Voor elke bui

MikMak. Verhalen, gedichten en tekeningen voor kinderen. Nr. 1, oktober 1993. ƒ 5,95. Postbus 826 1000 AV Amsterdam

Jeugdtijdschriften genoeg in Nederland, van het educatieve kleuterblad Bobo tot het voor het voortgezet onderwijs bestemde Diepzee, maar voor kinderen van acht tot een jaar of tien - de groep die als je naar het boekenaanbod kijkt juist vrij aardig bedeeld is - is er eigenlijk niks. Vandaar dus MikMak, een nieuw tijdschrift voor kinderliteratuur.

“Dit is de hele MikMak, hét nieuwe blad voor elke bui!” staat er boven de inhoudsopgave. Omdat een redactioneel of zelfs een kort inleidend praatje ontbreekt, moeten we het met deze introductie doen. MikMak wenst zich blijkbaar breed (gezien het ongebruikelijke liggende formaat niet alleen in figuurlijke zin) te presenteren. En gevarieerd, zoals de naam van het blad al aangeeft: "warboel' of "rommel' volgens Van Dale. De samenstelling van de redactie, waarin uiteenlopende kinderboekenauteurs als Jacques Vriens en Wim Hofman, wijst ook al in die richting, evenals het vrolijk-rommelige uiterlijk van het blad. Maar de klank- en betekenisverwantschap met KrisKras, zoals het veel geroemde kinderblad heette dat in 1966 na twaalf jaar ter ziele ging, lijkt niet helemaal toevallig. Te meer omdat de voormalige hoofdredactrice van KrisKras, Ilonka Fennema, thans deel uitmaakt van de redactie van MikMak. En vooral omdat MikMak zich, net als het hoogst verantwoorde KrisKras destijds, richt op kinderliteratuur.

"We zien wel, we willen ons nergens op vastpinnen', lijken de makers van dit nieuwe, nogal dun uitgevallen blad te willen zeggen, en inderdaad, met het eerste nummer kun je alle kanten op. Een flinke vinger in de pap van schrijver/dichter/illustrator Ted van Lieshout die het omslag tekende, een gedicht schreef en een geestige briefwisseling had met de Vlaamse schrijver Bart Moeyaert, getiteld "Brieven uit Névlá': een soort Holland-België-wedstrijd met als inzet het koningschap van het land dat ontstaat na de door beide briefschrijvers nagestreefde Nederlands-Vlaamse eenwording. Ze zijn er in ieder geval nog niet uit, want in het volgende nummer gaat het gekissebis vrolijk verder. Verder twee voorpublikaties (van Toon Tellegen en Rita Verschuur), een wel aardig verhaal van Peter van Gestel, gedichten en tekeningen van kinderen en een paar strips, een genre dat in KrisKras destijds op z'n zachtst gezegd met terughoudendheid werd bejegend. Min of meer informatief zijn de bijdragen van Gerard Brands - een persoonlijke observatie van de muskusrat - en van Joke van Leeuwen, "Ondergronds Brussel', een nogal zakelijk, on-Joke-van-Leeuwen-achtig verhaal waarmee een serie over grote Europese steden wordt ingeluid. Wel weer typisch Joke van Leeuwen - die MikMak terzijde staat met "redactionele adviezen' - is de tekst waarin lezers worden uitgenodigd mee te doen aan een sprookjesprijsvraag: de eerste prijs is "Een gevulde schatkist (waarmee, is nog geheim)', de tweede "Een lege schatkist en iets om erin te doen' en de derde "Iets om in een schatkist te doen (de schatkist erbij denken)'.

Het is sowieso de bedoeling dat de lezers van MikMak actief bij het blad betrokken worden, en wat dat betreft is het blad beslist stimulerend. Je kunt bij voorbeeld je eigen portret beschrijven (en op basis van een aantal van die beschrijvingen gaat een illustratrice aan de slag) of een brief schrijven aan je lievelingsschrijver, die als het meezit met diens reactie wordt afgedrukt in de veelbelovende rubriek "Ze schrijven nog terug ook!' Het antwoord van Rindert Kromhout aan ene Bram, die in zijn brief de schrijver een idee voor een boek aan de hand doet, is, in een blad dat niet alleen aan leesbevordering wil doen maar ook aan schrijfbevordering, het meest consequente: schrijf het zelf maar op.

    • Carolien Zilverberg