Een overwinning zonder overwinnaars

Moskou wordt door gekken geregeerd, constateert Vladimir Vojnovitsj. In deze op verzoek van NRC Handelsblad geschreven bijdrage twijfelt de Russische schrijver aan zowel de geestelijke gezondheid van de bevolking als aan die van de machthebbers in de recente machtsstrijd. Of het met de recente "burgeroorlog van twee dagen' is afgelopen, is volgens Vojnovitsj nog maar de vraag.

In het Russische parlement, en überhaupt onder mensen die dichtbij de macht staan, komen haast geen voormalige bestrijders van het regime voor, constateert de auteur. Dat heeft een grote weerslag op het morele en intellectuele peil van het Russische politieke leven.

"Nu hebben we iemand nodig van groter formaat dan Jeltsin.'

Ik geef het niet graag toe, maar iedere keer dat ik in Rusland kom, krijg ik steeds meer het gevoel dat ik in een gekkenhuis ben beland.

Een van mijn buurvrouwen, die aan een ernstige ziekte lijdt, wil zich niet door normale artsen laten behandelen omdat ze ze allemaal kwakzalvers vindt. Ze laat zich door een of andere Mongool uit Gorno-Altajsk behandelen. De Mongool heeft zijn patiënte nog nooit in levenden lijve gezien maar beschikt wel over een hem per post toegezonden zwart-witfoto van zes jaar geleden. Ze belt hem, hij haalt de foto uit zijn kaartenbak en meldt het origineel dat haar aura al in zijn hand ligt. ""Ik heb je aura te pakken'', meldt de genezer, ""ik warm je lever, je voelt je lever al warmer en warmer worden. Zeg me, voel je je lever al warmer en warmer worden?'' ""Ja, ik voel het'', zegt ze verzaligd, maar desondanks valt ze steeds meer af en wordt ze geler.

Haast elke ochtend haal ik uit mijn brievenbus aanbiedingen om mijn woning te verhuren, te verkopen of te vermaken. (Als ik haar aan een bepaald soort tuig vermaak, zal dat me onderhouden tot mijn dood, voor het zeer spoedig intreden waarvan het ook zorg zal dragen.)

In diezelfde brievenbus komen ook regelmatig oproepen van iemand die zich ""God de Heer, de Geest van de Waarheid, Uw Vertrooster de Messias, Afgedaald naar de Aarde, Maria Davie Christus'' noemt. Soms noemt ze zich Maria Jezus. Naar verluidt was ze nog niet zo lang geleden een komsomolfunctionaris op districtsniveau, lid van de Journalistenbond, afgevaardigde van een of andere Sovjet en een nichtje van wijlen KGB-generaal Semjon Tsvigoen. Tweeduizend jaar geleden was ze naar eigen zeggen Jezus Christus. Toen was de kruisiging, ze herrees, steeg op, nu is ze weer naar de aarde afgedaald, en dit verschijnen van haar dient als tweede en laatste te gelden. Op 24 november is de Dag des oordeels, waarop Maria Christus aan alle stammen en volkeren zal verschijnen en een ieder die tegen die tijd nog niet in haar gelooft, staat een vreselijke dood te wachten. Slechts 144 duizend volgelingen van haar zullen gered worden en ten hemel stijgen.

Op een keer, toen ik de zoveelste boodschap van Maria Christus zat te lezen, hoorde ik de bel gaan; ik deed open en zag een man met een panty over zijn hoofd getrokken. Ik dacht dat het een inbreker was en wilde hem al mijn waardevolle spullen geven, onder meer de computer waarop deze regels geschreven worden. De gemaskerde man verzekerde me echter direct dat hij helemaal geen misdadiger maar een slachtoffer was: hij werd door buitenaardse wezens achterna gezeten en wilde zich bij mij verschuilen. Nauwelijks had ik een besluit dienaangaande genomen of er verschenen buitenaardse wezens in witte jassen, waarna mijn bezoeker ondanks heftige tegenstand naar beneden naar een gele auto met een rood kruis werd getrokken.

