Nigeriaans leger - politie-agent van West-Afrika

MONROVIA/LAGOS, 8 OKT. Hongerige ontheemden staan in het stadje Vahun in het noordwesten van Liberia te wachten op voedseluitdeling door een internationale hulporganisatie. Plotseling verschijnen twee gevechtsvliegtuigen. De toestellen scheren over de hoofden van de in paniek wegrennende hongerigen en beginnen kogels af te vuren en bommen te laten vallen. Als de vliegtuigen weer verdwenen zijn liggen er tien doden op de grond en vele gewonden schreeuwen om hulp.

Politieke waarnemers en hulpverleners hebben uitgebreid gespeculeerd over de vraag wie verantwoordelijk kon zijn voor deze aanval, eind vorige maand. Niemand had kunnen zien welk landenteken de vliegtuigen droegen. Een woordvoerder van de Westafrikaanse vredesmacht Ecomog in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia ontkende ook maar iets af te weten van de aanval. Dat klonk geloofwaardig want sinds 31 juli zwijgen de wapens in Liberia.

Tot ieders verbazing eiste de volgende dag de regering van buurland Sierra Leone de verantwoordelijkheid op. Het leger van Sierra Leone voerde "een eindoffensief' uit tegen een rebellenbeweging en dreef de opstandelingen naar de grens met Liberia. Bij de achtervolging over de grens waren de bombardementen uitgevoerd. Deze verklaring leek plausibel. Eén groot raadsel bleef echter overeind: Sierra Leone beschikt niet over gevechtsvliegtuigen.

Een analyse van de politieke en militaire verhoudingen in de Westafrikaanse regio lijkt slechts één verklaring mogelijk te maken: Nigeriaanse vliegtuigen voerden het bombardement uit, kennelijk onder dekking van Sierra Leone. Het Nigeriaanse leger werkt nauw samen met de strijdkrachten van Sierra Leone. In Liberia vocht een door Nigeriaanse soldaten gedomineerde vredesmacht Ecomog vóór het vredesakkoord van 31 juli tegen het Nationaal Patriottische Front (NPFL) van Charles Taylor, die op zijn beurt de rebellen in Sierra Leone bijstond. Nigeria heeft er dus belang bij de opstandelingen in Sierra Leone te verslaan. Dat bij de bombardementen onschuldige burgers en niet rebellen slachtoffer werden, kon weinig waarnemers verbazen: alle strijdkrachten in en rond Liberia hebben getoond zich het lot van burgers niet aan te trekken.

Het Nigeriaanse leger werpt zich steeds meer op als de politie-agent van de Westafrikaanse regio. Als volkrijkste en - door zijn grote oliereserves - potentieel rijkste natie van zwart Afrika ambieert Nigeria de leidinggevende rol op het continent. Tijdens de onstuimige jaren zeventig van de olie-"boom' maakte Nigeria zich hard voor de Afrikaanse belangen in zuidelijk Afrika. Het doorkruiste de koude oorlog-strategieën van Oost en West door de marxistische regering van de MPLA in Angola te erkennen, tegen de wil van Amerika en China in. Het oefende druk uit op Groot-Brittannië om tot een regeling te komen in het toenmalige Rhodesië en nationaliseerde daarom in Nigeria British Petroleum. Nigeria zou de trots van Afrika worden, de reus die in Oost en West gezag zou afdwingen bij de gratie van zijn olierijkdommen.

De jaren tachtig brachten een einde aan de olie-"boom'. Nigeria slaagde er niet meer in zijn ambities in daden om te zetten. De diplomatieke invloed die het zich had verworven in zuidelijk Afrika kon niet worden aangewend voor investeringen, want Nigeria zelf verkeerde in economische problemen. Een mislukte militaire vredesmissie in Tsjaad - als tegenwicht voor bemoeienis van Frankrijk in diens voormalige kolonie - schond het aanzien van de reus, die steeds meer begon te hinken. Midden jaren tachtig erkende Nigeria de Westelijke Sahara als onafhankelijke staat en forceerde daarmee een doorbraak in de Organisatie van Afrikaanse Eenheid over de kwestie, maar op het verloop van de strijd had deze beslissing geen invloed. Intussen zakten de meeste Afrikaanse landen weg in een diepe economische malaise en werden ze overgeleverd aan Westerse financiële instellingen. Hoewel Nigeria zelf een IMF-lening afwees, kon het weinig doen voor de rest van Afrika. Nigeria gromde nog slechts naar het Westen, bijten kon het niet meer.

