Wat draagt de schrijver?

"Met een jeugdig hupje betrad daarna de 66-jarige Mulisch het podium en sprak net zo verzorgd Duits als zijn pak gesneden was,' las ik ergens in een reportage over de opening van de Buchmesse.

Het waarheidsgehalte van deze zin schat ik op honderd procent, en toch, en toch. Mag volgens deze verslaggever een 66-jarige zich nog wel zo'n "jeugdig hupje' veroorloven? Laat die combinatie van jeugdig en 66 niet het vermoeden bij de lezer rijzen dat het misschien beter was geweest als de schrijver op krukken het podium had bereikt om er door minister Weckx te worden opgehesen? En het pak van de schrijver, de verzorgde snit. Zou het niet vanzelfsprekend moeten zijn dat zijn Duits en zijn pak even onbesrispelijk waren, zodat daar verder geen woord aan besteed hoefde te worden? Hoe waar die zin ook is, er blijkt uit dat we aan de grote wereld moeten wennen, dat wil zeggen: niet Mulisch, maar de verslaggever.

De openingsrede van Mulisch, las ik, was "mosterd na de maaltijd' omdat die al in Der Spiegel had gestaan. Zou het weekblad die rede een week later hebben afgedrukt? Nee. Laten we er blij om zijn dat het op deze manier is gegaan. Het gelezen woord heeft altijd een andere smaak dan het woord dat wordt gesproken door degene die het heeft geschreven. Waar zou het anders heen moeten met de voorleesavonden uit eigen werk.

De Buchmesse is goed voor de literatuur van ons taalgebied. De schrijvers lopen er niet rond op klompen en in schipperstruien, ze kunnen zich blijkbaar op "verzorgde' manier verstaanbaar maken, hun boeken worden vertaald en au serieux genomen en ze verdienen er geld waarmee ze de tijd kopen om verder te kunnen schrijven. Zo ontwikkelt de Buchmesse zich tot een gebeurtenis waar vorm en inhoud in een mooi geheel verenigd raken. Wie herinnert zich nog dat het een dubbeltje op zijn kant is geweest: dat er geen geld was om er het Schwerpunkt Nederland en Vlaanderen van te maken?

Het is jammer dat we geen overzicht hebben van wat er bij deze gelegenheid over de Nederlandse literatuur in buitenlandse kranten wordt geschreven. Ik zag de kleurenbijlage van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, met de reeks vragen die deze krant iedere week aan een beroemdheid voorlegt en de antwoorden van Mulisch. Wat betreurt hij het meest? Dat hij nog steeds vlees eet. Wie bewondert hij het meest? Moeders van gehandicapte kinderen. Hoe wil hij sterven? Woedend. Dat zijn antwoorden - ik schrijf het zonder een spoortje van ironie - waarmee ons land goed voor de dag komt. In hetzelfde nummer staat een lang gesprek met Cees Nooteboom met waardige foto's. En in de gewone krant, afdeling Ereignisse und Gestalten nog eens een pagina van Dirk Schümer over de Nederlandse literatuur, de Club der lebendigen Dichter, de Nederlandse literatuur die haar Bodenhaftung niet heeft verloren. Bodenhaftung is letterlijk wegligging. Ik denk dat we het hier met "greep op de werkelijkheid, het leven' moeten vertalen. Het begint met Multatuli, het bevat een treffend citaat van W.F. Hermans over ons land dat we niet zozeer aan het water hebben ontrukt als van de vissen gestolen en er komt ook een typering van de Amsterdamse Grachtengordel in voor. "Behalve in het Quartier Latin zal het moeilijk zijn, in Europa een gebied te vinden dat zo literair is als de Grachtengordel. Hier vinden we de uitgevers en de kranten. Hier beoefenen vrijdagavond schrijvers en vertalers, literaten, uitgevers en critici, eerzuchtige jonge lezers en betweters van alle richtingen in de kroegen hun vrolijk navelstaren. In café De Zwart of bij Schiller kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat we ons in een gesloten samenleving bevinden. Iedereen kent iedereen. In het gewoel en gedrang wordt gepraat over vertalingen en kritieken. Er wordt geroddeld, er worden vetes behandeld. En in stromen vloeit de jonge jenever.'

Er staat nog veel meer wetenswaardigs in dit artikel, maar wie die van de literatuur leeft, zou bij het lezen van zulke zinnen niet denken: "Hé, daar zou ik ook wel willen wonen!'

Nu ben ik afgedwaald. Ik wilde het hebben over de snit van de moderne Nederlandse schrijver. Die is internationaal. De tijd is voorbij dat hij eruit moest zien alsof hij, na een jaar zich niet te hebben geschoren, juist aan een parachute uit een vliegtuig op aarde was gegooid. De column van Hans Ree in deze krant van maandag trof me als scherp en zeer juist; maar de staatsiefoto op de voorpagina van woensdag vind ik ook uitstekend. De Buchmesse in Frankfurt is eigenlijk een soort Alkmaar. Laten we ophouden met die besmuikte, provinciale Selbstzerfleischung.