EEN MONUMENT VOOR DE ENGELSE TAAL

The making of Johnson's Dictionary 1746-1773 door Allen Reddick 250 blz., geïll., Cambridge University Press 1993 (1990), f 121,15 ISBN 0 521 36160 5

Op 28 november 1927 werd bij Sotheby's in Londen een opmerkelijke boekveiling gehouden. Twee verzamelaars uit Philadelphia, de Dickens-verzamelaar Richard Gimbel en de Johnson-verzamelaar A.E. Newton, boden tegen elkaar op. Toen Newton een werk over Dickens voor Gimbels neus wegkaapte, overbood Gimbel hem uit wraak op een Johnson-kavel. Deze kavel bestond volgens de catalogus uit drie gebonden boekdelen, waarin gedrukte vellen van de tekst van Samuel Johnsons Dictionary van de letters A t/m P waren samengebonden met honderden handgeschreven fiches.

Gimbel, die voor noch na deze tijd ook maar de geringste interesse in Johnsons werken toonde, hield de wraak de rest van zijn leven vol: op geen van de talrijke dringende verzoeken van onderzoekers om het materiaal te tonen, ging hij in. Pas in 1973, drie jaar na zijn dood, werd het openbaar. Onlangs heeft Reddick een degelijke studie gewijd aan dit materiaal, dat in zijn woorden ""de grootste en belangrijkste bron van kennis over Johnson bleek te zijn die op dit moment bekend is''.

Over leven en werken van de befaamde Engelse schrijver en lexicograaf Samuel Johnson (1709-1784) bestaat een enorme literatuur, al begonnen door tijdgenoten. Het bekendste werk is het omvangrijke Life of Johnson van James Boswell, voor het eerst verschenen in 1791 en nog steeds verkrijgbaar. Hierin wordt de nadruk gelegd op Johnson als gevat spreker, humorist en excentriekeling, Johnson de lexicograaf komt nauwelijks uit de verf. Hetzelfde geldt voor andere boeken van tijdgenoten waarin hij figureerde, bijvoorbeeld dat van Hester Thrale(-Piozzi).

De eerste druk van het woordenboek verscheen in 1755 in twee enorme foliodelen, wat aanleiding gaf het woordenboek met de bijbel te vergelijken. De complete titel luidde: A Dictionary of the English Language: in which the words are deduced from their originals, and illustrated in their different significations by examples from the best writers. De Encyclopaedia Britannica heeft het nageteld: het woordenboek bevat 43.500 woorden en 118.000 citaten.

Het woordenboek is verreweg het belangrijkste werk van Johnson gebleven. Herdrukken ervan zijn tot diep in de negentiende eeuw verschenen en het heeft op alle volgende Engelse woordenboeken, tot en met de Oxford English Dictionary (OED), invloed gehad. Het verhaal gaat dat James Murray, de eerste hoofdredacteur van de OED, altijd een opengeslagen exemplaar van het toentertijd 125 jaar oude woordenboek van Johnson onder handbereik had.

MONUMENT

Al vanaf het begin van de achttiende eeuw bestond in Engeland het verlangen naar een gezaghebbend woordenboek, waarin correct Engels werd beschreven en geïllustreerd aan de hand van citaten van de beste auteurs. Men wilde een Engelse tegenhanger van het Italiaanse Vocabolario, uitgegeven door de Accademia della Crusca in 1612, en van het woordenboek van de Académie Française (1694). Dit woordenboek zou een monument voor de Engelse taal moeten worden en als schild moeten dienen tegen het verval van het Engels.

Vijf Londense boekhandelaren (tevens uitgever) zagen wel brood in een dergelijke onderneming. In 1746 vroegen zij Johnson om tegen een vergoeding van 1575 pond een woordenboek voor hen samen te stellen. Johnson accepteerde dit aanbod met de overmoedige uitspraak: ""I can do it in three years''. Het werden er negen, maar daarmee sloeg hij nog ruim de leden van de Académie Française, die er met z'n veertigen precies veertig jaar over hadden gedaan.