Na dat avontuur zette ik de tv aan en ik zag een talkshow met een presentator en twee mensen die zich bij de aanstaande presidentsverkiezingen kandidaat wilden stellen. Ze zaten op het toneel, terwijl het publiek in de zaal de rol van hun eventuele kiezers speelde. Een van de kandidaten was een ex-voorzitter van een wijkraad, de ander een schrijver die onlangs uit het buitenland was teruggekeerd. Beiden beloofden dat ze, als ze tot president werden gekozen, geen democratietje zouden spelen maar het land met de nodige hardheid zouden besturen, want we hadden geen vrijheid maar orde nodig. De voorzitter zei dat een democratie van het westerse type niet bij Rusland paste, de schrijver beaamde dat en voegde daar nog aan toe dat Rusland geen democratie maar een Leider met laarzen aan en een pet op nodig had. Waarmee hij veel bijval en applaus van de zaal oogstte.

De presentator, die kennelijk ook een aanhanger van zo'n soort president was, wilde zijn gasten allerlei testjes laten doen, onder meer het uit elkaar halen en in elkaar zetten van een kalasjnikov, omdat naar hij zei elke president met een machinegeweer moest kunnen omgaan (waarom dat?). Beide presidentskandidaten raakten wat van de wijs. De voorzitter merkte op dat het in elkaar zetten en uit elkaar halen van een machinegeweer iets voor de militairen was, terwijl de schrijver zei dat hij liever een koud wapen dan een vuurwapen had en hij liet het publiek een stiletto zien. Waarvoor hij wederom met applaus werd beloond, waarna hij het mes in zijn laarzenschacht stopte en met een van zijn opgetogen fans begon te hossen.

Deze keer kwam ik medio september in Moskou. Tijdens mijn verblijf werd de sfeer van het gekkenhuis nog intenser en ze sloeg naar nieuwe sectoren over. De president van Rusland, Boris Jeltsin, verklaarde op 21 september het parlement voor ontbonden en kwam met nieuwe verkiezingen. De afgevaardigden van het ontbonden parlement verklaarden Jeltsin voor afgezet en kozen meteen generaal Aleksandr Roetskoj tot president. Jeltsin sloot in het Witte Huis de telefoon en het licht af. De afgevaardigden kwamen met eigen ministers van Defensie, Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Waarna de meest verstandigen het zogeheten Witte Huis verlieten en naar het Kremlin (de residentie van Jeltsin) doorstoomden, waar hun in ruil voor de overgave nieuwe baantjes en privileges werden beloofd.

Op een van die dagen zette ik de tv aan en ik zag Roeslan Chasboelatov, de voorzitter van het ontbonden en snel leeglopende parlement. In het reeds hermetisch afgesloten gebouw gaf Roeslan Chasboelatov het ene volslagen onuitvoerbare bevel na het andere. ""U'', zei hij tegen generaal Atsjalov, ""bent benoemd tot minister van defensie. Uw taak is nu eenvoudig: u gaat de strijdkrachten aanvoeren.'' Ik weet niet hoe de generaal op dat bevel reageerde, maar een tijdje later verscheen Roeslan Chasboelatov weer op de buis toen hij zich tot de restanten van zijn garde richtte: ""Kameraden afgevaardigden, waarom hebben we hier geen militaire onderdelen? Breng hier militaire onderdelen heen.'' Ik dacht dat ze meteen de psychiater voor de parlementsvoorzitter zouden halen, maar dat gebeurde niet.

Een van Chasboelatavs naaste medewerkers, Joeri Voronin, vroeg: ""Roeslan Imranovitsj, noem maar de onderdelen die we moeten halen, en geef ons tenminste één generaal.'' Ik dacht dat dat een sarcistische opmerking was, maar een tijdje later, toen Joeri Voronin de onderhandelingen in het Danilov-klooster met de vertegenwoordigers van de president had afgebroken, zei hij dat er over niets meer viel te praten omdat de andere partij niet meer bestond. Toen ik dat hoorde ging ik ook aan de geestelijke gezondheid van deze man twijfelen, omdat het volkomen duidelijk was dat de andere partij nog bestond en zelfs volledig bij haar positieven was.

