Peugeot-Citroën in het rood

PARIJS, 8 OKT. De grootste Franse automobielfabrikant PSA (Peugeot en Citroën) is diep in de rode cijfers gedoken. In het eerste half jaar van 1993 verloor de groep 1,12 miljard francs (340 miljoen gulden). De ingezakte vraag in Europa, de feitelijke devaluatie van de munten in Engeland, Spanje en Italië en de afkalving van PSA's positie op de thuismarkt worden als belangrijkste oorzaken aangewezen.

De winst over de zelfde periode bedroeg vorig jaar nog 2,23 miljard francs. Dat was al een daling met 54 procent. De omzet ging in het eerste half jaar '93 met 11,4 procent naar beneden: 72 miljard francs, tegenover 82,6 miljard francs in het eerste half jaar '92. De teruggang zou 7 procent zijn geweest zonder de grote valuta-schommelingen die in Europa de concurrentieverhoudingen ingrijpend hebben veranderd.

De laatste keer dat Citroën-Peugeot rode cijfers moesten publiceren was in 1985. Toen werd in het eerste half jaar een derde verloren van wat nu wordt gemeld. Dat was het laatste jaar waarin PSA verlies leed. Sinsdien heeft de groep goede resultaten geboekt, met '89 als topjaar: 10,3 miljard francs positief. Sindsdien brokkelde het resultaat af.

Citroën en Peugeot doen het, ondanks de barre condities op de Europese markt, goed in het buitenland. Het is teruggang van het binnenlandse marktaandeel die de groep de das om doet: 33,5 procent in '91 tegen 29,5 procent in de eerste zes maanden van dit jaar. PSA's positie op de Europese markt is ongeveer stabiel: 11,9 procent. Dat is te danken aan stijgende verkopen in Duitsland en Engeland. Ook de verkoop naar Polen, Zuid-Amerika en China stijgt. Hoewel de nieuwe Citroëns ZX en Xantia en de Peugeot 306 het goed doen, ontkomt PSA niet aan kosten-reductie, werktijdverkorting en ontslagen - 3000 dit jaar, en 4000 in 1994.