Een gymnasiumjongen in het zuur en zweet van de voetbalkleedkamer

Een echte manager, een trouwe echtgenoot en een toegewijde vader. Mr. Provincial wordt hij genoemd: GRAHAM TAYLOR (48), bondscoach van Engeland, woensdag tegenstander van het Nederlands elftal. Zijn grootste vijanden zijn de sportjournalisten, het volk waartoe eens zijn vader behoorde, het volk waartoe hij zelf had willen behoren.

Een geladen batterij van tv- en fotocamera's staat klaar wanneer Graham Taylor de Windsor Room van het London Metropole Hotel betreedt. De manager van het Engelse voetbalelftal gaat zitten aan een tafel, waarop alleen een kopje thee staat. Beleefd wenst hij de aanwezigen een goede middag. De begroeting blijkt het startschot voor een spervuur van flitsers en zoemers. Taylor glimlacht als een etalagepop. Hij doet alsof hij praat. Na precies twee minuten bedankt hij de cameralieden voor hun medewerking. Het is een beleefd maar dringend verzoek. Ze moeten opkrassen.

Taylor wacht geduldig tot de laatste cameraman is vertrokken. Pas als hij zeker weet dat deze de deur achter zich heeft gesloten, richt hij het woord tot de schrijvende mediavertegenwoordigers. Hij leest de namen van de 22 door hem verkoren spelers voor, voegt er een verklaring aan toe, laat niet na zijn twijfels over geblesseerde spelers te uiten en maakt het programma bekend dat de selectie in de aanloop van het cruciale duel zal volgen. “Nog vragen, heren?”

De vragen zijn voorzichtig. Veel respect, veel begrip, opvallend veel loyaliteit. Een vraag van een Nederlandse journalist die buiten de selectie-kwestie valt, wordt door Taylor verontschuldigend getorpedeerd. Wanneer een Nederlandse tv-cameraman in zijn onschuld de zaal binnendringt en licht en lens vol op de manager richt, stopt Taylor met zijn verhaal. Twee voorlichters manen de cameraman zo snel mogelijk het vertrek te verlaten.

Na precies twintig minuten staat Taylor op. Hij wenst de pers verder een prettige dag en verdwijnt. De televisie krijgt nu zijn kans. Dan zal hij niet nalaten voorbeeldig, meegaand en met gevoel voor publiciteit antwoorden te geven die hem niet kunnen schaden. Een praatje op een plaatje. Televisie als een stripverhaal. Taylors voorzichtigheid op het opgewonden celluloid aan de vooravond van een vermeende oorlog tussen voetballend Engeland en voetballend Nederland.

Confrontaties als deze, tussen Graham Taylor en de pers, hebben een metamorfose ondergaan. Aanvankelijk ontving de England-manager zijn gezworen vijanden op Lancaster Gate, het stoffige kantoor waar de Football Association zetelt. Sobere ontvangsten waren dat. Maar wel heftig en onbeheerst.

Geen bondscoach die zo bloot staat aan publieke schending als die van Engeland. De premier van Engeland mag zich nog gelukkig prijzen. Voetbal is vooral in Engeland van het volk. De sensatiepers weet wat het volk wil. En anders dringt ze het volk haar wil wel op. Nieuws moet verkopen, nieuws en opwindende foto's zijn handelswaar. Arme bondscoach. Zijn mening zal nooit die van het volk worden, nooit die van de pers.

In zo'n wereld vindt op deze maandag in oktober een kruisbestuiving plaats die weliswaar niet verrast in de samenleving van het commerciële voetbal, maar die je wel naar de keel grijpt. Het is een gevolg van een wanhoopsdaad van Taylor de pers mild te stemmen. In de glossy sfeer van het Metropole probeert de manager de mensen die hem straks na een nederlaag tegen Nederland zullen vernietigen voor zich te winnen.

Het heeft twee jaar geduurd voordat Taylor besefte dat de nationale moraal niets meer betekent dan de wereld veroveren. Wat hij ook onderneemt en zegt, welke speler hij ook opstelt, een nederlaag leidt hem onherroepelijk naar de schandpaal op het dorpsplein, dichtbij de drinklokalen waar het voetbalgeweten ontkiemt.

Onschuldig is hij niet. Taylor vernederde volksheld Gary Lineker door hem tijdens het Europees kampioenschap in 1992 twintig minuten voor het einde van diens laatste wedstrijd, op weg naar een recordaantal doelpunten, uit het veld te halen. Taylor beledigde de correcte BBC-verslaggever Desmond Lynam door hem onbehoorlijke vragen te verwijten, nadat Taylor zelf de levensbeschouwing van volksheld Paul Gascoigne en plein public had bekritiseerd. Het werd een lafhartige zet genoemd, alsof Gascoigne en niet Taylor zelf verantwoordelijk was voor de 2-0 nederlaag in Oslo tegen Noorwegen, in juni van dit jaar.

