Emiliehoeve begint apart huis voor verslaafde moeders

DEN HAAG, 9 OKT. Het Verslavingscircuit Bloemendaal, waarvan de therapeutische gemeenschap voor drugsverslaafden Emiliehoeve in Den Haag een onderdeel vormt, zal over een maand een woon- en behandelproject voor verslaafde moeders en hun kinderen openen. Tijdens hun verblijf nemen de vrouwen deel aan behandelprogramma's, terwijl zij toch zorg blijven dragen voor de opvoeding van hun kinderen. Het gaat om een project waarvan er nog geen ander bestaat in Nederland.

Volgens directeur Wayne Laudermilk en psychiater Chris van der Meer van de Emiliehoeve krijgen hulpverlenende instanties steeds vaker te maken met verslaafde vrouwen met jonge kinderen. Behandeling van deze vrouwen is vrijwel onmogelijk in een therapeutische gemeenschap, zoals de Emiliehoeve. “Dat is nu eenmaal een te heftige en te emotionele omgeving om jonge kinderen op te laten groeien”, zegt Van der Meer. In de huidige situatie is er sprake van ambulante begeleiding bij de opvoeding vanuit het zogeheten HADOK-project (Haagse drugsverslaafde ouders en hun kinderen). Daarnaast zorgt de gespecialiseerde crèche de Woezel voor de kinderopvang. Beide projecten blijken echter in de praktijk niet genoeg "drempelverlagend' te zijn voor behandeling van het verslaafde gezin.

Op het terrein van Bloemendaal bouwt een woningbouwbedrijf een aantal woningen, die deels bestemd zijn voor het personeel en voor meer stabiele bewoners van de psychiatrische inrichting. Het verslavingscircuit van het psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal heeft daarvan een vier-onder-één-kaphuis gehuurd, waar permanent twee verslaafde moeders met kun kinderen - van beneden de tien jaar - per woning kunnen worden gehuisvest.

Project 4 van de Emiliehoeve biedt een begeleide, maar zelfstandige huisvesting voor de moeders met kinderen. De moeders nemen overdag deel aan het programma van de Emiliehoeve of één van de andere Haagse programma's. De kinderen worden opgevangen in de crèche of zij gaan naar school. De moeders krijgen verder begeleiding bij de opvoeding van hun kind of kinderen door een orthopedagoge en een gespecialiseered medewerker van het HADOK-project. “Het is dus het eerste project waarbij een moeder tijdens de behandeling ook echt moeder blijft”, zegt Laudermilk. “De kinderen gaan niet naar een kindertehuis, ze zijn thuis met hun moeder, die een eigen inkomen heeft en zelf huur betaalt voor de huisvesting.”

De behoefte aan dit soort projecten wordt steeds groter. Naar schatting worden in Amsterdam jaarlijks vijftig kinderen van een verslaafde moeder geboren. In de regio Den Haag ligt dat cijfer naar schatting tussen 25 en 30. Overigens voorziet Project 4 in principe ook in opname van alcohol- of gokverslaafde moeders. Het totaal aantal kinderen in de vier woningen zou zestien kunnen bedragen. Aanmelding voor deelname aan de behandeling kan lopen via de bekende "intake' voor de verslavingszorg in de Haagse binnenstad, maar volgens Van der Meer zal verwijzing naar Project 4 ook verlopen via gynaecologen en kinderartsen, die de vrouwen en hun kinderen op hun spreekuur krijgen. Ook vertrouwensartsen kunnen een beroep doen op Project 4.

In het begin van de behandeling kunnen de moeders een beroep doen op het detoxificatie-instituut De Weg, dat ook op het terrein van Bloemendaal is gevestigd, voor het geval "afkicken' problemen geeft. De methadonafbouw kan bovendien in huis plaatsvinden. Het dagprogramma van de vrouwen bestaat uit therapie, arbeidsgewenning en pedagogische begeleiding. “Het belangrijkste is dat in deze omgeving voor elke moeder een programma en therapie wordt ontworpen die op de persoon is toegesneden”, aldus Van der Meer. Naar verwachting zal de totale opvang van een moeder in Project 4 een jaar duren.