Een beurs vol goudgeel koren

PAN Amsterdam, RAI-Parkhal 9 t/m 17/10. 11-20 uur. Za-zondag: 11-18 uur.

AMSTERDAM, 9 OKT. Het is druk in de donkere stand. Bezoekersruggen ontnemen het zicht op een zilveren beker uit de zeventiende eeuw, eenzame schittering in een elegante vitrine met zwart gelakte ribben. Een forse vrouw in een kostbaar mantelpak duwt een lang, slank meisje naar voren. Zij heeft het profiel van een blanke engel en haar steile, blonde haar reikt tot aan de taille van haar strakke, zwarte jurk. “Paps! ” roept de forse vrouw naar de bezoekersruggen, “Paps, kijk, dit is nou Cecile van Inter Antiques! ” Een welvoldane, gedistingeerde heer, met grijze krulletjes boven een roze gestreept boord, keert zich van de vitrine af en doet een paar passen in de richting van de twee vrouwen. Met égard geeft hij Cecile een hand en zij noemt haar naam nog maar eens. “Ach ja, ” zegt de man joviaal: “ Ik herken uw stem van de telefoon. We hebben elkaar vaak aan de telefoon gesproken. ” Cecile lacht en straalt beleefd. Met een stem, die van enthousiasme overslaat, zegt de vrouw tegen paps: “En weet je wat nou het leuke is? Cecile heeft alleen nog maar oog voor één ding, de schoonheid van Chinees porselein.”

De triomfantelijke toon van de vrouw getuigde van grote voldoening. Cecile was toegetreden tot het kamp van maniakale liefhebbers van een bepaald genre antieke objecten en dat gaf blijk van de ware verzamelgeest. Binnen de kortste keren zou de blonde engel een deskundige zijn, over grondige kennis van de historische achtergronden van Chinees porselein beschikken en in staat zijn om op dit gebied het kaf van het koren te onderscheiden.

De PAN, de Pictura Antiquairs Nationaal, de nationale kunst- en antiekbeurs die gisteren in de Rai in Amsterdam opende, is één reusachtig veld van volmaakt goudgeel koren. Een leger van deskundigen heeft de oogst op waarde, echtheid en onberispelijke conditie uitgekamd en elk vermoeden van kaf uit het veld verwijderd. Met recht dragen de organisatoren het krachteloos geworden stopbegrip 'top-kwaliteit' op het puntje van hun tong.

Wie koestert niet het verlangen om objecten van museale hoogte om zich heen te hebben? Naast te zijn opgezet als gepolijste markt voor de gewone handelaar, is de eerste gezamenlijke presentatie van PAN Amsterdam en de Oude Kunst- en Antiekbeurs Delft ook ingericht om een dergelijke particuliere wensdroom te vervullen. Zeventiende-eeuws zilver, antieke poppen, glaswerk, religieuze plastieken, Chinees porselein, Japanse prenten, zeventiende-, achttiende- en negentiende-eeuws meubilair, juwelen, ikonen, antieke klokken en historisch tafelgerei, al deze begeerlijkheden worden, zoveel mogelijk van prijzen voorzien, aangeboden aan zowel koel kalkulerende kooplieden, als aan likkebaardende liefhebbers die - daargelaten de geluksvogel die zich in zijn eigen zwembad een keramische wand van Karel Appel kan veroorloven - niet vermogend genoeg zijn om zich met deze kostbare antieke voorwerpen te omringen. Zij bezoeken de beurs niet om te kopen, maar om op de hoogte te blijven. Voor deze categorie kan de PAN, de 'Schatkamer van Nederland' zoals het management de beurs graag noemt, een akelige zelfkastijding zijn.

Maar de last van het onafzienbare is de meest dankbare remedie voor materiële verlangens. Het is fysiek onmogelijk om alle sieraden, al het zilver, al het porselein, alle klokken tegen elkaar af te wegen. Het ongerepte korenveld is te egaal en te gelijk van kleur. De ontelbare grote en kleine kunstschatten, in honderddertig verschillend ingerichte salons en kabinetten bijeengebracht, maken de bezoeker op den duur moedeloos en onverschillig. De laatste redding is de uitgebreide schilderijententoonstelling die deze beurs ook is. Het oog wordt in een ander vaarwater gebracht door een interessant, historisch stuk als 'De slag bij Kijkduin' (1673) van Abraham Storck - bij Rob Kattenburg - of door het prachtige schilderij van Wim Schumacher 'De Pianist' (1922) bij Studio 2000. Het als een stralende, wonderbare verschijning opdoemende 'Afscheid van Mathilde' van Carel Willink (prijs F. 1.100.000,-) bij Drs. Loek Brons is ook bij machte om de opgejaagde beursbezoeker tot nadenken te stemmen. Maar pas werkelijk tot rust en inkeer wordt hij gebracht door de enige niet-commerciële afdeling van deze 'grootste kunst- en antiekbeurs ooit in ons land gehouden', een tentoonstelling van portretten van Paul Citroen. Dit lichte, provisorische paviljoen onttrekt zich totaal aan de dubbelhartige stemming die elke kunstbeurs met zich meedraagt. Je hebt het gevoel even ontsnapt te zijn aan een kleverig spinneweb, als je kijkt naar de ontroerende olieverfportretten van 'Joke' (1939), 'Peter Vos' (1974) en, ten voeten uit 'Herman Berserik' (1977). Waarin schuilt toch het verschil tussen het kijken naar een schilderij in een museum en het kijken naar een schilderije op een kunstbeurs - zelfs al is het hetzelfde schilderij? Het verschil is de mate van vrijheid die de kijker wordt geboden. Op de markt verliest een goede kraamhouder zijn potentiële klanten nooit uit het oog.

    • Max van Rooy