“Ik heb het altijd verkeerd gedaan, nu gaan we het goed doen”, zei Taylor bij zijn terugkeer uit Oslo. De baan is altijd groter dan de man, begreep hij. Hij was weer eens door The Sun een "turnip' genoemd, een raap, zoiets als een aardappel. Zijn spelers "turnips'. Ze speelden als kippen zonder kop, zou Taylor nota bene zelf gezegd hebben. Volgens de sensatiepers.

Omgaan met de pers is niet meer mogelijk, tenzij je assistentie krijgt van specialisten in public relations. En daar staan ze dan. Ze flankeren de manager. David Bloomfield, al enige jaren een gewetensvolle voorlichter die uitlegt waarom Taylor geen one-to-one interviews meer geeft. En David Teasdale, sinds kort pr-adviseur van Taylor. De Zilveren Schaduw, grijs haar, grijs kostuum, ex-sportadviseur van de regering. Wat hij doet? Interviews natrekken en corrigeren, storende camera-mensen wegsturen, lastige vragen onderbreken, de manager behoeden voor ondoordachte uitspraken. Hij trekt aan de touwtjes van Taylors kaakspieren.

Taylor was verstrikt geraakt. “Ik heb het vertrouwen verloren in de nauwkeurigheid waarmee de feiten worden weergegeven”, zei hij in zijn wanhoop nadat hij Gascoigne publiekelijk had verweten te veel alcohol te drinken. Taylor kent het spel niet. Nadat hij in 1990 was aangesteld, belegde hij lunches met de journalisten en hun hoofdredacteuren. De manier waarop zijn voorganger Bobby Robson was behandeld, wilde hij voorkomen. Vergeefs. Zo integer, zo openhartig, de pers maakt er altijd marktwaar van.

Hij huurde een bureau in dat gespecialiseerd is in communicatietechniek. Taylor is trots. “Dankzij mij galmt het Land of Hope and Glory weer rondom Wembley. Maar het duurde negen maanden voordat ik de voetbalsupporters weer ervan wist te doordringen dat Engeland als voetbalnatie nog bestond”, zei hij tegen Today.

Hij werkte hard. Hij werkte er aan spelers die voor het Engelse elftal speelden, ervan te overtuigen dat meezingen met het volkslied op het eergevoel van de supporters werkt. “In de meeste brieven die ik ontving werd mij verzocht de spelers het volkslied mee te laten zingen. Ik vertelde spelers dat juist dat zoveel betekende voor het Engelse volk.”

Spelers die niet tot zijn selectie behoren, zijn geblesseerd, uit vorm of geen vertrouwelingen, zegt Taylor zonder omhaal tijdens de persconferentie. “Ik kies mensen om mij heen die ik kan vertrouwen, die mijn vertrouwen niet hebben beschaamd.” Volgens David Lacey van The Guardian wil dat zoveel zeggen dat een speler als de populaire Waddle niet wordt geselecteerd omdat deze eens heeft te kennen gegeven niet meer in het Engelse elftal geïnteresseerd te zijn. Dat Taylor Lineker in Zweden vernederde heeft diepe achtergronden, meent Lacey. “Een speler die er slechts op uit is een record te breken, past niet in Taylors gezin.”

Zijn ontspoorde verhouding met de pers heeft iets weg van een loyaliteitsconflict. Graham wilde net als zijn vader sportjournalist worden. Tom Taylor was voetbalverslagger van de Scunthorpe Evening Telegraph. Als kleine jongen hield Graham op de perstribune van Grimsby Town de stopwatch voor zijn vader vast. Hij bewonderde sportjournalisten, respecteerde hun werk. Zijn vader had hem graag sportjournalist zien worden, of leraar. Graham koos de middenweg.

Als zesjarige stond hij al voetbalpartijtjes te regelen. Hij was een intelligente leerling op het gymnasium. Maar in de klas keek hij te veel naar buiten, waar hij de spelers van Lincoln City kon zien trainen. Dan droomde hij van een loopbaan als voetbalprof. Hij was geen grote voetballer, een back met veel inzet, opoffering en inzicht. Maar hij was een leider. Hij smeekte zijn ouders leerlingprof te mogen worden bij Grimsby Town en maakte de school niet af. “Het was een hardingsproces voor een gymnasiumjongen in het zuur en het zweet van een voetbalkleedkamer op te groeien”, zei hij later.

Taylor speelde 189 League-wedstrijden voor Grimsby en 131 voor Lincoln, alvorens hij als gevolg van een hardnekkige heupblessure zijn voetballoopbaan moest beëindigen. Hij was toen 28 jaar. Een half jaar later was hij al manager van Lincoln City, de jongste van de League. Hij zat boordevol plannen en wilde ieder lid van de club persoonlijk leren kennen. Dank zij hem werd Lincoln in 1976 kampioen van de vierde divisie.

Een jaar later vroeg popzanger en voorzitter van Watford Elton John hem manager van zijn club te worden. Watford rukte op van de vierde naar de eerste divisie. Taylor en zijn vrouw kregen regelmatig Elton John op bezoek. Ze hielpen de zanger van zijn alcoholprobleem af. Taylor organiseerde bezoekjes voor zijn spelers aan plaatselijke fabrieken om ze te laten kennismaken met de mensen die op zaterdagmiddag hun supporters zijn.

