"Als je gaat glijden worden rekeningen vereffend'; C. Schwietert promoveert in VS op "imago-beschadiging'

HILVERSUM, 9 OKT. “Van mijn zwakte heb ik mijn sterkte gemaakt”, zegt Charl Schwietert (50) in zijn Hilversumse kantoorpand. De ex-journalist en kortstondige staatssecretaris is nog even vlot van de tongriem als vroeger. Alleen zijn kwajongensgezicht dat jarenlang op de buis te zien was is wat meer geplooid.

Schwietert trad in 1982 72 uur na zijn benoeming tot staatssecretaris op het ministerie van defensie af omdat hij zich ten onrechte ex-luitenant en doctorandus had genoemd. Hij heeft "lering' uit zijn affaire getrokken. Volgend jaar mei promoveert hij in het Amerikaanse Salt Lake City, aan de universiteit van Utah, op het onderwerp "imagobeschadiging'.

“Met mijn doctorsgraad creëer ik een nieuw feit. Ik zie het als een vorm van eerherstel.”

Schwietert onderzocht 243 affaires vanaf 1987 die tot imagobeschadiging hebben geleid, waarbij hij zich z'n eigen affaire herinnert als de dag van gisteren. “Ik maakte de fout dat ik in paniek raakte, en die fout wordt steeds opnieuw gemaakt. Je ziet een lawine van publiciteit op je afkomen en denkt: mijn god, wat gebeurt hier.” De benoeming van Schwietert kwam als een verrassing. Hij was politiek verslaggever bij het NOS-journaal en korte tijd later kwam “de krullenjongen” voor de VVD in het kabinet.

Uit zijn onderzoek blijkt dat voor 88 procent van alle "imagobeschadigden' de affaire onverwachts komt. Zo ook Schwietert. “De beschadigde bemerkt zelf de signalen als laatste. Hij reageert eerst met ongeloof, en vervolgens komt de paniek”. Politiek Den Haag was in het begin van de jaren tachtig gepolariseerd. “Dat maakte de reactie van de pers en de partijen extra heftig. Ik werd van journalist tot politicus. Men was daarom extra op mij gebeten, men wilde dat jong pakken. Dat besefte ik toen niet.”

Na zijn onderzoek komt Schwietert tot de conclusie dat hij een serie klassieke fouten maakte. “Als je in de eerste 24 uur de affaire niet in de hand weet te houden, loopt het mis. In plaats van een grote persconferentie te beleggen en mijn stommiteiten toe te geven, wierp ik de handdoek in de ring en ging daarna op vakantie. Je denkt dat de imagobeschadiging dan voorbij is. Maar het ergste begint pas.”

Enkele jaren geleden merkte Schwietert, partner bij het adviesbureau Sterling, hoe de affaire hem achtervolgt. Hij zou namens Sterling interim-manager worden bij de Raad van Bestuur van de beleggingsmaatschappij Robeco om er de afdeling public relations op poten te zetten. Robeco-topman Korteweg had hem gevraagd, maar na een week kon Schwietert weer vertrekken. De affaire verscheen opnieuw in de krantenkolommen, Robeco werd bang voor “gedonder”. Schwietert vindt de ommezwaai van Korteweg “laf, een gebrek aan ruggegraat”. Op straat werd hij weliswaar niet meer nagewezen maar de zakelijke schade bleek groot. Schwietert moest het hoofdkantoor van Sterling in de VS vertellen dat hij een belangrijke klant had verloren. Maar de Amerikanen hadden een remedie: een onderzoek naar imagobeschadiging, en workshops opzetten voor bedrijven. Schwietert vangt twee vliegen in een klap: een academische titel en een commerciële activiteit.

Bij imagobeschadiging krijgt de betrokkene een "stempel' opgedrukt die bijna niet meer te verwijderen is: Schwietert (géén doctorandus), ex-staatsecretaris In 't Veld (bijklussende professor), journalist Frequin (hoofden-affaire), schrijver Van Dis (plagiaatpleger), bisschop Bähr (homosexueel). “Als je weg begint te glijden in de affaire worden oude rekeningen vereffend. In de politiek komen de backbenchers met negatieve verhalen, alle verstopte frustratie en ambitie komt dan naar boven. Mensen die vriendelijk zijn in je gezicht, steken je een mes in de rug.” De spin off van een affaire is groot: hele bedrijven hebben er last van. “Toen Van der Klugt aftrad als eerste man van Philips leed de hele organisatie onder het schandaal. Bij de ondernemers is de paniek net zo groot als bij politici. NMB-topman Scherpenhuijsen Rom werd ervan beticht dat hij zaken met oog op eigen voordeel had gedaan. Hij trad meteen af en is nu een gebroken man.”

