De regio's: het politieke gewicht; Knagen aan de macht van Moskou

President Jeltsin heeft de afgelopen week de strijd om de centrale macht in Moskou voorlopig gewonnen. Maar onzeker is of hij zijn positie in de regio's van de immense Russische Federatieve Republiek zal kunnen handhaven. Valt Rusland uiteen zoals de Sovjet-Unie uiteenviel? Een poging tot overzicht in dreigende chaos

Het aantal klinkt enorm: maar liefst 88 regio's binnen de voormalige eenheidstaat Rusland. Dat zijn er bijna twee keer zoveel als in de Verenigde Staten.

Maar zo gecompliceerd is het nou ook weer niet. Er zijn namelijk vijf grote entiteiten te onderscheiden: Siberië en het Verre Oosten, de Oeral, de Kaukasus, Europees Rusland en Moskou. Bovendien is er binnen de 88 republieken, grensgebieden, districten en gewesten (al dan niet "autonoom') alsmede de grote steden wel degelijk een politiek-economische hiërarchie aan te brengen. Globaal gesproken worden de grensgebieden en gewone districten in meerderheid nog steeds door de Russen gedomineerd. In de republieken en autonome districten of gewesten daarentegen, waar vroeger de Russen de dienst uitmaakten, zijn nu de autochtonen in opmars. De onderlinge machtsverhoudingen tussen de 88 regio's hangen dan ook af van hun materiële rijkdom én hun etnische karakter.

Siberië en het Verre Oosten zijn in potentie de machtigste gebieden van de Russische Federatie. De separatistische emotie heeft daar altijd onder de oppervlakte gesluimerd. Want daar worden olie, gas, kolen, ertsen, goud en diamanten gedolven of gewonnen - koopwaar die op de wereldmarkt voor dollars te gelde zou kunnen worden gemaakt, ware het niet dat het "centrum' in Moskou er tot nu toe zijn vingers tussen wil hebben.

Het Verre Oosten (het maritieme "grensgebied' rond Vladivostok en het district-Chabarovsk) is het venster op de Stille Oceaan, Japan en China. Hier eindigen de spoorwegen en pijpleidingen uit het westen. Hier is de handel met de Aziatische buurlanden de laatste jaren tot relatief grote hoogte ontwikkeld. Het Verre Oosten is een commercieel gebied bij uitstek.

Westelijker in Siberië zit de rijkdom in de grond. Sacha (voorheen Jakoetië), ruim 860 keer zo groot als Nederland en de grootste republiek binnen de Russische Federatie, bezit goud, diamanten en ook nog eens aardgas, kolen en olie. In de hoofdstad Jakoetsk zijn de bestuurders dan ook maar met één ding bezig: het binnenboord houden van de opbrengst van hun grondstoffen. In Krasnojarsk in het hoge noorden (een simpel grensgebied, 750 keer groter dan Nederland) worden kostbare grondstoffen (goud, zilver, platina, nikkel, kobalt, koper, kolen) gewonnen. Ook daar is het zaak zo weinig mogelijk af te staan aan het centrum, of dat nu Moskou is of de eigen hoofdstad Krasnojarsk. Iets verder naar het zuidoosten liggen cruciale districten als Irkoetsk en Tsjita, waar natuurlijke hulpbronnen en waterkracht de economie draaiende houden.

De Oeral is het industriële centrum van Rusland, zeker sinds Jozef Stalin daar tijdens de Tweede Wereldoorlog de zware (metaal-)industrie heeft geconcentreerd. Net als in Siberië heeft men in de Oeral een hartgrondige hekel aan Moskou. In Jekaterinenburg staan de kolossale machinefabrieken van Oeralmasj. Zuidelijker, in Tsjeljabinsk en Orenboerg, is een groot deel van het militaire en nucleair-industriele complex gevestigd. In Tatarstan, iets westelijker, bevinden zich de (onlangs overigens half afgebrande) Kamaz-fabrieken, tot voor kort de grootste vrachtwagen-producent van Europa. In de ogen van de trotse Tataren, nog altijd de schrik van veel Russen, wordt het tijd die voor zichzelf te houden.

In het Europese deel van Rusland zijn de mogelijkheden voor een voorspoedig economisch herstel veel minder groot. De industrieën in het hartland van de federatie zijn, op de militair-technologische sectoren en het Europees georiënteerde St. Petersburg na, grotendeels uit de tijd. De meest geavanceerde consumptie-industrie heeft altijd achtergelopen op de Baltische landen, Wit-Rusland en de Oekraïne. De fabrieken die ijskasten of auto's (Saratov, Togliatti, Samara en Volgograd) produceren, hebben hun binnenlandse markt zien inkrimpen, hetzij door de ineenstorting van de koopkracht, hetzij door de populariteit van Westerse consumptiegoederen bij de nieuwe commerciële elite. Bovendien zijn deze bedrijven volledig afhankelijk van de sectoren die de grondstoffen of half-fabrikaten moeten leveren. Die staan veelal in de Oeral en Siberië, waar ze dollars of andere serieuze ruilwaar eisen, of in de onafhankelijke republieken van de voormalige Sovjet-Unie. De wapenbranche (Toela bijvoorbeeld) op haar beurt moet het hebben van de eigen strijdkrachten (krijgsmacht, binnenlandse zaken en geheime dienst) en de Derde wereld.

De Kaukasus en de aanpalende Russische "grensgebieden' zijn een verhaal apart. Deze regio zou de graanschuur en het toeristencentrum voor de hele federatie kunnen zijn. De ongekende etnische en religieuze diversiteit van dit gebied heeft van het zuiden van Rusland echter een politiek kruitvat gemaakt. De zelf geproclameerde onafhankelijkheid van het islamitische Tsjetsjenië is de lont.

Maar het apartste verhaal is Moskou. De stad is het bureaucratische waterhoofd bij uitstek. Eigenlijk wordt er nauwelijks iets anders geproduceerd dan bureaucratie en alle daaraan verwante handel. Niettemin is Moskou niet alleen een subject van de federatie maar ook het politieke centrum waarop alle ogen zijn gericht.

Zolang er geen duidelijkheid is over de nieuwe constitutionele structuur van Rusland is Moskou in staat een centralistisch beleid te voeren. Zolang ook zullen de regio's proberen dit dirigisme op eigen houtje te ondermijnen.