Niettemin kwamen de bewoners van het Witte Huis met decreten, bevelen en verordeningen, ze verklaarden dezen en genen voor afgezet of benoemd, dreigden de ongehoorzamen (maar niemand gehoorzaamde) met straf, gevangenis en executie, en waren, als we de onheilspellendheid van hun bevelen even vergeten, net kinderen die met een heel serieus gezicht achter het stuur van een kapotte auto ""Rrrrr'' zitten te doen. Soms dacht ik dat die mensen misschien iets wisten wat ik niet wist, maar later bleek toch dat al hun daden niet het gevolg van onwetendheid maar van waanzin waren.

Overigens heb ik over het normaal zijn van de andere partij ook wel wat twijfels.

Op 3 oktober werd ik om drie uur door een vriend gebeld die zei dat er in de buurt van het Witte Huis geknokt werd. Medestanders van de in het Witte Huis zittende gekken (zelf gek of dronken) doorbraken gewapend met stokken en machinegeweren het kordon van de OMON en vielen het stadhuis aan. Ik zette natuurlijk meteen de tv aan en ging aan de kanalenkiezer draaien. Op het eerste net zag ik een kindertekenfilm, op het tweede een hondententoonstelling. Op het derde net hadden twee mensen een diepzinnig gesprek over wat een idioot is en waarin hij zich van een verstandig iemand onderscheidt, het vierde net hield zich bezig met de bloemteelt, op het vijfde net werd verteld hoe de soldaten van het Russische leger hun vrije tijd doorbrengen en op het zesde net zat MTV met clips. Eindelijk had ik het laatste net en daar zag ik verhitte gezichten van met stokken zwaaiende demonstranten, angstige gezichten van zich terugtrekkende politiemensen, rode vaandels boven de hoofden, hakenkruizen op de mouwen, door de lucht vliegende stenen en de rest. Maar dit was niet de Russische tv maar het Amerikaanse CNN.

Ik begreep dat de Russische tv niet zo snel als de Amerikaanse kon zijn, maar had toch niet gedacht dat de vertraging zo lang zou duren. Er ging een uur voorbij, twee uur, tweeënhalf uur, de strijders van Chasboelatov en Roetskoj bezetten het stadhuis en maakten aanstalten het tv-complex Ostankino te bestormen, maar Ostankino zelf bleef een of ander onzinprogramma uitzenden, tot het helemaal uitviel.

Als ik me niet vergis hervatte het Russische Journaal ongeveer vijf uur na het begin van de gebeurtenissen zijn uitzendingen vanuit een noodstudio, maar de gebeurtenissen zelf van 3 en 4 oktober tot aan het eind van de bestorming van het Witte Huis werden alleen door CNN uitvoerig belicht. Zelfs in Moskou kun je niet overal CNN ontvangen, daarom konden bewoners van straten vlakbij het Witte Huis, terwijl ze met eigen oren het schieten hoorden, niet zien wat de hele wereld op de buis zag.

De waanzin heeft zijn eigen logica. Zodra het schieten begon stortten veel buitenstaanders zich midden in het strijdgewoel in plaats van wat afstand te houden, de een met het doel deze of gene partij te helpen, de ander voor de lol en weer een ander uit pure nieuwsgierigheid. Ooggetuigen vertellen van de idioten die zich geenszins lieten deren door het gefluit van de kogels en het gesteun van de stervenden. Je had er onder hen die met overgave het Witte Huis verdedigden maar zich vervolgens even enthousiast onder de aanvallers schaarden.

De gekte heerste buiten het belegerde gebouw en daarbinnen.

Naar verluidt maakt Chasboeloetav kans er als niettoerekeningsvatbare met een sisser af te komen. Zelfs toen ze uit kanonnen op hem schoten bleef hij zonder iemand wat te vragen werken en bevelen geven. Maar dan generaal Roetskoj, die bleef bij zijn volle verstand. Hij was bereid zijn leven op te offeren, naar later bleek niet zijn eigen leven maar dat van anderen. Hij stuurde zijn te gering in aantal zijnde en slecht bewapende volgelingen de dood in. Hij zei de ongehoorzamen zonder excuus te zullen neerschieten. Maar zodra de granaten de muur van zijn werkkamer bereikten, richtte de Held van de Sovjet-Unie zich tot de buitenlandse ambassadeurs met het verzoek voor zijn leven garant te staan.

