Onzichtbare mini-koekkruimels

Op zondag van 10 tot 13 uur kun je met vragen over het programma ook telefonisch terecht bij de Wetenschapslijn, telefoonnummer 06-8212144 (20 cent per minuut).

Een klein stofzuigertje vroeg laatst aan haar moeder: "Waarom besta ik? Waar kom ik vandaan?' Na even nadenken zei haar moeder: "Waarom je bestaat weet ik niet. Ja, om te stofzuigen, maar waarom dat zo nodig moet en van wie is me een raadsel. Wel heb ik een idee over waar je vandaan komt. Volgens mij komen we voort uit het stof dat we opzuigen en keren we ook ooit weer tot stof terug!'

Net als stofzuigers stellen ook mensen voortdurend vragen over het waarom, het wat, het waardoor en het hoe van alles wat los en vast zit. Waarom we hier zijn, wat chocola is, hoe alles zo is gekomen als het nu is en waardoor de maan niet naar beneden valt. Zulke vragen stellen is makkelijker dan ze beantwoorden. Toch is het mogelijk om een beetje uit te vinden hoe het zit. Er zijn mensen die graag alles uitpluizen wat er te weten valt, en wat ze doen heet wetenschap.

Wetenschap kan geen antwoord geven op waarom-vragen. Wel op het wat, het hoe en het waardoor. Zeker zijn de antwoorden nooit. Vaak kom je er alleen maar achter hoe iets in elk geval niet zit. Elk antwoord roept weer tien nieuwe vragen op. Maar je komt wel steeds een stapje verder. Zo weten we bijvoorbeeld dat moeder stofzuiger het bij het rechte eind had. Stofzuigers bestaan inderdaad uit stof, maar van een andere soort dan ze zelf opzuigen. Alle dingen, maar ook planten, beesten en wijzelf bestaan uit atoomstof.

Atomen zijn heel kleine bouwsteentjes waaruit alle tastbare dingen zijn opgebouwd. Dat zulke bouwsteentjes bestaan kun je zelf beredeneren. Neem een ontbijtkoek. Snij je hem doormidden, dan heb je twee halve ontbijtkoeken. Snij je die weer doormidden, dan heb je vier stukken, dan acht, enzovoort. Al vlug worden de stukjes zo klein dat je ze niet meer kunt zien, laat staan snijden. Maar stel dat je een superscherp mes en superscherpe ogen had, zou je dan altijd maar door kunnen gaan? Dat is maar moeilijk voor te stellen. Er zal eens een moment moeten komen waarop de onzichtbare mini-koekkruimel niet langer koek meer is, of zich in elk geval niet meer verder op laat delen.

Heel vroeger, lang voordat er stofzuigers bestonden, leefde in Griekenland een zekere Democritus die dat al raadde. De onzichtbare mini-koekkruimels gaf hij een naam: atomen. Maar Democritus had geen enkel bewijs voor hun bestaan. Waarschijnlijk heeft hij niet eens geprobéérd om een ontbijtkoek in zoveel mogelijk stukjes te snijden.

Om echt iets te weten komen over hoe de wereld in elkaar zit, moet je meer doen dan diep nadenken in je luie stoel. En ook meer dan lezen wat andere mensen al eerder hebben opgeschreven. Je moet er zelf voor op onderzoek uit: goed kijken, slimme vragen stellen, antwoorden verzinnen en manieren bedenken om te controleren of die antwoorden een beetje kloppen. In de praktijk betekent dat laatste meestal: proeven doen. Met de atomen is dat uitstekend gelukt. We weten nu zeker dat ze echt bestaan. We kunnen ze tegenwoordig zelfs door een soort supervergrootglas zien!

Zulke vergrootglazen en andere apparaten zijn te vinden op de meeste plaatsen waar mensen onderzoek doen. Normaal gesproken kunnen kinderen daar niet komen. Behalve komende zondag, want dan is het Wetenschapsdag! De hele middag kun je overal in het land rondneuzen in instituten waar onderzoek wordt gedaan en je licht opsteken in bibliotheken en musea. Van alles valt er te beleven. Je kunt door een sterrenkijker koekeloeren naar het heelal en je kunt leren hoe de oude Romeinen soep kookten. Ook kun je op veel plaatsen zelf proefjes doen. Veel instituten hebben een programma speciaal voor kinderen. Er is te veel om op te noemen, maar alles staat vermeld in een krant die je kunt ophalen bij de openbare bibliotheek, het VVV-kantoor of de boekhandel in je woonplaats.