Flexibeler werken

DE INDUSTRIEBOND FNV heeft een opmerkelijke wending gemaakt. In een ontwerpnota voor de arbeidsvoorwaarden van de komende twee jaar heeft de grootste vakbond in de marktsector een paar gestaalde standpunten herzien. Overrompeld door de positieve reacties van zowel de metaalwerkgevers als de minister van sociale zaken, is de Industriebond enigszins beduusd over de beweging die de nota heeft veroorzaakt.

De bond neemt afstand van traditionele CAO-eisen en kiest voor grotere flexibiliteit in de arbeidsverhoudingen ten behoeve van meer werkgelegenheid. Verwezenlijking van pleidooien voor meer aanpassingsvermogen in de arbeidsmarkt komt hiermee in zicht: terugdringing van ziekteverzuim door de invoering van "negatieve prikkels', prestatiebeloning, verruiming van de mogelijkheden voor werk in het weekeinde, loonmatiging en differentiatie van salarisverbetering per sector of bedrijf.

Het is jammer dat minister De Vries (sociale zaken) slechts één element uit de vakbondsnota heeft opgepikt, namelijk de bereidheid tot loonmatiging. Bij de gestage stijging van de arbeidsinkomensquote, een graadmeter voor de winstgevendheid van het bedrijfsleven, en gezien de gevolgen van de harde gulden voor de industriële concurrentiepositie, is het niet verwonderlijk dat in een tijd van recessie de looneisen worden gematigd. Maar algemene loonmatiging zoals De Vries wil, is even fnuikend als collectieve loonstijging: het probleem van de Nederlandse loonkosten zit aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar ze te hoog zijn, en aan de bovenkant, waar geen ruimte voor stijging is.

TERECHT VERZET de Industriebond zich, evenals de werkgeversorganisaties en de overige bonden, tegen de looningreep waarmee De Vries dreigt. Een pleidooi voor verlaging van de collectieve lasten en grotere vrijheid voor individuele loondifferentiatie zal de Industriebond moeilijk kunnen vertolken. Loslating van de Algemeen Verbindend Verklaring van CAO's biedt de mogelijkheid om die tegenstrijdigheid op te lossen. Maar deze wenselijkheid is vanzelfsprekend niet in de nota van opgenomen; daarmee zou de bond de kern van zijn bestaan uithollen. Opheffing van het collectieve karakter van arbeidsvoorwaarden is nog een stap te ver.