Schwietert vergeleek Nederlandse affaires met die in de VS en Frankrijk, het land waar hij nu woont. “In Nederland krijgen imagobeschadigden geen tweede kans, je blijft gebrandmerkt. In de VS komt tweederde terug, en in Frankrijk meer dan de helft”. In de VS is het circuit groot en van Amerikanen mag je fouten maken, terwijl in Frankrijk een elite aan de macht is die onderling solidair is. “In Nederland is het ons-kent-ons circuit klein, en mist een Franse corpssfeer. Men let op elkaar en als er iets met iemand is dan is het voorbij. Nederland heeft een genivelleerde samenleving, toppen en dalen zijn eruit. Wie onopvallend in de middenband blijft, zit het veiligst. Daarom zijn de Tweede Kamer en Raden van Bestuur zo grijs. Amerikanen tolereren toppen en daarmee ook fouten. De Franse leiderskaste beschermt zichzelf. Door een fout bij de bloedtranfusie kregen veel mensen er Aids. Politiek verantwoordelijken van het schandaal gaan echter vrijuit”.

De neergang kan de imagobeschadigde in een diep dal brengen. Het privé-leven krijgt een weerslag. “Je goede kennissen worden verre vrienden, men loopt met een boog om de beschadigde”. Zelf zegt Schwietert, getrouwd met journaliste Dieudonnee ten Berge, dat hij kon terugvallen “op een stabiel gezinsleven”. Maar vaak leidt de affaire tot echtscheiding, soms zelfs tot zelfmoord. “Als je een stabiel thuisfront hebt, komt het vaak wel goed. Het grootste risico loopt de imagobeschadigde van rond de vijftig. De kinderen zijn het huis uit en het vuur is toch al uit de relatie. Dan kan het huwelijk een affaire amper aan. En mensen voor wie het werk tegelijk sociaal leven is, komen helemaal in een zwart gat terecht. Ze zijn lonely at the top en merken dat er niets meer om hen heen is.”

Schwietert zegt geen blauwdruk te hebben voor imagoherstel maar heeft wel een methodiek ontwikkeld. “Je moet binnen 24 uur optreden en het slechte nieuws zelf helemaal vertellen. Smijt niet met stoelen en advocaten, roep niet alleen maar "geen commentaar', maar hou het initiatief en bestrijd de fouten in de berichtgeving”. De beschadigde reageert zich doorgaans af op de media en wil niet meer met de pers praten. “De pers is de katalysator van het schandaal: dat begint met een berichtje en explodeert meteen daarop. De beschadigde ziet de artikelen als ongenuanceerd en kruipt in zijn schulp. Men wordt altijd door de pers benaderd voor een interview maar tweederde weigert. Dat is fout. Doe je verhaal want de affaire waait niet over”.

Schwietert noemt Lubbers een van de meeste succesvolle imagoherstellers. In ruim twintig jaar politiek kreeg Lubbers diverse schandalen op zich af, van een aangereden verkeerspaaltje tot de Koeweit-affaire. Steeds overleefde hij en is inmiddels in de Haagse politiek heilig verklaard. “Lubbers is niet in paniek geraakt, en heeft bij elke affaire alert gereageerd. Hij staat sterk omdat veel mensen van hem afhankelijk zijn. Maar als een affaire uit de hand zou zijn gelopen, zouden de backbenchers in de CDA-fractie hem meteen hebben laten vallen. VVD-leiders als Voorhoeve en Nijpels zijn door de fractieleden aan de kant gezet omdat ze een bedreiging vormden voor hun eigen positie. Dat wist Lubbers te voorkomen, anders hadden ze hem ook in de steek gelaten. Net als Thatcher: "plop', in de prullenmand”.

In PvdA-voorzitter Rottenberg ziet Schwietert de slechtste "imago-manager' in Den Haag. “In de PvdA gaat het van kwaad naar erger: Sint weg, Ter Veld weg en nu Wöltgens onder vuur. De fout van Rottenberg is dat hij onrust kweekt, een paniekzaaier is. Als je tegen de Telegraaf roept dat Wöltgens weg moet dan krijg je een rel in het kwadraat. Dat weet je toch gewoon. Rottenberg is een crisismanager uit het jaar nul. Hij kan onmiddellijk in mijn workshop die maar vier uur duurt en ƒ 3.250 kost”.