Ambitieus als Taylor was besloot hij manager te worden van Aston Villa, de grote club van Birmingham. Hij schopte links en rechts tegen heilige huisjes en werd vriend van de meedogenloze brulaap van een voorzitter, Doug Ellis. Hij redde Villa van degradatie naar de tweede divisie en stuurde de club in 1990 naar de top van het Engelse voetbal. Het was geen verrassing dat Graham Taylor als England-manager de opvolger werd van Bobby Robson, die besloot Engeland te ontvluchten en voor veel geld trainer van PSV te worden.

De speelstijl die Taylor zijn elftallen altijd oplegde, is typisch Brits. Jimmy Greaves, ex-Chelsea, -AC Milan en -Tottenham Hotspur, meervoudig Engels international en topscorer in de jaren zestig laat daarover in zijn boek Don't shoot the manager (Niet op de trainer schieten) niets aan duidelijkheid te wensen over. “No-nonsense voetbal. Lange trappen vanuit de verdediging naar sterke, snelle aanvallers. Het soort voetbal waarmee Wolverhampton Wanderers in de jaren vijftig succes boekte.”

Taylor zal het niet ontkennen. “Wat Brazilianen, Spanjaarden, Italianen en Joegoslaven met een bal kunnen, moet je niet van Engelsen, Duitsers en Nederlanders verlangen. Die hebben andere kwaliteiten: inzet, inzicht en mentaliteit”, verklaarde hij tegen the Independent. “Vraag elke keeper wat hij het moeilijkst vindt en hij zegt: diagonale voorzetten. Wij moeten niet praten over leuke combinaties vlak voor de keeper, nog een passje naar links en rechts, over mooi voetbal dat niet leidt tot het eindprodukt: doelpunten en winnen.”

Taylor ten voeten uit. “We hebben allemaal onze eigen ideeën over wat een voetbalwedstrijd goed maakt. Maar zodra mensen vergeten dat er aan beide kanten van het veld een doel is, zul je niets zien gebeuren in het strafschopgebied. Ik wil een opwindende wedstrijd, maar als we niet aan doelpunten denken, is het mijn wedstrijd niet meer. Ik wil geen trainer zijn van een elftal dat slechts vier of vijf keer in een wedstrijd op doel schiet. Het is mode met geduld te spelen, de bal te laten circuleren, geen risico's nemen. Maar wat wil je, geduldig spel gedurende 89 minuten? Dat kun je de fan niet aan doen. Die kan dan net zo goed thuisblijven en de hoogtepunten op de televisie samenvatting bekijken.”

Teamspirit staat bij hem hoog in het vaandel. Spelers die hij kan vertrouwen. Maar, klaagt Taylor tijdens de persconferentie, helaas kan hij nooit alle spelers opstellen die hij wil. “Wanneer ik aan ieders wensen tegemoet moet komen, dan zou ik zestig spelers moeten selecteren.” Afzeggingen, blessures, sommige internationals hebben zes wedstrijden in achttien dagen gespeeld. En dan uit zijn blote hoofd: “Alf Ramsey stelde in 36 wedstrijden tweemaal hetzelfde elftal op, Don Revie in 29 wedstrijden eenmaal, Ron Greenwood in 36 wedstrijden tweemaal, Bobby Robson in 36 wedstrijden eenmaal en ik tweemaal. Mijn eerste twee wedstrijden als England-manager. Dus wat ik doe is niet nieuw, heren.”

Hij heeft het zo moeilijk. Toch is voetbal is geen zaak van leven of dood voor Graham Taylor. Op de dag dat zijn club Aston Villa bij Manchester United moest spelen, koos hij voor de bruiloft van zijn dochter. Hij is een trouwe echtgenoot, een toegewijde vader, een fijne buurman, een man die altijd klaar staat als je problemen hebt, mr. Provincial. Hij houdt van theater, van cultuur en van Buddy Holly. Thuis in Little Aston in de West Midlands is hij gelukkiger dan in de verdovende stank van de voetbalwereld.

Journalisten waren zijn vrienden. Ze reisden met hem mee, zaten in hetzelfde vliegtuig, in hetzelfde hotel als Engeland op toernee ging. Hij dacht in een beschermd wereldje te zitten, samen vechtend tegen de bedreigingen van buiten. Hij voelde zich verraden toen hij merkte dat de vrienden hem vernielden als Engeland verloor.

Is het de naïviteit van de gymnasiast die elke avond voor een wedstrijd zijn schoenen poetste? Hij begreep die plotselinge kwaadaardigheid niet. Engeland mag niet verliezen, nooit verliezen. “Ik denk altijd aan winnen”, zei Taylor tijdens de persconferentie. Hij lachte, maar hij meende het. Hij zou niet anders durven te beweren. Welke trainer wel, wanneer hij geconfronteerd wordt met Jimmy Greaves' geschreven overweging bij een herdruk van zijn boek de titel te veranderen in Shoot the manager!.

    • Guus van Holland