Raamverdrag Suriname

HET SAP KRIJGT in Suriname overal de schuld van. Deze drie letters staan voor Structureel Aanpassingsprogramma. Surinamers houden het SAP verantwoordelijk voor de hoge prijzen, de tekorten aan goederen op de markt, de werkloosheid, de economische stagnatie. De ironie is dat het structurele aanpassingsprogramma in Suriname nooit van de grond is gekomen. Er wordt over gepraat, er wordt op afgegeven, maar het wordt niet uitgevoerd.

Vorig jaar, na de verkiezingen in Suriname en het herstel van de democratie, heeft Nederland de financiële hulp voor Suriname hervat. Daarbij was ook een bedrag voor betalingsbalanssteun toegezegd - deviezensteun in harde Nederlandse guldens - op voorwaarde dat de Surinaamse regering ernst zou maken met economische aanpassingen. Het toezicht daarop besteedde Nederland uit aan de Europese Commissie, maar nadat die deze zomer nog niets van Suriname had gehoord, bedankte de Commissie verder voor de eer. Nederland besloot vervolgens om de betalingsbalanssteun op te schorten en gaf Suriname de suggestie toenadering te zoeken tot het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Deze twee instellingen hebben jarenlange ervaring met aanpassingsprogramma's in alle mogelijke landen in de wereld.

SURINAME IS EEN toonbeeld van onwil en machteloosheid als het op aanpassing aankomt. Nederland draagt daarvoor verantwoordelijkheid omdat het sinds de onafhankelijkheid in 1975 heeft vastgehouden aan bilaterale hulp en daarmee Suriname jarenlang heeft afgeschermd voor opvattingen van internationale instellingen. Suriname gebruikt tot de dag van vandaag het cliché dat het IMF, de Wereldbank en de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank kwaadwillende organisaties zijn. Elders in de wereld - zie de voormalige communistische landen - worden het IMF en de Wereldbank beschouwd als de steunpilaren van economische hervormingen. Maar Suriname, een land met een bevolkingsomvang als van Eindhoven en een economie met de jaaromzet van Albert Heijn, wijst de bemoeienis van deze instellingen af. Terwijl Nederland al weer praat over extra sociale hulp om de pijn van aanpassing te verzachten heeft uitgerekend Indonesië - eveneens een land waarmee de Nederlandse ontwikkelingsrelatie is mislukt - de Surinaamse regering onlangs te verstaan gegeven dat zij zich aan een IMF-programma moet onderwerpen.

DE TWEEDE KAMER heeft deze week ingestemd met het Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen Nederland en Suriname. Dit verdrag is de vervanging van het oude hulpverdrag met de toevoeging van eisen over democratie en mensenrechten. Het regelt de voortzetting van de Nederlandse hulp en evenals Den Uyl in 1975 heeft ook Lubbers in 1992 meer aan Suriname toegezegd dan de ambtelijke adviseurs verantwoord achtten.

De recente onthullingen over de betrokkenheid van Surinaamse politieke leiders bij smeergeldaffaires hebben de Kamer terecht terughoudend gemaakt. Premier Venetiaan heeft nog niet schoon schip durven maken. Het leger en voormalig bevelhebber Bouterse spelen daarbij ongetwijfeld een rol. Maar de aanhoudende kwetsbaarheid van de democratie in Suriname kan geen alibi zijn om economische aanpassingen uit te stellen. Nederland kan Suriname niet loslaten, maar als de Surinaamse leiders per se IMF en Wereldbank niet willen is er eigenlijk geen alternatief.