Zingende merels, bloeiende katjes; Ouwemannenpropaganda van Roald Dahl

Roald Dahl: Mijn jaar. Uitg. Fontein, 63 pag. Prijs ƒ 19,95.

Roald Dahl schreef prachtige verhalen voor volwassenen die ook veel opgroeiende kinderen aanspraken en omgekeerd was er weinig voor nodig om grote mensen te laten genieten van zijn als kinderboek verkochte romans. In Mijn jaar, zijn laatste, kleine boek, noteerde hij in de laatste maanden dat hij leefde wat herinneringen en opmerkingen over de stand van zaken in de natuur. Ze lijken alleen nog maar voor hemzelf geschreven.

Dahl schreef zinnen voor dit boekje die niet anders bedoeld kunnen zijn dan voor de ouders van opgroeiende kinderen: "ik zie alle vormen van sport, of de leerlingen er nu goed in zijn of niet, als heel belangrijk voor de ontwikkeling van hun karakter.' Of: "Maar het is ook waar dat hoe meer risico's je kinderen laat nemen, hoe beter ze leren voor zichzelf te zorgen.' Of: "Ik vind het heel leuk als kinderen zelf hun kerstkaarten maken.' Wat een kind met zulke aanmaningen moet zou ik niet weten, al is het de vraag of er één volwassen lezer bestaat die er zin in heeft om zo te worden onderhouden - en dat ligt niet alleen aan de houterige vertaling.

Maar in Mijn Jaar spreekt Dahl kinderen aan, of liever, hij spreekt ze toe. Niet op de anarchistisch-brute manier die hen deed rillen van genoegen bij zijn werk, maar uit de hoogte en belerend. Opa vertelt. Jullie luisteren.

Wij doen dat misschien nog net. Uit beleefdheid, omdat we weten dat hij een groot schrijver is. Dahls illustrator Quentin Blake luisterde ook braaf en maakte navenant tamme illustraties, al zijn sneeuwklokjes die hun kopjes boven de aarde steken duidelijk niet zijn lievelingsthema. Kinderen zijn eerlijker. Die zullen geen geduld opbrengen voor Dahls gekeutel over zingende merels en bloeiende katjes. Zij hebben geen boodschap aan zijn ouwemannenpropaganda voor het buitenleven noch interesseert hen zijn vermoeide afkeer van de grote stad. Alleen een enkeling zal oplettend doorlezen bij alle raad voor de kleine tuinier die Dahl noteert, om van zijn belegen instructies voor de jonge ornitholoog en zijn zelfingenomen lesjes over muggen, kastanjes en vlinders maar te zwijgen: "Een grappig en weinig bekend feit zoals dit is de moeite waard om op te bergen in je geheugen.'