Voor de samenstelling van het woordenboek markeerde Johnson passages uit boeken, die moesten dienen als illustratie van een trefwoord. Hij excerpeerde alleen de beste werken die verschenen waren vanaf Sir Philip Sidney (omstreeks 1580) tot zijn eigen tijd. Bovendien excerpeerde hij alleen werken die geschreven waren door auteurs wier ideeën in zijn ogen "correct' waren. Hij was van mening dat een citaat niet louter ter illustratie moest dienen, maar ook pedagogische waarde moest hebben. In de woorden van Hester Thrale: ""Ik heb Mr. Johnson horen zeggen dat hij nooit een slechte (wicked) auteur zou gebruiken als bron voor een woord, om te voorkomen dat dit de mensen ertoe zou brengen een boek in te kijken dat hen voor altijd zou schaden.'' Johnsons opvatting over de morele verantwoordelijkheid van de lexicograaf kent nog in deze eeuw navolgers; zo weigerde Kruyskamp jarenlang "onzinwoorden' als boterberg en boerenmetworst in Van Dale op te nemen.

Ook het toeval bepaalde de keuze van de geëxcerpeerde boeken: Johnson, die uit geldgebrek links en rechts boeken moest lenen, was berucht om de ruwe manier waarop hij boeken behandelde. Dit weerhield velen ervan hem hun boeken ter beschikking te stellen, ondanks Johnsons verzekering dat alle potloodaantekeningen en zelfs inkt met broodkruimels gemakkelijk weg te halen waren!

In principe nam Johnson geen citaten op uit werken van tijdgenoten. Wel vereeuwigde hij tijdgenoten in definities. Reddick verhaalt hoe hij naar aanleiding van de naamsverandering van de Schot David Malloch in Mallet onder "alias' toevoegde: "as, Mallet, alias Malloch; that is otherwise Malloch', omdat hij het bespottelijk vond dat Malloch zich voor zijn Schotse naam schaamde. Boswell laat Johnson vertellen hoe hij onder "renegado' (afvallige) na de definitie "iemand die overloopt naar de vijand, een deserteur' had toegevoegd: "Sometimes we say a GOWER' (Lord Gower was vlak daarvoor de Jacobieten afgevallen). ""Maar de zetter had meer verstand dan ik en schrapte het.''

GRUBSTREET

Tot in onze tijd zijn de persoonlijke definities van Johnson het bekendste aspect van zijn woordenboek gebleven. Kruyskamp zegt hierover in het voorwoord van de tiende druk van Van Dale (1976): ""Dat in zaken waarvan de waardering louter een kwestie van smaak is ook de lexicograaf een persoonlijke noot mag laten horen, beschouwt de bewerker als een onbetwistbaar recht, waarvan Samuel Johnson de beschermheer is.'' Persoonlijke noten laat Johnson horen in definities als ""(staats)toelage (pension): loon dat gegeven wordt aan een huurling van de staat voor verraad van zijn land'' en ""excise (een bepaalde accijns): een verfoeilijke belasting die op produkten wordt geheven en niet wordt opgelegd door de gewone taxateurs, maar door boeven die in dienst staan van hen aan wie de accijns wordt betaald.''

Autobiografische gegevens vinden we bijvoorbeeld onder ""Grubstreet: oorspronkelijk de naam van een straat in Moorfields in Londen, waar veel schrijvers van geschiedenisjes, woordenboeken en moderne gedichten woonden; vandaar is Grubstreet de benaming geworden voor ieder middelmatig produkt.'' Johnson woonde zelf lange tijd in de Grubstreet. Ontwapenend zijn ontboezemingen als: ""etch: een plattelandswoord, waarvan ik de betekenis niet ken''; ""room (cream): ergens door Swift gebruikt.''

Omdat van Johnson werd verwacht dat hij het verval van het Engels tegenging, nam hij allerlei waarde-oordelen op, zoals: ""een slecht woord''; ""deze betekenis heeft een betere bron nodig''; ""een dubieus woord, niet geautoriseerd door enige competente schrijver.'' Reddick vermeldt nog zijn oordeel over to make away with (doden, uit de weg ruimen): ""de uitdrukking is ongepast.''

