Politie ontslagen van rechtsvervolging in zaak Birmingham Six

BLACKPOOL, 8 OKT. Drie rechercheurs van het Britse politiekorps West Midlands, die destijds gelogen zouden hebben om de zogeheten "Birmingham Six' maar achter de tralies te krijgen, zijn gisteren ontslagen van rechtsvervolging. Een rechter oordeelde dat de publiciteit rond de vrijlating van de zes zogenaamde terroristen in 1991, zeventien jaar na hun ongemotiveerde opsluiting voor de bomaanslag op een druk bezochte pub in Birmingham, zoveel negatieve publiciteit voor de politiemensen heeft opgeleverd dat een jury niet meer onbevooroordeeld in hun zaak zou kunnen opereren.

Het is de tweede keer in vijf maanden dat politiemensen die worden verdacht van het eigenhandig fabriceren van bewijs in spectaculaire terreurzaken, vrijuit gaan. Eerder liet een rechter drie politiemensen uit Surrey vrij. Zij waren degenen die de "Guildford Four' de "bekentenis' ontlokten van bomaanslagen in Guildford in 1974. Deze vier werden na vijftien jaar als onschuldig vrijgelaten.

Het vrijuit gaan van de rechercheurs uit Birmingham is als een bom ingeslagen. Billy Power en Paddy Hill, twee van de "Six', spraken van een dubbele standaard: één voor de gewone man en één voor de politie. “Voor ons proces was er nog veel meer sensationele publiciteit en dat werd ook niet afgelast”, zei Hill. Labour-parlementariër Chris Mullin, die campagne heeft gevoerd voor de vrijlating van de "Birmingham Six' en die een boek heeft geschreven waarin hij de namen van de werkelijke daders van de bomaanslag noemde, vraagt om een openbaar onderzoek.

“De zaak van de "Birmingham Six' heeft het Britse rechtsstelsel wereldwijd in opspraak gebracht. Het vrijuit laten gaan van de politiemensen betekent dat we nooit zullen weten wie er verantwoordelijk is geweest voor de massale vervalsing en meineed die ten gevolge heeft gehad dat zes onschuldige mannen de gevangenis zijn ingedraaid voor de aanslagen in Birmingham.”

Maar een woordvoerder van de West Midlands-politie verdedigde de rechercheurs gisteren door te zeggen dat al hun collega's die aan de zaak hebben gewerkt, er nog steeds van zijn overtuigd dat de juiste mensen in 1974 de gevangenis zijn ingegaan. “De hele affaire is één vertoon van politici die de handen wassen in onschuld. We walgen ervan”, aldus de politiewoordvoerder.