Tegen de barbarij

Zondag dwaalde ik met mijn vriend Willem Hermans door het Brabantse dorpje Halsteren, toen ik mijn kennis Battus ontmoette, de gemeentesecretaris van Bergen op Zoom, die een wandeling maakte met de burgemeester en de dokter van die plaats.

“Hallo Battus”, zei ik verheugd, “ken je mijn vriend Hermans? En zijn dat niet dokter Helder en burgemeester Grijs? Je kijkt zo sip, Bat, is er wat?”

“Weten jullie wat de twee grote culturele hoogtepunten van deze week zijn? Ik zal het je vertellen. Het zijn: de opening van een nieuw televisiestation, dat naar de sprankelende naam RTL 5 luistert, en de opening van een boekenmarkt in Frankfort, waar als culturele fooi ons land reclame voor zichzelf mag maken. Dat is dus weer de hele week geklets over geld, over geld, en over geld gevolgd door gebazel over geld, geld, en ten slotte: geld.

Iedereen heeft het over de precieze plaats van onze Reintje de Vos op de bestsellerlijst, maar niemand heeft het over de inhoud van een boek. De best bekeken uitzending op de televisie is die waarin de kijkcijfers worden bekendgemaakt. Cultuur is kijkcijferrijstebrij. Bertelmann en Heineken, dat zijn onze Beatrijs en Huizinga.''

Ik dacht na en zei: “Je hebt gelijk, vriend. Ik zou het alleen nooit zo durven zeggen. Dat komt door mijn afstamming en opvoeding. Mijn vader was een typische alfa, altijd met de neus in de boeken. Cultuur was: lezen.

Als eigenwijs zoontje koos ik er dus voor om een exact vak te gaan studeren. Ik las wel, maar niet in het openbaar. Maar je hebt gelijk dat het nu werkelijk te gek wordt. We worden in een hoek gedrukt. Dat de televisie het boek verdringt, dat is de technische vooruitgang. Maar dat de reclamejongens het te zeggen krijgen over de schrijvers en dat iedereen dat doodgewoon vindt, dat is griezelig. Als een schrijver beroemd wordt, dan betekent dat, dat hij veel geld kan verdienen met een reclame voor brandy of voor verzekeringen. Wat zeg jij, Willem?

Hermans: Vroeger was alles beter . . .

Battus: Vroeger was alles helemaal niet beter. Vroeger was alles slechter. Maar vroeger wisten we wel wat goed en slecht was. Boeken waren duur, schrijvers waren arm, maar men sprak wel over de inhoud van die boeken en niet over de exportmogelijkheden van de schrijvers. Een dichter was een tovenaar. Nu is een dichter een dorpsgek die, als hij leuk kan kronkelen en gillen, even op de televisie mag.

Dokter Helder: Het zijn de sterren die alles verpesten, ze vernederen de cultuur.

Battus: Welnee, mevrouw. Die sterren zijn beklagenswaardige nitwitten, die . . . Wat zeg je, Grijs?

Grijs: Zelf was ik nooit op de televisie maar als burgemeester kan het je elk ogenblik gebeuren, dus ik let goed op hoe het in interviews toegaat. Tien jaar geleden vroeg zo'n verslaggever altijd aan een minister: “Wat was het laatste boek dat u las?” en dan gaf de bewindsman daar keurig antwoord op. Misschien gelogen, maar hij gáf een boektitel. Vijf jaar geleden kwam een kentering. Toen antwoordde een minister van Cultuur op die vraag zonder enige schaamte: “Een boek. Daar heb ik geen tijd voor.” Die minister was natuurlijk elke avond te vinden in de opera, speelde golf, en huppelde mee in televisiedansjes. Nu is het al zo ver dat geen journalist meer die brutale vraag zal stellen.

Battus: Ministers waren altijd al cultuurloos. Maar ze mochten het niet laten merken. Nu is het precies andersom. De voorzitter van de VARA heet drs. Marcel van Dam. Een doctorandus dus het kan geen analfabeet zijn, zou je denken. Deze Van Dam zei een maand geleden: “Wie beweert dat hij nooit naar ons programma Zeg eens A kijkt, die liegt.” Ik heb, dit strikt onder ons, dat programma nooit gezien. Gisteren schreef Hans de Witte, een vroegere directeur van het Holland Festival, in een krant: "Televisie is een zegen. Wie dit ontkent is een snob.' Ik ben dus een snob of een leugenaar. Of allebei, want je kunt natuurlijk als snob stiekem kijken en daar over liegen.

Hermans: De degeneratie . . .

Battus: . . . werd mij het eerst duidelijk toen ik zes jaar geleden aanwezig was bij de opening van het Erasmus-huis, waar een literaire faculteit in gevestigd werd. De minister van Onderwijs had een idioot gestuurd, die kwam betogen dat alfa's voor geld moesten zien te zorgen door sponsors te vinden, rapportjes te schrijven, adviezen te geven, kortom: door allerlei dingen te doen waar geesteswetenschappers nu juist ongeschikt voor zijn. Geen wonder dat de ene letterenfaculteit na de andere moet inkrimpen, bezuinigen, ontslaan, fuseren, verdwijnen. De universiteit geeft liever meer geld aan genetica . . .

