOV zal als organisatie een rol blijven spelen voor de ondernemers die hechten aan de christelijke identiteit. Dat zou dan ook kunnen gelden voor katholieke organisaties die nu zijn aangesloten bij het KNOV. De ontzuiling van Nederland is nog niet zover dat NCOV en KNOV volledig fuseren.

    • Cees Banning