Staat stoot belang ING af aan PGGM

AMSTERDAM, 8 OKT. De staat heeft zijn aandelenbelang van zeven procent in de ING Groep verkocht aan het pensioenfonds PGGM. De totale opbrengst van de ruim 17,6 miljoen certificaten ING bedraagt 1,293 miljard gulden.

Het pensioenfonds voor de gezondheidszorg PGGM heeft de staat een prijs betaald van 71,64 gulden per aandeel. Bij de totstandkoming van deze prijs is uitgegaan van de gemiddelde slotkoers van de tien laatste beursdagen (74,66 gulden). PGGM heeft de staat dus 1,265 miljard gulden betaald.

ING betaalt de Staat daarnaast 27,5 miljoen gulden als tegemoetkoming voor de lagere prijs die de overheid voor het ING-belang heeft gekregen. ING heeft in 1991 bij de staat bedongen dat het staatsbelang als één geheel zou worden verkocht, om te voorkomen dat aandelen in handen van een vijandige partij - bij voorbeeld een andere bank - zouden vallen. ING en het PGGM hebben al een langdurige relatie ; een belangrijk deel van de herverzekerde pensioenverplichtingen van PGGM zijn bij de bank-verzekeraar ondergebracht.

Voor de Staat betekent de verkoop van het belang geen meevaller. De opbrengst zal bijdragen aan de eerder afgesproken 'taakstellingen' voor 1993 en volgende jaren van de incidentele niet-belastingontvangsten.

De koers van het aandeel ING steeg vanmorgen op de Amsterdamse effectenbeurs zeventig cent naar een nieuw jaarrecord van 77,80 gulden. “Iedereen wist dat het staatsbelang in ING boven de markt hing. Nu dat is verkocht is de weg vrijgemaakt voor hogere koersen”, aldus een handelaar.

Het verschil van circa zes gulden tussen de gemiddelde beurskoers en de beurskoers vanmorgen is onstaan doordat bij een onderhandse plaatsing - dus niet via de beurs - het gebruikelijk is dat de koper een korting krijgt. Als de Staat het omvangrijke pakket via de openbare markt had verkocht, was de koers waarschijnlijk onder druk komen te staan.

De aandelen ING kwamen in het bezit van de Staat na de omwisseling van aandelen NMB Postbank bij de totstandkoming van de fusie met verzekeraar Nationale Nederlanden in 1991. De grootste aandeelhouders in ING na PGGM zijn Aegon met 6,25 procent en Amev/VSB met 6,15 procent.

De Staat heeft na deze aandelenverkoop nog steeds belangen in tientallen bedrijven. Belangrijkste daarvan zijn het 100-procent belang in Koninklijke PTT Nederland, dat naar verwachting begin volgend jaar naar de beurs wordt gebracht en het 100-procent belang in de Nederlandse Spoorwegen. Verder heeft de Staat nog belangen in een bonte stoet bedrijven, waaronder vuilverwerker VAM, luchthaven Schiphol, DSM, het congresgebouw in Den Haag en Ultra Centrifuge Nederland (UCN).