Dokter Helder: Die stomme nadruk op de genen, van de laatste jaren! De ene dag wordt het gen van de zakkenrollerij ontdekt en de volgende dag het gen van de verkrachter. De genen zijn het alleroninteressantste van de mens - alle andere dieren hebben ze ook. De cultuur - dat is per definitie dat wat je niet lichamelijk erft, maar wat je van de vorige generatie leert - dat onderscheidt ons van het dier. Huisdieren krijgen binnenkort ook hun eigen televisiekanaal, maar boeken lezen ze niet. Genen zijn nuttig bij bepaalde zeldzame ziekten, maar verder zijn ze net zo onbenullig als verstandskiezen en oorlellen. Het wordt tijd dat er eens iemand een welluidend betoog vóór de Vrije Wil schrijft, is dat niets voor jou?

Battus: Zoals de Kerk van Rome ten onder ging aan de aflaten, de kapitaalophopingen, de luxe en de onzin, zo gaat het nu met onze cultuur. De patjepeeërs en de grote bekken nemen alles over. Al die juristen, economen, tandartsen, software-ontwikkelaars en wat er verder allemaal voor nuttige beroepen bestaan, waar zijn al die lui voor? Die lui moeten zorgen dat we een aangenaam leven krijgen, zodat er tijd is om aan cultuur te doen. Maar om de juristen, economen en tandartsen op te leiden, worden de enige echt waardevolle delen van de universiteit vernietigd. Alles wordt in geld uitgedrukt.

Grijs: Er is nu zelfs een kunsthistorisch tijdschrift, Art & Value, dat de overtuiging verspreidt, dat het enige belang van een kunstvoorwerp zijn waarde in dollars is.

Battus: Vulgair is per definitie dat wat de meerderheid wil. Maar dat de meerderheid nu openlijk het vulgaire wil, dat is een nieuw verschijnsel. Als een boek wordt besproken . . .

Hermans: Boekbesprekers zijn rancuneuze ventjes, die een oude vete met de gerecenseerde hebben uit te vechten, maar hun lezers nooit eerlijk zeggen welk gerimpeld appeltje hier geschild wordt.

Battus: Ach, die recensenten lezen tenminste. Auteurs zouden ze dankbaar moeten zijn. Mulisch zegt in een Duits weekblad dat een criticus alleen maar jaloers is dat hij geen romans kan schrijven. Dat klinkt in Duitsland misschien geestig, maar wij weten dat Mulisch echt zo denkt. De literatuur heeft drie soorten vijanden. Ten eerste: zij die nooit een boek lezen, zoals Marcel van Dam en Hans de Witte, en die anderen die dat wel doen voor leugenaar of snob uitmaken. Ten tweede: die literatuur slechts interessant vinden als het met televisie te maken heeft: een boek voorlezen, een auteur zien kopjeduikelen, een roman tot een telelvisieserie verwerken. Ten derde: auteurs die alleen hun eigen werk lezen, zoals Mulisch zegt te doen.

Ik ben heel nieuwsgierig wat voor beschaving onze kinderen zullen krijgen.

Dokter Helder: New-Age, goeroes, stompzinnige boekloze godsdiensten. Geloven in astrologie, piskijken en . . .

Grijs: De dictatuur van de reclamejongens, die hun eigen wansmaak voor de beste houden. Literatuur was altijd al propaganda, maar niet voor wasmiddel en maandverband en scheerzeep. Binnenkort houden ze op met het meten van de kijkdichtheid. Want wat betekent een kijkcijfer van 70 procent? Dat betekent, volgens Van Dam & De Witte, dat dertig procent van de inwoners liegt en snobt.

Battus: Er komen nieuwe middeleeuwen. De eerste Cultuur was van min 500 tot het jaar nul, rond de Middellandse Zee. Toen kwamen er vijftien donkere eeuwen, waar we alleen een honderdtal kathedralen aan hebben te danken. Gelukkig bracht het Humanisme een nieuwe Cultuur, die nu ook 500 jaar heeft geduurd. Het is onze taak om de hoogtepunten daarvan te bewaren tot betere tijden. Jullie weten hoe de Moren veel Griekse wijsheid in het Arabisch voor ons geconserveerd hebben. Laten we nu weer onze Mohammedaanse medeburgers, nog de enige religie met een boek, vragen om voor ons Erasmus, Pascal, Descartes, Wittgenstein, Nabokov, Proust en Hermans te bewaren.

Hermans: De totale verloedering . . .

Ik: Op dat woord zat ik al te wachten! Altijd dat geklaag over de verloedering. Zo klaagden de monniken vast over de idealen van Erasmus. Laat ons eerlijk zijn. Onze positie is een hopeloze. In 1493 waren de humanisten voorstander van iets nieuws. De uitvinding van de boekdrukkunst hielp ze. Wij hebben de uitvinding van de televisie tegen ons. Er zijn miljoenen boektitels, en hoogstens tienduizend televisiekanalen. De toekomst is aan de cultuurversmalling. Wij zijn de conservatieven. Wij gaan het verliezen. Ik zou nooit een artikel durven publiceren, waarin ik klaag zoals jullie klagen. Daar maak je je alleen maar belachelijk mee. Maar ik zal opschrijven wat jullie allemaal zeiden.

Mevrouw de dokter: En kom nu mee naar mijn huis. Mijn man heeft heerlijke hutspot met hartige haringen gemaakt!

    • H. Brandt Corstius