Nieuw fotomuseum in Sittard; Leren schieten met een fototoestel vanuit een vliegtuig

Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Tentoonstelling 'VER=HIER' t/m 2 jan. 1994. Di t/m vr. 10-17u. za en zo 14-17u. Catalogus f20,-

SITTARD, 8 OKT. Nederland is weer een museum rijker: Het Nederlands Fotomuseum. Het is gevestigd in het nieuwe kunstcentrum "Het Domein' in Sittard dat morgen door minister d'Ancona van WVC geopend zal worden. Een voormalige negentiende-eeuwse school, die voor bijna vier miljoen gulden werd verbouwd, biedt naast het museum ook onderdak aan een Centrum Beeldende Kunst, een Filmhuis en een kunstuitleen.

“Een gat in de markt,” zegt conservator Coen Eggen, initiatiefnemer van het museum, die hiermee inhaakt op de toegenomen belangstelling voor fotografie en de zo'n tien jaar geleden ingezette trend onder kunstenaars om met fotografie te werken, - in vakjargon heet hun kunst ook wel "Fotowerken'.

“We hebben het museum buiten de gebruikelijke kanalen om snel van de grond gekregen,” zegt Eggen. “Sittard is een rijke gemeente en geeft per inwoner relatief veel geld uit aan cultuur. Ze staat wat dat betreft in Nederland op de derde plaats.”

Met een jaarlijks aankoopbudget van een ton heeft Eggen, samen met een aankoopcommisie, de afgelopen vier jaar een collectie samengesteld van een kleine zeshonderd fotowerken van zo'n tachtig in Nederland wonende kunstenaars. “We willen laten zien dat een foto meer kan zijn dan alleen een plat plaatje en richten ons op kunstenaars die zich intensief met fotografie bezig houden.”

De openingstentoonstelling 'VER=HIER' - vernoemd naar een bijdrage van Korrie Besems waarin deze tekst is gezeefdrukt over een foto met een bomenlaantje - is samengesteld uit de collectie van het nieuwe museum door adviescommissielid Iris Dik. VER=HIER toont ongeveer vijftig meest recente fotowerken met landschap en portret als onderwerp, gemaakt door vijfendertig in Nederland werkende kunstenaars.

Het museum blijkt de ontwikkelingen in de kunst op de voet te volgen. Van Inez van Lamsweerde hangt een met een lasso gevangen jaren vijfig Cowgirl-pin-up. Teun Hocks is hier met zijn overbekende handingekleurde geënsceneerde foto's te zien als zielige man aan een scheve tafel met een slaphangende tulp in een vaasje; en Lidwien van de Ven is van de partij met een tweeluik van op groot formaat afgedrukte zwart-wit foto's waarin ze in meelijwekkende poses de wanhoop nabij schijnt. Uit de serie 'Giflandschappen' hangt van Wout Berger 'Brabant, Kempen' met een paar zielige herfstige berkjes langs een B-weg en van Hans Aarsman uit de serie 'Hollandse Taferelen' een kleurenfoto van een afgedankte bloemencorso-praalwagen voorstellende een heks die in een ketel roert voor haar knibbelknabbelhuisje tegen een achtergrond van Westlandse bollenvelden.

Tot zover de tijdelijke tentoonstelling op de begane grond. Op de zolderetage, waar aan een meer permanente opstelling wordt gewerkt, lijkt Eggen zich het meest in zijn element te voelen. Daar ligt een enorme, deels onuitgepakte hoeveelheid oude camera's, flitsblokjes, belichtingsmeters, oude dozen fotopapier, familie kiekjes in positief en negatief en curiosa die hij heeft gekregen of verzameld op rommelmarken en toegevoegd aan de collectie van het museum die destijds is bijeengebracht door zijn voorganger, Guus Roebroek van het inmiddels opgeheven streekmuseum Den Tempel.

Vol trots toont Eggen een vooroorlogs model fototoestel met een batterij lenzen waarmee je met een druk op de knop een portret in veelvoud in een uitsparing op een voorgedrukt vel postzegels kunt zetten. Ook curieus is een fraai uitgevoerd boekwerk Siegen und Fliegen met ingebouwd kijkertje om de dubbele kleurenfoto's van bommenwerpers en heldhaftige piloten met diepte te kunnen zien, uitgeven in 1943 door Hermann Görings Luftwaffe.

“Het moet leuk blijven,” zegt Eggen. “Voor mij hoeft het allemaal niet educatief en wetenschappelijk te zijn.” Hij vist uit een berg spullen een camera met het uiterlijk van een geweer. “Werd gebruikt om mee te leren schieten vanuit een vliegtuig; konden ze op de foto zien of ze doel getroffen hadden.” Eggen denkt als museumpubliek even hardop: “Wat ze nog niet hebben, heb ik en dat krijgen ze van me.”

    • Mark Peeters