Ontdaan van zijn uitzonderlijke diplomatieke invloed heeft Nigeria zich onder de, inmiddels teruggetreden, militaire president Babangida een nieuwe rol aangemeten, die van politie-agent. Nigeria heeft het grootste leger van zwart-Afrika. In 1990 kwam Babangida zijn vriend en zakenpartner, de Liberiaanse president Samuel Doe, te hulp toen deze in moeilijkheden raakte door een offensief van het NPFL geleid door Charles Taylor. In het geheim stuurde Nigeria wapens en Babangida stationeerde in Sierra Leone troepen om Doe bij te kunnen staan. Nigeria's inmenging in Liberia kreeg een officieel karakter met de oprichting van Ecomog enkele maanden later. Amerika, dat zijn handen had afgetrokken van zijn eeuwenoude bondgenoot Liberia, gaf Babangida steun voor deze interventie.

“Zo hadden wij Nigerianen onze leiderschapsrol in Afrika niet voorgesteld”, zegt professor Olukoshi van het Instituut voor Internationale Zaken in Lagos met verwijzing naar Liberia. “Nigeriaanse troepen begonnen een klopjacht op Taylor omdat Babangida Doe steunde. Daarmee verloren wij onze neutraliteit”. Een hoog maar onbekend aantal Nigeriaanse soldaten sneuvelde in Liberia, “maar officieel horen we daar niets over. De hele operatie gaat gehuld in geheimzinnigheid”, aldus Olukoshi.

Nigeria's huidige interim-staatshoofd Earnest Shonekan kondigde onlangs voor begin volgend jaar het vertrek aan van de Nigeriaanse soldaten uit Liberia. Twee dagen later moest hij die uitspraak, vermoedelijk onder druk van het leger, weer inslikken. Nigeria kan de kosten van de operatie in Liberia niet meer dragen en wil daarom financiële hulp van Amerika en de Verenigde Naties.

De grote tegenspelers van Nigeria in de regio zijn franstalige landen, heimelijk daartoe aangespoord door Frankrijk. Ivoorkust en Burkina Faso gaven morele en financiële steun aan Charles Taylor, Burkina Faso leverde zelfs wapens en vermoedelijk soldaten. Toen het NPFL de havenstad Buchanon vorig jaar nog controleerde kochten Franse bedrijven rubber, diamanten en ijzererts op van Taylor.

“Een stabiliserende leiderschapsrol kan nooit alleen op militaire dominantie zijn gebaseerd”, betoogt professor Olukoshi. “Er moeten democratische en economische principes aan ten grondslag liggen. Maar hoe kunnen we bijvoorbeeld een lening van tien miljoen dollar aan Sierra Leone verstrekken op voorwaarde dat de regering daar economische hervormingen doorvoert, terwijl Nigeria zelf niet in staat is dergelijke hervormingen door te voeren. Hoe kunnen we de Togolese dictator Eyadema de les leren als we niet in staat zijn ons zelf behoorlijk te besturen. Het grootste probleem met Nigeria's leiderschapsrol is Nigeria zelf. Eerst zullen we in ons eigen huis orde op zaken moeten stellen”.

Ondanks zijn onvervulde potentieel blijft Nigeria economisch en politiek het belangrijkste land van zwart Afrika. De ruim 90 miljoen Nigerianen - van iedere vijf Afrikanen is er één Nigeriaan -, de rijkdom aan olie en gas, de munteenheid de naira, die in buurlanden wordt geaccepteerd, en de miljoenen Nigerianen die verspreid over Afrika leven, geven het land bijna per definitie die voorname rol. De invloed van de kreupele reus uit zich echter in toenemende mate in negatieve zin. Buurlanden worden meegesleept in Nigeria's economische neergang en de vrees groeit dat door Nigeria's voortdurende politieke impasse er grootschalig geweld zal uitbreken waardoor de hele regio kan destabiliseren.