Het woordenboek verscheen op 15 april 1755 voor ¢8 4.10 in een oplage van 1500 exemplaren. Het werd onmiddellijk verheven tot een symbool van Brits nationalisme. David Garrick, Johnsons oud-leerling, schreef een epigram "On Johnson's Dictionary', dat triomfantelijk eindigde met de regels:

And Johson well arm'd like a hero of yore (van vroeger)

Has beat forty French, and will beat forty more!

Met de veertig Fransen zijn natuurlijk de veertig leden van de Académie Française bedoeld.

De enige vijandige recensie was van een rivaliserende lexicograaf, John Maxwell, die als alternatief pagina's uit zijn eigen te verschijnen woordenboek gaf - een woordenboek dat overigens nooit het licht heeft gezien! De overige kritiek had niet veel om het lijf. Misschien was Johnson zelf zich nog het meest bewust van de onvolkomenheden van zijn woordenboek. Een maand voor zijn dood schreef hij in een brief de vaak geciteerde uitspraak: ""Dictionaries are like watches, the worst is better than none, and the best cannot be expected to go quite true.'' Boswell vertelt dat een dame eens aan Johnson vroeg hoe hij ertoe gekomen was pastern (koot van een paard) te definiëren als de knie van een paard. Zijn antwoord luidde: ""Ignorance, Madam, pure ignorance.''

MEER BETEKENISSEN

Op grond van het Gimbel-materiaal, gecombineerd met al langer bekend werk in de British Library, heeft Reddick de ontstaansgeschiedenis van Johnsons woordenboek en de ontwikkeling van Johnson van amateur tot beroepslexicograaf gereconstrueerd, en zo een compleet nieuwe component toegevoegd aan het Johnson-onderzoek.

Reddick toont aan dat Johnson na een jaar zijn werkmethode radicaal heeft omgegooid. In eerste instantie was Johnson ervan uitgegaan dat een woord theoretisch zeven soorten betekenissen kan hebben (een oorspronkelijke betekenis, een metaforische, een poëtische enz.) en bij elk woord zocht hij citaten, die hij ordende volgens deze betekenissen. Maar terwijl hij bezig was bleek dit niet te voldoen: er waren veel meer betekenissen, verschillende betekenissen liepen in elkaar over, kortom, de levende taal trok zich niets aan van de theorie. Daarom draaide hij na een jaar zijn methode om: de gevonden citaten bepaalden voortaan de betekenissen van een woord. Het gevolg was, dat het aantal betekenissen nogal kon oplopen: to take kreeg 134 betekenissen!

Voorts heeft Reddick Johnsons arbeidsmethode bij de vierde druk kunnen reconstrueren. Aan deze druk heeft hij van 1771 tot 1773 gewerkt en het is de enige grote revisie van zijn hand. Reddick komt tot de interessante conclusie, dat Johnson in deze druk het woordenboek bewust een politieke en religieuze lading heeft gegeven, door een grote hoeveelheid nieuwe citaten op te nemen, die consequent het orthodox-Anglicaanse geloof verdedigen. Dit als reactie op de aanvallen op de kerk in 1770. Reddick is van mening dat Johnson pas in deze vierde druk heeft waargemaakt waar hij in de eerste druk naar streefde: dat ieder citaat ook een didactisch doel moet hebben. Niet alleen hadden de citaten apart een functie en betekenis, maar door het grote aantal op één terrein - de religie - beïnvloedden ze ook de betekenis van het woordenboek als geheel.

Reddicks boek levert niet alleen nieuwe inzichten over Johnson en zijn woordenboek, maar ook prachtige doorkijkjes in Johnsons tijd. Bovendien is hij erin geslaagd een zeer leesbaar boek te schrijven, ondanks de soms noodzakelijke technische uiteenzettingen. Wat Johnson tegen Boswell zei, geldt eveneens voor Reddick: ""I knew very well what I was undertaking, and very well how to do it, and I have done it very well.''