Nu praten alle waarnemers en analytici erover of deze botsing onvermijdelijk was, of zij niet op een of andere manier te voorkomen was geweest door middel van onderhandelingen, een compromis over het uitstel van de verkiezingen of iets anders. Volgens mij was die mogelijkheid er niet. De basis voor deze afloop van het conflict werd in augustus 1991 gelegd, toen na de overwinning op de toenmalige putchisten alleen de hoofdrolspelers werden gearresteerd. Hun helpers en aanhangers zijn er met een sisser af gekomen. De meest verstokte communisten en KGB'ers vonden in de zogeheten machtsstructuren onderdak. Elk refereren aan het verleden van die mensen gold als misplaatst en als een uiting van extremisme die tot een heksenjacht zou leiden. Toen werden er halfslachtige besluiten genomen. De Sovjet-Unie bestond officieel niet meer, maar het hele Sovjetsysteem bleef goeddeels overeind. De oude leden van de nomenklatoera bleven op hun plaats. Afgevaardigden kregen ongelooflijke rechten en volmachten die ze gebruikten om hun bevoorrechte positie te versterken. De oude grondwet was nog in werking. Zij is opgesteld door Stalin, nader uitgewerkt door Brezjnev en wordt door de afgevaardigden eindeloos ten eigen voordele bijgewerkt.

Om die grondwet te toetsen kozen ze een Constitutioneel Hof. De rechters trokken een zijden mantel aan, zetten een mutsje op en deden een ketting om, maar bleven wat ze vroeger waren, en vroeger waren ze (negen van de twaalf) lid van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hun onafhankelijkheid was betrekkelijk: ze betrokken hun woning, zomerhuis, auto en andere voorrechten van diverse instanties en mensen die handelden volgens het principe: jij bent aardig voor mij, dan ben ik aardig voor jou. Het proces tegen de CPSU lieten ze natuurlijk in de soep lopen, maar hoe kon het anders, als ze zelf (zie voorgaande haakjes) lid van de CPSU waren geweest. Jeltsin verwijt ze nu dat ze zich slecht hebben gedragen, maar ze hebben zich goed gedragen. Ze zijn aangesteld om de grondwet te beschermen, ze beschermden haar ook door het punt van de constitutionele orde steeds meer op de lange baan te schuiven.

Jeltsin heeft voor de versterking van zijn positie heel vaak een pact met twijfelachtige personen gesloten, die hij soms zelfs veel te dichtbij liet komen (naar verluidt ging minister van Veiligheid Viktor Barannikov met de president naar het badhuis waar hij met overgave en bedreven diens rug masseerde). Jeltsin heeft zelf, om het militair-industriële complex te behagen, Aleksandr Roetskoj vice-president gemaakt. Als er intussen met de president zelf iets was gebeurd, hadden we nu al een dictator met laarzen aan en een pet op, die ons linea recta naar een heuse burgeroorlog had gevoerd.

Over burgeroorlog gesproken. Iedereen is nu aan het gissen: komt hij er of komt hij er niet. Maar wat valt er te gissen als hij al heeft plaatsgevonden. Hij heeft twee dagen geduurd, en of hij daarmee is afgelopen, is nog maar de vraag. Alles hangt van de verdere gebeurtenissen af. De verdere gebeurtenissen zijn de verkiezingen op 12 december voor een nieuw parlement. Er is weinig tijd. Hoe minder tijd, des te meer kans dat de nieuwe parlementariërs niet beter dan de oude zullen zijn.

