"Nederland en Suriname mogen elkaar niet loslaten'

DEN HAAG, 8 OKT. Wat doet Nederland als Suriname gewoon "nee' blijft zeggen tegen de eis dat het zijn economisch aanpassingsprogramma onderwerpt aan de strenge controle van het Internationale Monetaire Fonds? Keert het dit land dan de rug toe, zoals de VVD'er Weisglas gisteren in de Tweede Kamer suggereerde. Of zoekt het dan een andere methode om de financiële steun toch te kunnen hervatten. Tegen de achtergrond van deze vraag debatteerde gisteren de Kamer over het Raamverdrag.

Uit de woorden van de vertegenwoordiger van regeringspartij PvdA, Melkert, viel op te maken dat men die eis eventueel gewoon zal moeten laten vallen. Nederland kan zoiets niet als eenzijdige, absolute voorwaarde stellen, vond hij. Andere fracties - CDA, D66, VVD - liepen storm tegen die opvatting, omdat zij de druk op de Surinaamse regering maximaal willen houden. In politieke kring in Suriname wordt er immers al op gespeculeerd dat het Nederlandse kamp over deze eis wel verdeeld zal raken.

Het "Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname' zelf was geen probleem in de Kamer. Het wordt hetzij met algemene stemmen goedgekeurd, hetzij met een soort formele stem van de VVD tégen, die wil wachten totdat er meer duidelijkheid is over betrokkenheid van politici bij de "smeergeldaffaire'. Nederland en Suriname mogen elkaar niet loslaten, zei de CDA'er De Hoop Scheffer, daarmee het gevoelen van de gehele Kamer weergevend (behalve wellicht van de Centrumdemocraten, maar hun vertegenwoordiger, Janmaat, zat niet in de zaal).

Maar als Suriname nu niet op de gestelde eisen van Den Haag ingaat? De pleitbezorgers van de harde lijn gaven geen echt antwoord op die vraag. Weisglas van de VVD riep wel dapper dat het dan maar afgelopen moet zijn met de relatie, maar hij schrok zo van zijn eigen woorden, dat hij er snel (en in afwijking van zijn rondgedeelde tekst) aan toevoegde dat natuurlijk alles gericht moet zijn op een keer ten goede.

Melkert stond verscheidene keren tegenover zijn interrumperende collega's, die hem van zijn dwaalweg wilden afhelpen. De eisen die het IMF zal stellen aan het herstructureringsprogramma van Suriname zullen niet afwijken van de eisen die er sowieso aan gesteld moeten worden, zei Melkert droogjes.

Dat betekende dat in zijn ogen Suriname net zo goed maar akkoord kan gaan met die monitoring door het IMF - wat Paramaribo tot nu toe weigert. Het betekende anderzijds ook dat Nederland die eisen ook zelf gewoon kan stellen.

Melkert zei dat weliswaar niet met zoveel woorden, maar vooral de CDA'er De Hoop Scheffer hoorde dat er wel in. Hij vroeg de PvdA'er derhalve of Nederland dan niet wordt opgescheept met de verantwoordelijkheid van de Surinaamse economie, een beeld dat hem bijzonder weinig lokte. Melkert bleef hard: de betalingsbalanssteun, die Nederland nu heeft opgeschort, is “sleutelvoorwaarde” voor het economisch herstel in Suriname. Wil het structurele aanpassingsprogramma in het land kans van slagen hebben, zal die steun op enigerlei moment moeten worden hervat; anders lukt het nooit.

Minister Pronk liet in zijn bijdrage in het debat zorgvuldig in het midden wat er moet gebeuren als Suriname nee tegen zijn eis blijft zeggen. Hij maakte echter ondubbelzinnig duidelijk dat er van een afbreken van de relatie met Suriname geen enkele sprake kan zijn. Ook als de 1,3 miljard gulden, die Suriname nog van Nederland te goed heeft krachtens een in 1975 gesloten verdrag, is uitgeput, zal de Nederlandse hulp verder gaan. Dat is geen juridische garantie, zei Pronk, maar een garantie dat er verder wordt gepraat en een morele toezegging dat het resultaat van die gesprekken niet op nul zal uitkomen.

We zitten, zei de GPV'er Schutte, met “een oude ereplicht” tegenover Suriname. Ondanks vaak krachtige kritiek van de Kamerleden op de “onduidelijke machtsverhoudingen”, op de “belangenverstrengeling” en op “dubieuze figuren” in het land wordt de relatie niet alleen voortgezet, maar versterkt met een Raamverdrag, dat volgens minister Pronk “Suriname rechten geeft die geen enkel ander ontwikkelingsland kan laten gelden op Nederlandse hulp”.

    • Rob Meines