De oude afgevaardigden waren voor het merendeel inhalige, ijdele, op macht beluste en zeer gewetenloze lieden. Ik geloof dat in de hele wereld slechts weinigen hebben opgemerkt dat er in het Russische parlement, en überhaupt onder mensen die dichtbij de macht staan, haast geen voormalige bestrijders van het regime hebben gezeten (in het parlement waren er maar twee: Sergej Kovaljov en Gleb Jakoenin). Dissidenten zijn aan de macht gekomen (en zelfs president geworden) in Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije, maar niet in Rusland. En dat heeft een grote weerslag op het morele en intellectuele peil van ons politieke leven. Het gaat er helemaal niet om dat dissidenten voor betoonde moed onderscheiden worden, maar wel dat er, als je de generaties neemt die onder het totalitaire regime zijn grootgebracht, alleen onder de dissidenten eerlijke mensen zaten die met voorbijgaan aan persoonlijk voordeel de waarheid konden spreken. Juist deze mensen dachten het eerst na over de ondeugden van het totalitaire stelsel en werkten plannen uit voor de democratische omvorming van het nieuwe Rusland. Bovendien zou het grote persoonlijke gezag van elk van hen temperend werken op de meest losgeslagen afgevaardigden (zoals Baboerin, Anpilov, Konstantionov en aanverwanten) en de sfeer in het Russische parlement zou heel anders zijn. Bewust of onbewust heeft de post-Sovjetmaatschappij deze mensen niet aan het maatschappelijke en politieke leven laten deelnemen, wat de gezondmaking van de maatschappij zeer in de weg heeft gestaan. Die fout is onherstelbaar want de meeste ex-dissidenten zijn al op leeftijd en hebben zich teruggetrokken. Ik vrees dat na de verkiezingen van 12 december de bankjes in het nieuwe parlement bezet worden door afgevaardigden die geen haar beter dan hun voorgangers zijn. Ze zullen in hun bankje gaan zitten, de mond vol hebben van het zware leven van het volk en wetten fabriceren om hun voorrechten uit te breiden.

Vervolgens komen de verkiezingen voor een nieuwe president. Jeltsin staat nog steeds vrij hoog genoteerd, maar dat komt omdat zich voorlopig geen alternatief aftekent. De teleurstelling over hem is echter groot. Ten eerste kunnen velen niet vergeten dat hij zelf uit de partij-nomenklatoera is voortgekomen en weinig openhartig over zijn verleden is. Zijn verleden belet hem te erkennen wat nu eens erkend moet worden, namelijk dat de Communistische Partij van de Sovjet-Unie een criminele organisatie was. Zijn eigen verleden dwingt hem ook tegen anderen toegeeflijk te zijn. Bovendien is hij niet doortastend van aard. Vaak laat hij zijn medestanders vallen. Uit politieke overwegingen van het moment haalt hij kortzichtige en domme voorstanders van hervormingen, te slimme tegenstanders en ambitieuze imbecielen naar zich toe. Hij is nog steeds niet van zijn oude kwaal genezen. De verkiezingscommissie wordt voorgezeten door Nikolaj Rjabov, die meermalen van de ene partij naar de ander is overgestapt. Het ministerie van Veiligheid wordt door de voormalige dissidentenjager Goloesjko gerund. Afgevaardigden die haastig zijn overgelopen, zijn met leuke baantjes in de regering en daarbuiten beloond.

In de overgangsperiode en in de concrete omstandigheden van het Russische politieke leven hadden we geen betere kandidaat dan Jeltsin. Nu hebben we iemand van groter formaat nodig. We hebben iemand nodig met een duidelijk plan voor een nieuwe staat, iemand die de kwaliteiten van groot filosoof en politicus in zich verenigt. We moeten een ontwikkeld, beschaafd en imponerend iemand hebben, iets als Thomas Jefferson of Konrad Audenauer. Als ik voor mezelf de eventuele kandidaten de revue laat passeren, zie ik niet zo iemand.

In de verkiezingstijd zal het dus een wedloop van de meest aanlokkelijke (populistische) beloften worden, en wie het best zijn beloften formuleert en het meest telegeniek is, die wint.

En dan... En dan weer strijd tussen de twee takken van de macht of hun verstrengeling, wat het gevaar van een dictatuur oplevert, of dezelfde tweedracht, wat het gevaar van een burgeroorlog oplevert.

Vladimir Vojnovitsj (geboren in 1932 in Doesjanba, Tadzjikistan), ondermeer schepper van "De merkwaardige lotgevallen van soldaat Iwan Tsjonkin', is een van de meest scherpe satirici van de groep voormalige dissidente Sovjet-schrijvers. Sedert 1980 woont hij in München, de afgelopen jaren woonde hij af en toe weer in Moskou.

    • Vertaling Pieter de Smit
    • Vladimir Vojnovitsj